Column: Getuigen zijn

„Slaan we alle maatregelen in de wind of proberen we de richtlijnen na te leven, ook als dat zwaar valt en offers vraagt?” beeld ANP, Phil Nijhuis

Reputatie. Volgens de Van Dale staat het voor „(goede) naam, faam.” Op Wikipedia wordt het als volgt toegelicht: „Gaat het hoofdzakelijk om negatieve eigenschappen dan is sprake van een slechte of kwade reputatie, gaat het daarentegen om overwegend positieve eigenschappen dan is de reputatie goed.”

Ik moet vaak denken aan reputatie als ik de berichten in de media lees. Berichten dat de aantallen mensen die met Covid-19 besmet raken, die in het ziekenhuis opgenomen worden en die overlijden dagelijks harder groeien. Berichten over hoe de samenleving reageert op de verscherpte maatregelen. Berichten ook over hoe christenen op dit alles reageren. Veel van deze berichten hebben te maken met reputatie.

Wat zou men lezen als er, bij wijze van spreken, over enkele eeuwen een getuigenis over onze tijd teruggevonden werd? Zou het als volgt klinken? „Nederland wordt al ruim zes maanden geteisterd door een virus en het einde ervan is nog niet in zicht. De ziekte gaat niemand voorbij; christenen en niet-christenen, iedereen wordt erdoor getroffen. Steeds meer maatregelen worden er genomen om de verspreiding te stoppen. Maar het verzet daartegen groeit ook. Opvallend is dat dit ook onder christenen het geval is. In allerlei opzichten onderscheiden ze zich van de rest van de mensen. Ze hebben eigen gewoonten en gebruiken. Ze hebben allerlei maatschappelijke organisaties, speciaal voor hun eigen mensen, en tonen zorg voor elkaar. Ze hebben zelfs een heel eigen jargon. Maar in deze crisis onderscheiden ze zich niet. Ook bij hen geldt dat een deel van de mensen de maatregelen onzin vindt en zich zelfs niet houdt aan de basisregels om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen...”

Of zou het getuigenis als volgt klinken? „Christenen onderscheiden zich niet door land, taal of gewoonten van de rest van de mensen. Hoewel zij de plaatselijke gewoonten volgen in kleding, voedsel en overig levensonderhoud, leggen zij op wonderlijke en (toegegeven) paradoxale wijze getuigenis af van de aard van hun burgerschap. Zij spreiden broederlijke liefde tentoon, ze sparen zichzelf niet. Velen van hen sterven na zieken verpleegd en genezen te hebben. Bij de rest van de mensen was dit allemaal precies het omgekeerde. Wie tekenen van de ziekte vertoonde, werd in de steek gelaten, ze verlieten hun beste vrienden...”

Dit getuigenis is geen fictie, zoals het voorgaande. Het zijn vrijwel letterlijke fragmenten uit twee brieven, geschreven in de 3e eeuw na Christus. De eerste is de Brief aan Diognetus, vertaald door Michiel Op de Coul. De tweede is een brief van Dionysius in het boek ”Eusebius’ Kerkgeschiedenis”, vertaald door dr. Chr. Fahner. Beide brieven geven een rijk getuigenis van de reputatie van christenen die in het Romeinse Rijk leefden in een tijd van vervolging, oorlog en epidemieën.

Ook nu leven we in een tijd die getekend is door een epidemie, een tijd waarin er op allerlei manieren aan onze bestaanszekerheid wordt geschud. Daarom is het goed om stil te staan bij de vraag welke reputatie wij in deze tijd willen nastreven. Willen we een reputatie zoals de christenen in de 3e eeuw hadden? Als dat zo is, vraagt dat om bezinning. Allereerst bezinning op ons dagelijks handelen. Slaan we alle maatregelen in de wind of proberen we de richtlijnen na te leven, ook als dat zwaar valt en offers vraagt? Daarnaast ook bezinning op wat we uitstralen. Scheppen we een beeld van een bevolkingsgroep die vooral opkomt voor de eigen rechten of stralen we uit dat we het welzijn van onze medemens op het oog hebben en daarom eventueel bereid zijn om vrijwillig een deel van onze rechten onbenut te laten? En ten slotte vraagt het om bezinning op wat we uitdragen. Zijn we bereid om ons te verplaatsen in de ander en vanuit dat perspectief woorden te geven aan onze diepste drijfveer? En wat zouden onze woorden dan zijn?

Ouder dan de brieven van Diognetus en Dionysius zijn de woorden van de Heere Jezus: „Gij zult Mijn getuigen zijn” (Handelingen 1:8). Woorden met een opdracht. Maar ook woorden die een belofte kunnen zijn. Die belofte geeft ons de sterkste reputatie, Zijn reputatie.

De auteur is universitair hoofddocent bij de afdeling Verplegingswetenschap van het UMC Utrecht.