Column: Nieuwe coronavirus boezemt angst in

De wereld staat op z’n kop door het nieuwe coronavirus. Het virus verscheen twee maanden geleden voor het eerst op een vismarkt in Wuhan, een stad met 11 miljoen inwoners in centraal-China. De epidemie komt snel op en verspreidt zich inmiddels over andere landen.

Wanneer iemand het virus oppikt, ontstaan na vier tot zeven dagen klachten van verkoudheid, hoesten en soms ernstige longontsteking, waaraan de patiënt kan overlijden. Patiënten kunnen het virus overdragen naar anderen en het aantal infecties verdubbelt zich op dit moment iedere week. De besmettingen komen nu vooral voor bij wat oudere mensen, van rond de 60 jaar, maar het zou goed kunnen dat de epidemie zich sneller gaat uitbreiden en grote bevolkingsgroepen gaat treffen. Het virus ondervindt weinig weerstand bij de mens en specifieke behandelmogelijkheden zijn er niet.

Zo’n opkomende epidemie boezemt ons angst in. Mensen kopen massaal mondkapjes en gebruiken handschoenen. Grote steden gaan op slot om verdere verspreiding te voorkomen en buitenlanders vliegen China uit. Op de vlucht voor een onzichtbare vijand, die dreigt met de dood.

Dodelijke epidemieën zijn er al sinds mensenheugenis. In de Bijbel worden allerlei plagen bij mens en dier beschreven. Heel duidelijk lag er altijd een relatie tussen dergelijke plagen en de toorn van God. De sprinkhanenplaag en de sterfte van de oudste zonen in Egypte waren direct het handelen van God.

Tijdens de reis door de woestijn vielen er onder de Israëlieten 14.700 doden, omdat zij protesteerden tegen het leiderschap van Mozes (Numeri 16). De 70.000 sterfgevallen door de pest, zoals beschreven in 2 Samuël 24, waren het directe gevolg van de zondige volkstelling door David. Er kwam genezing op het priesterlijke gebed van Mozes en David.

In de middeleeuwen legde men al veel minder verband tussen epidemieën en straf uit de hemel. Hele delen van de bevolking stierven door snel om zich heen grijpende ziekten als builenpest, longpest, difterie, dysenterie en tyfus. Epidemieën waren zo ernstig, dat soms wel een derde van de bevolking kwam te overlijden. In die tijd konden alleen de rijken en welgestelden vluchten naar afgelegen buitenverblijven, maar de armen gingen onverbiddelijk ten onder aan mysterieuze ziekten als de ”zwarte dood”.

Inmiddels is de welvaart toegenomen en denken we grip te hebben op onze gezondheid. We vaccineren wat we kunnen, we ruimen tienduizenden kippen en koeien zodra een eerste besmettingsgeval van vogelgriep of gekkekoeienziekte wordt geconstateerd. Zodra er maar gedacht wordt aan verschijnselen van SARS, MERS of ebola, gaat de patiënt in strikte quarantaine. Cruiseschepen met besmette mensen aan boord mogen niet meer aanmeren. De WHO neemt (terecht) allerlei maatregelen om verdere uitbraak en verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken.

Epidemieën zijn van alle tijden. Er is veel veranderd sinds de middeleeuwen, maar we houden een diepgewortelde angst voor een onzichtbaar oprukkende vijand die dreigt met de dood.

Het nieuwe coronavirus vult al dagenlang het nieuws en we volgen allemaal de getallen over verspreiding op de voet. Het zal toch onze huizen niet bereiken? En wanneer zal er een vaccin beschikbaar zijn dat het kwaad kan keren?

Het besef over de diepste oorzaken van deze vreselijke ziektegolven lijkt nu ook in de kerk te verdwijnen. Wie denkt er nog over na wat God de mensheid duidelijk wil maken? Dat hongersnoden en epidemieën aanduiden dat Hij komt! En waar klinkt het priesterlijke gebed van David? „Zie ik, ik heb gezondigd, en ik, ik heb onrecht gehandeld, maar wat hebben deze schapen gedaan?” (2 Samuël 24:17)

We vluchten voor de dood, en hoe bizar, we voeren deze weken tegelijkertijd discussie over de dood uit vrije wil. De wereld staat op z’n kop, niet door het nieuwe coronavirus, maar door onszelf.

De auteur is hoogleraar kinderlongziekten.