Column: Ich und Du

beeld ANP

Tussen laagland en hoogland, zee en lucht, bomen en zandverstuiving, stad en land, vormen voorwaartse gedachten zich op basis van hetgeen achter de horizon van de tijd vergleden is. Recreëren is opnieuw scheppen. Een zegen om in een periode van rust tijd en gelegenheid te hebben om idealen opnieuw in de verf te zetten, zodat ze straks weer goed uit de verf komen. Waar missie en visie zich weer laten ontvouwen, alsof ze opnieuw als frisse lentebloesem opengaan. Waartoe zijn we hier? Waar deden we het ook alweer voor? Wat draag ik daar persoonlijk aan bij?

Vragen die aan het begin van een nieuwe episode, naar ik hoop, bij velen herkenning opleveren. Allen die een vormende taak hebben, kunnen niet om deze vraag heen: Waar liggen de fronten nu eigenlijk? Waar moeten we op insteken? Wat zijn nu de essenties?

Deze vragen ontpopten zich onder andere bij mij in Utrecht op de tentoonstelling ”Bij ons in de Biblebelt”. Maar ook tijdens het lezen van mijn trouwe lijfbladen. Een slordige opsomming van de thema’s die ik daarin sinds jaar en dag tegenkom zijn deze: materialisme en duurzaamheid, huwelijk en (homo)seksualiteit, smartphonegebruik en (game)verslaving, schepping of evolutie, kinderdoop of volwassendoop, kerkverlating en kerkelijke verdeeldheid, toe-eigening en heilszekerheid. En daar valt gemakkelijk nog meer aan toe te voegen. Maar het rijtje staat stevig. Kennelijk zien wij hier onze fronten liggen.

Mijn gedachten glijden weg naar Martin Buber. Ich und Du. De werkelijkheid in deze wereld is voor de mens tweevoudig en laat zich vatten in de woordparen ”ik en jij” en ”ik en het”. Waar de ander een object, een ”het” is geworden, gaat er iets verloren. Iets van de heelheid. Iets van de werkelijke ontmoeting. Dan wordt de werkelijkheid fragmentarisch, plat en is de ziel eruit.

In het museum zijn we object geworden. Maar maken we van de gebroken werkelijkheid zelf vaak ook niet een object? Een thema dat we beschouwen, analyseren en voorzien van een plan van aanpak?

Wat als we meer ruimte nemen voor het gebied van de werkelijke ontmoeting, van het woordpaar ”ik en jij”? In de werkelijke ontmoeting is ruimte voor de essentie. Dan krijgen onze thematieken een ander gezicht en hebben we het ineens over Godsbeeld en mensbeeld. Ongrijpbaar en oncontroleerbaar. Maar wel met wonderlijke ontmoetingen. Als dat geen essentie is.