Column: Koningstroon

Spelen met Playmobil. beeld AFP

„Mam, ik kan bijna niet geloven hoe heerlijk dit is.” Een knalrood en bezweet gezichtje kijkt me enthousiast aan. Ze hupt weer van me weg. Duikt weer in de kussens. „Kom”, roept ze haar broertje. „We gaan weer verder.”

Gisteren was er nog nieuw lego gekocht. Van het verjaardagsgeld. Lang voor gespaard. Maar het stond nu onaangeroerd op de kast. Ze hadden ook net nog nieuwe stiften gekregen. Een groot pak. Met lekker veel kleuren. Zo konden ze weer kleurplaten volmaken. Maar de stiften lagen stil te slapen in hun mandje. Het felbegeerde ridder-Playmobil lag ook al in de kast. De riddertjes wachtten tot ze het kasteel weer eens in mochten. Maar ze wachtten tevergeefs.

Vandaag spelen ze samen hun spel. En dat niet met speelgoed, maar met kussens. De bank moet nodig weer eens gezogen. Ik leg de kussens even op de grond. Sta oogluikend toe dat ze daarmee aan de gang gaan. En wat is dat heerlijk. Je kunt een koningstroon maken van die kussens. Je maakt een hoge stapel, gaat erbovenop zitten en ploft dan zo naar beneden. Je kunt er ook tussen borstcrawlen. En wat denk je van lopen op een pad door de kamer? Met kussens als stenen?

Ik zijg even neer. En geniet van de rode gezichten. Van de gilletjes. Van het plezier van deze kinderen. Ik droom even weg. Ik zie in mijn gedachten kinderen turen naar een schermpje. Spelletjes in je eentje. Het zou nooit winnen van het plezier van samenspelende kinderen.

Wat er nu zo leuk was aan dat spelen van vandaag is niet te koop bij speelgoedwinkels. Niet te vinden in de kast. Ach, dit weten we toch eigenlijk al heel lang. Voor dreumesen blijken niet hun V-techrammelaars favoriet. Maar Tupperwarebakjes met pollepels. Voor kleuters blijven de puzzels in de kast en zijn zand, een paar steentjes en water reuzeaantrekkelijk. Voor tieners is –naast computertijd– buiten fietsen en vies worden in de sloot geweldig. Of trampolinespringen. En voor pubers is er geen tijd meer over om te spelen.

Maar de bank is hard zonder kussens. De stofzuiger moet weer opgeruimd. Jammer, het is weer voorbij. De aardse klussen moeten weer opgepakt.

Een troostvolle gedachte komt in me op. Het is van Zacharia. Straks. Dan zullen de straten van Jeruzalem vol zijn met spelende jongens en meisjes. En dat zonder einde. „Nee, lief kind, ik kan bijna niet geloven hoe heerlijk dit zal zijn.” Met een glimlach leg ik het laatste kussen terug in de bank.