Column: In de kerk ontloop je Abraham Kuyper niet

Abraham Kuyper

Nog één keer over Kuyper, ”de geweldige”, die donderdag 12 november honderd jaar geleden in Den Haag onder grote belangstelling werd begraven. Bij alles wat er over deze Abraham is langsgekomen, mis ik één aspect: zijn blijvende invloed op de liturgie in de gereformeerde gezindte. Degenen die hem eigenlijk alleen kennen van de ”veronderstelde wedergeboorte”, hebben nog wekelijks met Kuyper te maken.

Twee voorbeelden. Allereerst ons psalmboekje. Wie dacht dat in het ‘nawerk’ al eeuwenlang de Dordtse Leerregels zijn opgenomen, heeft het mis. De vijf artikelen tegen de remonstranten staan tot en met de 19e eeuw nooit in de uitgaven met de psalmen van Datheen of de berijming van 1773. Tot Kuyper. Die vraagt speciale aandacht voor ”De Drie Formulieren van Eenigheid” en zorgt ervoor dat alle drie de belijdenisgeschriften in 1897 worden opgenomen in het gereformeerde psalmboek dat in Middelharnis verschijnt. Even later drukt Jongbloed (Leeuwarden) de leerregels mee, en ook Van der Peijl (Kruiningen) neemt ze gaandeweg op in zijn uitgaven met de psalmen van Datheen.

Dan de orde van dienst. De eredienst zoals die nu in veel bevindelijk gereformeerde kerken gestalte krijgt –votum en groet, wets- en Schriftlezing, ”grote gebed” met voorbeden, zingen met collecte, preek, dankgebed, zegen– volgt precies de orde die de Gereformeerde Kerken in de tijd na Kuyper op hun synode van Middelburg (1933) vaststellen. Dat is overigens wel een sobere versie van wat Kuyper zelf voor ogen stond; deze had in zijn kolossale ”Onze Eeredienst” (1911) nog wel meer en andere noten op zijn zang. Bijvoorbeeld dat het ”grote gebed” met de voorbeden ná de preek moet plaatsvinden, terwijl het gebed vóór de preek een kort bede om de opening van het Woord en verlichting met de Geest kan zijn. Deze volgorde komt er in 1933 niet door. Het is echter wél de opbouw van de dienst die je steeds meer in bijvoorbeeld hervormd-gereformeerde kring tegenkomt. Kuypers échte ideeën komen via een omweg dan toch nog de gereformeerde gezindte binnen... Overigens zijn er gemeenten –bijvoorbeeld in oud gereformeerde kring– die vasthouden aan de 19e-eeuwse traditie waar Kuyper op reageert: dat een ouderling al vóór votum en groet de wets- en Schriftlezing doet. Die kring is nog het minst door Kuyper beïnvloed; behalve dan in het psalmboekje dat er in gebruik is.

Abraham Kuyper leeft voort in zijn daden. Ook wie zich tegen hem afzet –hetzij als kerstiaan, hetzij als hervormd-gereformeerde– komt hem nog iedere zondag tegen.