Column: Onmatige gelijkheid

„De filosoof Buve stelt dat het gelijkheidsprincipe volkomen misverstaan wordt, wanneer iemand het als een absolute norm hanteert.” Foto Jeroen Buve, oprichter van de Geert Grote Universiteit. Beeld RD, Henk Visscher

Gelijkheid: onze Nederlandse Grondwet opent ermee. Het eerste artikel kun je zien als een beginselverklaring, zo stelt dr. Henk Post deze week in het tijdschrift Zicht. „In het gelijkheidsbeginsel wordt als het ware de democratische rechtsstaat samengebald. Zonder dit beginsel is er geen democratische rechtsstaat denkbaar.” Een voorbeeld waarin dit tot uitdrukking komt, is het algemeen kiesrecht voor iedere burger. En voor de wet is iedere Nederlander gelijk.

Strijdt dit met een christelijke politieke visie? Nee. De gedachte van gelijke behandeling tref je ook in de Bijbel aan. Zo moeten rechters zonder aanzien des persoons oordelen en rechtspreken. Het voortrekken van rijken en machtigen dan wel het achterstellen van armen en kwetsbaren wordt in Leviticus 19 scherp veroordeeld. Kromspraak doet mensen onrecht aan en onteert hun Schepper. In het licht van deze en andere Schriftplaatsen is er veel voor te zeggen dat de grondwettelijke rechten en vrijheden aan iedere Nederlandse burger toekomen.

Tegelijk blijkt dat het gelijkheidsprincipe regelmatig de klassieke vrijheden en rechten beperkt. Met name wanneer opvattingen van orthodoxe christenen in het geding zijn die afwijken van de seculiere meerderheidsopvatting. Het gelijkheidsstreven verdringt de vrijheid. Is het gelijkheidsbeginsel dan een ondeugdelijk uitgangspunt voor de democratische rechtsstaat? Die mening kan zomaar postvatten. Zeker als minderheden zich beknot voelen door het dominante discriminatieverbod. Wat gaat hier mis?

Een kraakheldere analyse kwam ik tegen in de memoires van dr. Jeroen Buve (1935-2017), getiteld: ”Een onverantwoord leven” (uitg. De Blauwe Tijger). De filosoof Buve stelt dat het gelijkheidsprincipe volkomen misverstaan wordt wanneer iemand het als een absolute norm hanteert. Hij stelt dat gelijkheid een richtinggevend principe is dat democratie mogelijk maakt. Maar bij de toepassing van dit beginsel gaat het volgens Buve tegenwoordig grondig mis, omdat men geen maat houdt en geen evenwichtigheid betracht ten opzichte van de klassieke vrijheden. Wie gelijkheid als absolute norm hanteert, wil alles en iedereen gelijkmaken. Dan gaat alle verschil verloren, verscheidenheid en diversiteit geraken in de verdrukking en de vrijheid legt het loodje.

In de visie van Buve vormen gelijkheid en gematigdheid een tweespan; twee beginselen die samen op moeten gaan. Het gelijkheidsprincipe dient bij de toepassing gematigd of beperkt te worden. Anders doe je de werkelijkheid, waarin mensen altijd en overal ongelijk zijn, geweld aan. In een goed functionerende democratische rechtsstaat verkrijgt de gelijkwaardigheid van mensen het volle pond, terwijl hun onderlinge verschillen tegelijk worden erkend en onderkend.

Dit vergt wel een voortdurende afweging van rechten en vrijheden, van algemeen en individueel belang. Daarvoor is een authentieke en verdraagzame democratische geest nodig. Wie principiële rechtlijnigheid en eenduidigheid wenst, kiest voor radicale gelijkheid. En rechtvaardigt dat door artikel 1 tot supergrondrecht te verheffen. Maar zo’n ‘democraat’ behoeft eigenlijk niet langer meer diep na te denken, zorgvuldig af te wegen of zich in te leven in uiteenlopende opvattingen en situaties van mensen. Zo iemand kan wat niet strookt met het uniformerende multiculturele ideaal ‘framen’ als achterlijke onverdraagzaamheid.

Dat gaat ongeveer als volgt: wie de Nederlandse cultuurhistorie koestert, zich thuis voelt in eigen dorp of stad en het vreemde wat gereserveerd tegemoet treedt, noem je xenofoob. Wie het homohuwelijk afwijst omdat dit strijdig is met het huwelijk zoals God dit heeft ingesteld, etiketteer je als homofoob. Wie tegen de genderideologie ingaat omdat die vaders en moeders of jongens en meisjes gelijk en onderling uitwisselbaar wil maken, brandmerk je als fundamentalist. En wie het feminisme bestrijdt, het geven van borstvoeding aan baby’s promoot en een herwaardering van het vaderschap bepleit, bestempel je als vrouwenhater. Effectief, want bij een club racistische, homofobe, vrouwenhatende fundamentalisten wil geen mens horen.

Wonderlijk genoeg vinden velen een ‘democraat’ die uit naam van gelijkheid z’n opvattingen oplegt aan anderen veelszins vooruitstrevend, vrijheidslievend en verdraagzaam. Zo verkeert de toepassing van gelijkheid als absolute norm in ongelijkheid, onderdrukking en onrechtvaardigheid. De nepdemocraten kunnen maar beter artikel 1 fluks aanpassen: „Alle Nederlanders zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen.” Het is wel zo duidelijk om te weten waar je aan toe bent.

Jan Schippers is directeur van de Guido de Brès-Stichting, het wetenschappelijk instituut voor de SGP.