Column: Kleding met een verhaal

Winkelend publiek in Amsterdam. ANP, Robin van Lonkhuijsen

Genaaid. Zo heet een programma dat de EO sinds half november uitzendt. In deze serie gaan vijf jonge modeliefhebbers, zonder dat ze dat vooraf wisten, naar Myanmar om te ondervinden hoe hun kleding wordt gemaakt. Ze plukken katoen, werken in een leerlooierij en schuiven aan in de lange rijen met naaisters in een fabriek. Ze zien hoe mensen worden blootgesteld aan schadelijke chemicaliën, die vervolgens worden geloosd op de rivier, terwijl boeren verderop hun akkers weer met dit water besproeien. Ondanks de grote rol die kleding in hun leven speelt, hadden deze jongeren geen flauw benul van het verhaal en ook het onrecht achter de productie van hun kleding. Het was een schokkende ontdekking (wat overigens ook in hun taalgebruik naar voren komt). Morgen is de laatste aflevering en zien we of hun ervaringen ook gaan leiden tot andere kledingkeuzes.

De mode-industrie wordt na de olie-industrie wel gezien als de meest vervuilende ter wereld. Door de groeiende tendens van ”fast fashion” kopen mensen steeds meer goedkope kledingstukken, die vaak maar kort meegaan. De laatste vijftien jaar geven we volgens het CBS steeds meer geld uit aan kleding en schoenen, terwijl de kledingprijzen met 10 procent daalden. De productie van al deze kleding brengt een forse milieubelasting met zich mee. Voor de productie van katoen is veel water nodig en voor de niet-ecologische variant worden ook veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Leer heeft een hoge milieubelasting door het gebruik van chroom bij het looien. Een probleem van niet-natuurlijke materialen, zoals acryl, polyester, lycra en viscose, is dat bij het wassen microplastics vrijkomen. Deze spoelen uit naar zee en hopen zich op in vissen en andere zeedieren en komen daardoor in onze voedselketen terecht. Daarnaast neemt de hoeveelheid kledingafval enorm toe. Niet alleen door afgedankte kleding die ongeschikt is voor een tweede ronde, maar ook door grote aantallen onverkochte kleding die modebedrijven in de afvalverbrandingsoven gooien.

De kledingindustrie verandert nog maar heel langzaam in een richting die duurzamer en eerlijker is. Het is een branche met een lange en vaak ondoorzichtige keten, waarbij verantwoordelijkheden gemakkelijk worden afgeschoven. Wil hier verandering in komen, dan moet er veel meer worden samengewerkt in de keten, dienen bedrijven hun verantwoordelijkheid serieus te nemen en is het zaak dat consumenten kiezen voor minder en betere kleding. Het is niet zo dat er helemaal niets gebeurt. Er zijn merken die al jaren duurzame en eerlijke kleding produceren, maar dat is slechts een handjevol. Daarnaast zijn er initiatieven, zoals de Fair Wear Foundation, waar bepaalde merken zich aan hebben gecommitteerd. Zij werken stap voor stap aan verduurzaming van het productieproces en verbetering van de arbeidsomstandigheden. Afgelopen week is tijdens de klimaattop in Katowice de Fashion Industry Charter for Climate Action gelanceerd. Die streeft naar CO2-reductie in de kledingbranche. Deze Charter is ondertekend door 43 modemerken en -bedrijven, die dit waar mogen gaan maken.

Uiteindelijk zal de kledingbranche alleen veranderen als we het verhaal achter de kleding echt serieus gaan nemen. Zolang we ieder seizoen weer tassenvol nieuwe kleding kopen voor een zo laag mogelijke prijs, houden we de erbarmelijke werkomstandigheden en milieubelasting in stand.

De vijf jongeren uit ”Genaaid” zijn ook op bezoek geweest bij bedrijven die werken met duurzame materialen en natuurlijke verfstoffen, onder menswaardige werkomstandigheden. Deze bedrijven kunnen alleen bestaan als modemerken ervoor kiezen om hun kleding door dergelijke bedrijven te laten produceren én wanneer consumenten dit kopen. Als consument kun je op internet vinden welke modemerken nu al kiezen voor duurzame en eerlijke kleding. Daarbij is het goed om dit onderwerp bespreekbaar te maken in de winkel en te vragen hoe de kleding is geproduceerd. Hoe meer informatie beschikbaar is, hoe beter we als consument een duurzame keus kunnen maken. Het zou jammer zijn als we daarvoor eerst allemaal naar Myanmar zouden moeten vliegen.

Dr. Martine Vonk schrijft en spreekt over duurzaamheid. Reageren? rubriekforum@refdag.nl.