Column: Het Van Dalen-Ruissen-effect

Een eerlijke kans voor lokale productie en verkoop in ontwikkelingslanden vraagt om maatwerk. beeld AFP, Jekesai Njikizana

Wat gaan Grace in Sierra Leone en Getachew in Ethiopië merken van twee christelijke Europarlementariërs die op 23 mei gekozen zijn? Natuurlijk, Peter van Dalen en Bert-Jan Ruissen gaan zich inzetten voor vervolgde christenen, voor de diplomatieke banden met Israël en voor onze boeren en vissers.

Beide heren gaan zich echter ook inspannen voor onze verre naasten, van wie velen in armoede leven. Ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handel hebben een royale plek gekregen in het ChristenUnie-SGP-verkiezingsprogramma. Maar welke mogelijkheden hebben zij om zich via de EU in te zetten voor onze verre naasten?

De EU is een flinke speler als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. Per jaar geeft zij hieraan bijna 15 miljard euro uit. In internationale vergelijkingen komt de hulp van de EU er behoorlijk goed af, als je kijkt naar de kwaliteit, effectiviteit en transparantie ervan. Nederland besteedt ruim 10 procent van zijn eigen budget voor ontwikkelingssamenwerking via de EU.

Voor ontwikkelingslanden is het praktisch als de EU en lidstaten zoals Nederland onderling goed samenwerken. Zodat bijvoorbeeld de Oegandese minister van landbouw niet vandaag druk is met een Nederlandse, morgen met een Duitse en overmorgen met een Oostenrijkse delegatie die wil kijken hoe goed het gaat met de door ons gefinancierde projecten.

De komende maanden wordt er in Brussel door de nieuwe Europese Commissie, het nieuwe Europees Parlement en de ministers van de lidstaten onderhandeld over het EU-budget voor 2021-2027. Dan gaat het ook over de middelen voor ontwikkelingssamenwerking. In die onderhandelingen komen lastige vragen aan de orde.

Een eerste vraag is: in hoeverre gaat het EU-geld naar de armste landen? Op dit moment belandt nog te veel van de EU-middelen in landen met hogere middeninkomens, zoals Turkije, Marokko en China. Dat geld kan beter besteed worden in landen die het méér nodig hebben.

Een tweede vraag is: hoeveel ontwikkelingsgeld wil de EU besteden via bedrijven, en welke soort bedrijven? In navolging van Nederland verwacht de EU steeds meer van Europese bedrijven die investeren in lokale ontwikkeling in Afrika. Dit zou productiviteit en banen opleveren.

De praktijk is ietsje ingewikkelder. Het lokale midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden heeft nog te vaak het nakijken. En veel Europese bedrijven veroorzaken over de grens flinke milieuschade.

Een derde vraag is: hoe goed verantwoordt de EU zich over de besteding van het geld en hoe veel controle hebben Europarlementariërs daarop? Met betrekking tot een flink deel van het budget heeft het Europees Parlement alleen een adviserende bevoegdheid. Nationale parlementen zouden deze uitgaven moeten controleren, maar doen dat onvoldoende.

De EU heeft veel invloed op ontwikkelingslanden via handelsrelaties. Brussel promoot wereldwijde vrijhandel, maar ontwikkelingslanden zijn daar niet altijd of niet in elke sector klaar voor. Zo moeten West-Afrikaanse zuivelboeren opboksen tegen laaggeprijsde zuivelproducten uit Europa. En zouden uienboeren in die regio tijdens het oogstseizoen graag zien dat de import uit Nederland beperkt werd, zodat ze hun eigen uien beter kunnen verkopen.

Een eerlijke kans voor lokale productie en verkoop in ontwikkelingslanden vraagt om maatwerk. Handelsafspraken tussen de EU en ontwikkelingslanden moeten aan deze landen voldoende ruimte bieden om hun eigen vitale sectoren te versterken. Fairtrade is veel meer dan hagelslag van Max Havelaar. Fairtrade vraagt ook van de Europese Commissie een actieve inzet voor goede handelsafspraken. Het Europees Parlement moet daarop toezien.

Genoeg te doen voor de nieuwe Europarlementariërs. Christelijke politiek, óók in Europa, kenmerkt zich door een consequente inzet voor de meest kwetsbaren op de wereld. Wat zou het mooi zijn als onze nieuwe vertegenwoordigers kunnen bijdragen aan een EU-beleid dat transparant, effectief en eerlijk is. Dat gaan Grace en Getachew merken! Het Van Dalen-Ruissen-effect, zo noem ik dat.

De auteur is politiek adviseur Woord en Daad.