Column: Oost, west en thuis

„Volgens mediastrateeg Meltwater levert het [de top tussen Trump en Kim, red. ] Singapore 38 keer zo veel op als er in werd gestopt.” Trump en Kim in het Capella Hotel op het eiland Sentosa in Singapore. beeld AFP

Dr. Dirk de Korne

Ik had mijn opa beloofd dat ik president Trump zou vragen een eind te maken aan de staalheffingen. Deze maatregel heeft immers fors effect op de Nederlandse economie. Maar helaas – ik ben Trump niet tegengekomen tijdens zijn korte bezoek aan ons eiland. Die had het veel te druk met Kim Jong-un. Singapore was natuurlijk apetrots dat het bezoek hier gepland werd. Het domineerde het nieuws voortdurend. Terwijl de minister van Buitenlandse Zaken relativerend zei dat Singapore slechts voor de koffie en thee zorgde, werd er door Singapore een slordige 10 miljoen euro uitgegeven aan het organiseren van de top. Het meeste werd besteed aan veiligheid, maar Singapore betaalde bijvoorbeeld ook de hotelkamers van Kim en zijn gevolg.

De nationale krant had voorafgaand aan het bezoek een hele serie foto’s gepubliceerd met potentieel vredelievende locaties waar het stel mogelijk zou poseren. Een daarvan, de kantoortoren van het Peace Centre, zit bij ons huis om de hoek. En ook de hotels waar de heren logeerden liggen redelijk dichtbij. Dus dat gaf m’n opa wat hoop. De echte foto’s werden echter in het Capella Hotel gemaakt, de vergaderplaats gelegen op het recreatie-eiland Sentosa. Op dat eiland logeerde ik ook toen ik in 2008 mijn eerste stappen in Azië zette. Vijf jaar later kwam ik terug, met vrouw. En na nog eens vijf jaar zijn we nog steeds in Singapore. Dus op dat eiland gebeuren zeker bijzondere dingen.

Singapore stond in elk geval voor een paar dagen wereldwijd in de belangstelling. ”Waar ligt Singapore?” was een van de meest gegoogelde vragen. Volgens mediastrateeg Meltwater levert het Singapore 38 keer zo veel op als er in werd gestopt. De verwachting is dat er meer toeristen komen. De Nederlandse Kamer van Koophandel heeft zijn aankomende jaarlijkse diner in elk geval al in het Capella Hotel geboekt.

Of de wereld dankzij de ontmoeting van Kim en Trump op Sentosa ook veiliger is geworden zullen we moeten afwachten. Het feit dat ze elkaar ontmoetten in plaats van voortdurend met digitale modder te gooien zonder dat je elkaar ooit in de ogen kijkt, lijkt me in elk geval waardevol. Martin Luther King jr. zei al: „Mensen kunnen niet met elkaar opschieten omdat ze bang van elkaar zijn; ze zijn bang van elkaar omdat ze elkaar niet kennen; ze kennen elkaar niet omdat ze niet met elkaar communiceren.” Als er iets is wat ik de afgelopen vijf jaar heb geleerd, is het wel dat de overeenkomsten die we als mensen uit verschillende werelddelen hebben vele, vele malen groter zijn dan de verschillen. Dat simpelweg communiceren met de ander tot (zelf)inzichten leidt. Hoe de ander er ook uitziet, praat, ruikt of beweegt: we zijn allen mensen. Met de gave om te communiceren. Als je dat doet, blijken de meeste wildvreemden eigenlijk best tam te zijn.

De vanzelfsprekendheid waarmee veel westerlingen China en Rusland in een bepaalde hoek zetten is vaak gebaseerd op het feit dat men elkaar niet kent. De meeste mensen die echt communiceren met een Chinees hebben vaak een andere mening. Hier in het Oosten is dat overigens niet anders. De vastgeroeste meningen over blanken zijn vaak niet gehinderd door enige kennis of echte interactie. De Chinezen kijken al duizenden jaren neer op de rest van de mensheid.

Het interessante van de stadstad Singapore is dat de ontmoeting tussen Oost en West hier al tijdenlang plaatsvindt. Handelslui uit China en vissers uit India communiceerden er drie eeuwen geleden al. De Nederlandse Albert Winsemius adviseerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw bij de inrichting van het land. Philips opende er een kantoor, nog voordat Singapore zelfstandig werd. Engels is de voertaal, maar vrijwel iedereen spreekt ook Chinees. Amerika is een vriend, net als China. Het is dus in het geheel niet verbazingwekkend dat zowel Trump als Kim koos voor Singapore als ontmoetingsplaats. Een klein land, waar met open vizier de wereld praktisch tegemoet wordt getreden. Dat geeft een land mogelijkheden om groot te zijn in zijn kleinheid.

Nederland heeft veel vergelijkbare kenmerken. Ook wij staan al eeuwenlang bekend om onze open en praktische houding. We hebben een goede naam in het buitenland – als je ons drugs- en prostitutiebeleid even buiten beschouwing laat.

Om die goede naam te behouden, moeten we vooral open blijven communiceren met vreemden. Zodat we de ander kennen en niet bang hoeven te zijn dat ”niet opschieten met” overgaat in ”schieten op”. En dat kan een rendement van 3800 procent opleveren. Daarmee kunnen we met gemak elke staalheffing aan.

Dr. Dirk de Korne is als adjunct-directeur en universitair docent betrokken bij een academisch ziekenhuis in Singapore. Reageren? rubriekforum@refdag.nl