Column: Voorzorgsvragen bij vaccineren tegen corona

„Alle signalen wijzen erop dat er een vaccin tegen het coronavirus komt.” beeld ANP, Koen van Weel

„Ben je gevaccineerd tegen het poliovirus?” Nee, dat was ik niet. U kunt het naïef vinden, maar stageonderzoek doen bij het RIVM naar de verspreiding en herkomst van het poliovirus met moleculaire technieken leek mij erg interessant. Dat ik niet gevaccineerd was tegen datzelfde poliovirus, vond ik minder relevant. Daar dacht mijn stagebegeleider toch anders over. Omdat het antwoord dus „nee” was, dacht ik op zoek te kunnen naar een andere stageplek. Ook daar dachten ze bij het RIVM anders over. Met een simpele test werd vastgesteld dat er in mijn bloed antistoffen tegen het poliovirus aanwezig waren.

Ik was dus weliswaar niet gevaccineerd met het poliovaccin maar maakte wel antistoffen aan door een besmetting in het verleden met het echte poliovirus. In wezen is dus het verkrijgen van immuniteit met een vaccin niet anders dan bij natuurlijke blootstelling aan een ziekteverwekker. Behalve dan dat een vaccin niet de symptomen teweegbrengt zoals die bij een natuurlijke vaccinatie kunnen optreden.

Als de symptomen van een infectie niet ernstig zijn, dan is het opbouwen van immuniteit door natuurlijke blootstelling te prefereren boven het ontwikkelen van een vaccin. Mogelijk heeft u als kind de vijfde ziekte gehad. Al is de jeuk niet leuk, geen overheid of farmaceut zal een vaccin tegen de vijfde ziekte willen ontwikkelen. Dat ligt anders als een infectieuze ziekte leidt tot ernstige gevolgen, zoals een blijvende handicap of zelfs de dood. Of als een groot deel van de geïnfecteerde mensen in een ziekenhuis behandeld moet worden. Dan is er alle reden om een vaccin te ontwikkelen.

Daarom wordt nu door zo’n 160 partijen, al of niet samen, geprobeerd om een vaccin te ontwikkelen tegen het coronavirus. Tot die tijd zullen we het moeten stellen met andere voorzorgsmaatregelen om infecties met en verspreiding van het virus te voorkomen. Tot nu toe houden de meeste mensen zich aan deze voorzorgsmaatregelen. En met succes; het aantal coronavirusbesmettingen en het aantal mensen dat opgenomen moet worden, neemt per dag af. Ook kerkelijk Nederland houdt zich aan de regels. Blijkbaar ziet men in de kerken, net als in de rest van Nederland, het nut van de voorzorgsmaatregelen in.

Als het echter gaat om de vraag of men zich zal laten inenten tegen het coronavirus, mocht er een vaccin komen, dan is er een groot verschil tussen (een deel van) christelijk Nederland en de rest. Uit een enquête onder 3152 Nederlanders door het onder-zoeksbureau I&O Research (RD 13-6) blijkt dat maar 16 procent van de SGP-stemmers en 28 procent van de CU-stemmers zich zou laten inenten met een vaccin tegen het coronavirus. In tegenstelling tot 73 procent van alle Nederlanders.

Dat roept vragen op. Waarom is (een deel van) kerkelijk Nederland wel bereid tot het nemen van de huidige voorzorgsmaatregelen, die erop gericht zijn om infectie met het coronavirus en de verspreiding ervan te voorkomen, maar wil men niet een andere voorzorgsmaatregel, het vaccin, nemen? Het onderzoeksbureau geeft in zijn rapport aan dat er bij SGP’ers en CU’ers religieuze overwegingen meespelen. Dat is begrijpelijk, gezien de discussie die van tijd tot tijd plaatsvindt rond het onderwerp vaccinatie. Maar waarom gelden die religieuze argumenten dan niet bij de huidige voorzorgsmaatregelen? In het rapport wordt een van de religieuze argumenten genoemd: „Ik vertrouw erop dat God voor ons zorgt.” Maar vertrouw ik daarop dan niet als ik 1,5 meter afstand houd, een mondkapje draag, geen handen schud, thuisblijf en geen bezoek ontvang omdat ik tot de ”risico(!)groep” behoor? Zorgt God dan niet door ons in de gelegenheid te stellen om een vaccin te gebruiken waardoor we ons kunnen beschermen tegen een virusinfectie en het virus niet verspreiden?

Alle signalen wijzen erop dat er een vaccin tegen het coronavirus komt. Daarmee zal (een deel van) christelijk Nederland opnieuw discussiëren over wel of niet vaccineren. Als we tot de conclusie komen dat bovenstaand gedrag inconsequent is, dan zou vaccinatie tegen het coronavirus geen vraag maar een voorzorgsmaatregel zijn.

De auteur is moleculair bioloog.

Noot redactie: In een eerdere versie van deze column stond „waterpokken” in plaats van „de vijfde ziekte”, als kinderziekte waartegen geen vaccin bestaat. Tegen waterpokken is er echter wel een vaccin, tegen de vijfde ziekte niet.