Column: Tuin een plek voor mens én natuur

beeld RD, Anton Dommerholt
2

Een jaar geleden zijn we verhuisd. Toen we onlangs langs ons oude huis kwamen, moesten we wel even slikken. De heg is vervangen door een houten schutting, onze oude appelboom is omgezaagd en alle groen is verdwenen. De struiken waar de heggenmus onder scharrelde – weg. De bloemen waarbij het zoemde van de bijen en andere insecten waren er ook niet meer. Onze zorgvuldig aangeplante natuurtuin is een zogenaamde ”onderhoudsvriendelijke tuin” geworden, een eufemisme voor een betegelde oppervlakte omringd door geïmpregneerde schuttingen.

Tuinen worden steeds meer het verlengde van het huis. ’s Zomers leven we graag buiten, en de tuin wordt daar meer en meer op ingericht. De barbecue is voor veel mensen een vast element in de tuin geworden, al dan niet als onderdeel van een complete tuinkeuken. De loungeset vervangt de bank in de huiskamer, soms zelfs overdekt en met verwarmingselementen voor de koudere avonden. De grond is betegeld, dat is wel zo makkelijk, met hier en daar een pot tropische bloemen voor de kleur.

Is dat erg? Voor veel mensen is de tuin een ontspannende plek na een dag hard werken. Een ontmoetingsplek voor het gezin, familie en vrienden. Daar is natuurlijk helemaal niets mis mee. Toch is het wel heel jammer dat er op deze manier veel groen uit de woonwijken verdwijnt. Jammer voor mensen zelf en ook voor de vele dieren die graag in groene tuinen vertoeven. Daarbij levert het grote oppervlakte aan tegels een ander probleem op, namelijk dat van wateroverlast.

Om bij dat laatste punt te beginnen. De verwachting is dat door de verandering in het klimaat de regenbuien in de nabije toekomst heftiger van aard zullen zijn. Er valt dan in korte tijd heel veel regen. Dat vele water moet ergens kunnen afstromen naar het grondwater of het riool. Wanneer een tuin grotendeels bestaat uit gras of borders, kan het water direct de grond in. In betegelde tuinen kan het water echter nergens heen. Dat levert problemen op voor het riool, dat de grote waterhoeveelheid niet aankan. Tegels vergroten dus de kans op volgelopen kelders.

Nu lijkt de bijdrage van een tuin maar klein. Toch moeten we de oppervlakte van alle tuinen bij elkaar niet onderschatten. In de ecowijk waar we sinds kort wonen, hebben we in de gezamenlijke tuin een wadi aangelegd. Die wadi bestaat uit kleine waterloopjes die afstromen naar twee grotere vijvers.

Bij forse regenbuien kan dit wadisysteem het water van onze 36 huishoudens en ook dat uit de nabije omgeving verwerken. Zo kunnen we met elkaar voorkomen dat er in onze wijk sprake is van wateroverlast.

Behalve voor het probleem van regenwater is een groene omgeving ook goed voor mens en natuur. Uit onderzoek van Nivel blijkt dat mensen die veel tijd doorbrengen in een groene omgeving sneller herstellen van stress. Natuur heeft een rustgevend effect op mensen. Ook het tuinieren zelf draagt bij aan stressvermindering, door de extra lichaamsbeweging en doordat mensen meer in de buitenlucht zijn. Maar ja, minder stress door te werken in een groene tuin, leg dat maar eens uit aan iemand die heerlijk ligt te relaxen op zijn loungebank.

Mijn ervaring is dat je tuinieren moet leren waarderen. Dat kost vaak tijd. Echter, hoe meer je leert over de natuur, hoe meer je ervan gaat houden en het wilt onderhouden. Ik zie dat ook bij de bewoners van onze ecowijk. Waar eerst een bloem vooral mooi is vanwege de kleur of de geur, leren we met elkaar welke insecten de bloemen aantrekken en welke vogels daar weer op afkomen. We leren planten te onderscheiden en laten alleen de soorten staan die bijdragen aan de ecologie. Langzaam zien we dat steeds meer bijen, insecten, vlinders, vogels, krekels, kikkers en egels onze tuin gaan bewonen. We hebben van oude stenen insectenhotels gemaakt en stapelen oude takken op om schuilplaatsen voor egels te creëren.

Doordat wij in onze wijk geen schuttingen om onze tuinen heen hebben gezet maar alleen kleine afscheidingen van palen en struiken, is het leefgebied voor dieren fors uitgebreid. Ook voor de bewoners is dat prettig. Al is de privétuin dan beperkt, doordat deze overloopt in de gedeelde tuin voelt het alsof de zee van bloemen en de opkomende struiken en bomen onderdeel zijn van onze eigen tuin. Daarbij geniet ik van de generaties die samenwerken om de tuin bij te houden. Dat noem ik nu onderhoudsvriendelijk.

En ja, we houden ook voldoende ruimte over voor lekkere luie stoelen en tuintafels met ruimte voor familie en vrienden in de privétuinen. Want een tuin is niet alleen een natuurgebied. Het mooiste is wanneer mens en natuur er beide een plek vinden om te leven en te recreëren.

Dr. Martine Vonk werkt als lector ethiek en technologie bij Saxion. Reageren? rubriekforum@refdag.nl