Column: Klimaatakkoord stimuleert creativiteit

Met het klimaatakkoord moet Nederland de CO2-uitstoot terugdringen. ANP, Lex van Lieshout

Weinigen juichten toen het Nederlandse concept-klimaatakkoord naar buiten kwam. Ja, politici slaakten een zucht van opluchting dat er nu in ieder geval een akkoord was. Maar verder was vooral kritiek te horen. Te weinig, dit gaat niet genoeg helpen om de klimaatdoelstellingen te halen. De vervuilende industrie is te veel ontzien. De uitstoot door schepen en vliegtuigen wordt veel te weinig bij de gebruikers in rekening gebracht. Of van de andere kant: dit akkoord maakt van Nederland een derdewereldland, doordat de concurrentiekracht achteruit gaat. Ons land moet veel kosten maken, terwijl andere landen gewoon door kunnen gaan met hun vervuilende manier van leven en produceren. Trouwens, is er wel echt een klimaatprobleem? De hele discussie richt zich op CO2, terwijl dat gewoon een bouwsteen van het leven is.

Ik ga hier geen oplossing geven voor het debat rond de vraag hoe groot de menselijke invloed is op klimaatverandering. Toen ik promoveerde, moest ik beloven dat ik me zou gedragen overeenkomstig de rechten en plichten van een wetenschapper. Een van die plichten is uitspraken te doen volgens de huidige stand van kennis. Aangezien ik weinig kaas gegeten heb van wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering, onthoud ik me dus van harde, afwijkende stellingnames. Ik volg gewoon de wetenschappelijke consensus dat er sprake is van opwarming en dat de mens daar invloed op heeft.

Wel heb ik vragen bij conclusies die door beide kampen getrokken worden, vanuit een vakgebied waarin ik wel thuis ben, ondernemerschap. Beide kampen lijken uit te gaan van een min of meer statisch wereldbeeld, waarbij we aan een paar variabelen kunnen draaien om de uitkomst te beïnvloeden. Als we er te hard aan draaien, komen we terug in de steentijd. Draaien we er te weinig aan, dan loopt het met ons en onze planeet ook niet goed af. De mens is echter geen willoze variabele in een model. Ik denk dat de creativiteit en het aanpassingsvermogen van de mens andere uitkomsten kunnen laten zien dan verwacht wordt.

Beleidswijzigingen van de overheid en veranderingen in klantengedrag bieden volgens de theorie over ondernemerschap belangrijke kansen voor ondernemers. Duidelijk is dit te zien in de aanscherping van uitstootnormen en veranderende belastingregels voor auto’s en vrachtwagens. Terwijl autofabrikanten al decennia werken aan elektrische auto’s en andere technieken, zoals waterstof en brandstofcellen, wordt het pas echt interessant voor autobouwers zodra de regels daadwerkelijk zijn aangepast. Het helpt ook dat de dieselgate rond Volkswagen veel kopers bewust maakte van de nadelige kanten van dieselmotoren.

Een verbod op bepaalde producten en technieken maakt creativiteit los. Door beperkingen zien sommige ondernemers juist meer in plaats van minder kansen. Het geeft een gevoel van urgentie om nieuwe en betere oplossingen te zoeken. Geen gloeilampen meer? Dan nu vol inzetten op LED-lampen. Met als gevolg dat er nu prachtige, zelfs sfeervolle, LED-lampen zijn. Plastic zakjes verboden? Dan bieden we gewoon papieren zakken aan. Terwijl dat direct een deel van de milieuwinst tenietdoet.

Zo maakt het klimaatakkoord vast ook veel creativiteit los. Het zal leiden tot meer mensen die zelf hun energie gaan opwekken – en misschien ook hun eigen regenwater opvangen. De verkopen van elektrische auto’s zullen toenemen. Het zal de verdere transitie in de offshore-industrie van olieboren naar het opwekken van windenergie stimuleren. Nieuwe technieken worden nu extra interessant, zoals stroom opwekken uit golfslag of door ijzerverbranding. En ja, het klimaatakkoord zal er ook toe leiden dat meer mensen proberen een vliegticket dat een paar euro goedkoper is via België of Duitsland te krijgen. Ook dat is creativiteit. Mooi dus dat het concept-klimaatakkoord er is, zodat nu de zoektocht naar creatieve oplossingen een extra impuls krijgt – hopelijk vooral met positieve gevolgen voor het klimaat.

De auteur is consultant bij Lentera Papua in Indonesië en universitair hoofddocent ondernemerschap en organisatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.