Column: Ook embryo’s kunnen kabinetsformatie splijten

beeld ANP, Remko de Waal
2

Voltooid leven is een belangrijk thema in de huidige onderhandelingen over een kabinetsformatie en een regeerakkoord. De afgelopen weken is daar veel over geschreven.

Er is echter nog een mogelijke splijtzwam in de onderhandelingen: een wetsvoorstel van de demissionaire VVD-minister Schippers om het kweken en manipuleren van embryo’s voor medisch onderzoek toe te staan. Daarbovenop komt nog eens de roep van de Gezondheidsraad om een ethisch debat over de techniek waarmee uit huidcellen zaad- en eicellen kunnen worden gevormd, die vervolgens gebruikt zouden kunnen worden voor ivf.

ChristenUnie en D66 staan bij deze thema’s lijnrecht tegenover elkaar. Maar het is veel te simpel om de verschillende standpunten te verklaren langs de lijnen van geloofsovertuiging en vooruitgang. Welke levensovertuiging iemand ook aanhangt, er zullen ergens grenzen gesteld moeten worden aan het kweken en gebruiken van menselijke embryo’s. Het gaat immers om een vorm van menselijk leven. Een vorm waarmee het leven van ons allemaal ooit begon.

Geen antwoord

Tot nu toe zijn vooral vertegenwoordigers van de wetenschap aan het woord geweest om hun wensen over verdergaand onderzoek en de beoogde toepassing van technieken uit te leggen. Maar niet alles wat wetenschappelijk mogelijk is, is ook direct wenselijk of toelaatbaar. Nadenken over de wenselijkheid en de toelaatbaarheid van wetenschappelijke toepassingen raakt het terrein waarop ethici zich dienen uit te spreken. Over een embryo valt meer te zeggen. Ontwikkelt het embryo zich tót mens of áls mens? Embryo-onderzoekers kunnen hier geen antwoord op geven. Het betreft een vraag voor ethici, filosofen en theologen.

De Gezondheidsraad adviseerde de regering recent om de Embryowet aan te passen, zodat wetenschappers erfelijke ziektes uit embryo’s kunnen halen. Niet onbelangrijk om daarbij te vermelden is dat de Gezondheidsraad vindt dat er gediscussieerd moet worden over de ethische en juridische kant van het kweken van embryo’s. Of je leven nu een absolute of een relatieve beschermwaardigheid toedicht, je gaat een nieuwe grens over. Het kweken van embryo’s gaat een stap verder dan het aborteren van een foetus. Bij een abortus stop je leven vanuit een ‘noodsituatie’, bij het kweken van embryo’s breng je bewust leven tot stand met het doel dit te vernietigen.

Aan het begrip ”hellend vlak” hebben we in Nederland over het algemeen een hekel. Maar als we kijken naar de biotechnologische geschiedenis tot nu toe zien we voortdurend verschuivingen en vooral verruimingen optreden. Eerst mocht je geen embryo’s creëren voor wetenschappelijk onderzoek, maar alleen restembryo’s gebruiken. Binnenkort mag het kweken van embryo’s waarschijnlijk wel. Eerst mocht je niets met het embryo-DNA uitrichten, dat mag straks vast ook.

Tot nu toe wordt de veertiendagengrens gehanteerd bij het in leven houden van een menselijk embryo in een laboratorium. Langer was technisch gezien ook haast niet mogelijk. Nu klinkt de roep een grens van 28 dagen aan te houden, omdat dat nu mogelijk is. Maar als de levensduur in het laboratorium in de toekomst weer langer wordt, moet dat dan de grens worden?

Gezamenlijke visie

Een debat over deze vragen is dringend gewenst, bij voorkeur niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Daarin moet duidelijk worden uitgesproken waar de grenzen liggen bij het knutselen met embryo’s. De mogelijkheden van het laboratorium mogen daarbij niet het uitgangspunt zijn. Dit thema vraagt om een duidelijke ethische uitspraak.

Het zou het formatieproces helpen als de partijen een gezamenlijke visie formuleerden over wat er beschermd moet worden. De Embryowet moet gaan over de bescherming van het embryo zelf; niet over de belangen van wetenschappers. En in de discussie over wat er wel en niet mag, mag niet eenzijdig de nadruk worden gelegd op de nastrevenswaardige doelen van bestrijding en voorkoming van ziekten. Ethiek betreft niet alleen doelen, maar ook middelen.

Het besef dat leven gegeven is, plaatst ons in een betere verhouding tot het leven dan het besef dat het leven (technisch en wetenschappelijk gezien) maakbaar is. De boodschap van de NPV dat het leven een gave is van de Schepper Zelf, is actueler dan ooit. Het leven is kostbaar, van het allerprilste embryonale begin tot aan het einde.

Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink is directeur NPV | Zorg voor het leven. Reageren? rubriekforum@refdag.nl