Column: Gesprek rond de maaltijd

„De verkoop van kaas en groenten direct bij de boer en tuinder neemt toe.” beeld ANP, Koen Suyk

Ons voedsel en de productie ervan staan flink in de schijnwerpers. Door het gebruik van pesticiden in de landbouw neemt de insectenstand af en door de uitstoot van methaan uit koeienmagen neemt de hoeveelheid broeikasgassen toe. Boeren hebben ook nog te kampen met een teveel aan fosfaten. En zo spelen er nog veel meer dingen rond ons dagelijks brood.

Als consument sta je vaak ver van de voedselproductie af, terwijl je je er dagelijks mee voedt. Wat moet je nu kiezen als je gezond en betaalbaar wilt eten en ook nog rekening wilt houden met de boer, de natuur en het milieu? Kiezen voor duurzaam voedsel is best een complexe exercitie geworden. Om die uitvoerbaar te houden, hanteer ik de volgende stelregel: ik kies voor voedsel dat zo puur mogelijk, zo eerlijk mogelijk en zo dichtbij mogelijk is geproduceerd.

Met ”puur” doel ik vooral op het vermijden van chemische bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor de natuur. De landbouw in Nederland is steeds meer een monocultuur geworden, waarbij er weinig ruimte is voor biodiversiteit. Meer en meer realiseren we ons dat we juist de diversiteit in de natuur nodig hebben voor een veerkrachtige landbouw. We kunnen niet zonder bijen voor bestuiving van fruitbomen en bepaalde groenten, en bijen hebben weer voldoende bloemen nodig voor hun voedsel. Een vruchtbare bodem heeft goede bacteriën en wormen nodig die de bodem ook luchtig houden. De natuur kan zelf heel wat reguleren, zonder dat chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig zijn. We leren steeds meer over natuurlijke manieren om ziekten te voorkomen.

Het duurt vaak drie jaar voordat een boer kan omschakelen naar biologisch. Daarom kopen we momenteel groenten van een boer die nog geen keurmerk heeft, maar al wel volop werkt als biologische boer.

Eerlijk voedsel kennen we vooral van de koffie en de chocola. Producten waarvoor de producent, doordat wij iets meer betalen, een gegarandeerde prijs krijgt, waardoor hij zijn kinderen naar school kan sturen en investeringen kan doen.

In deze column benader ik ”eerlijk” ook van een andere kant: ”eerlijk delen”. De aarde heeft een beperkte hoeveelheid ruimte, die we met elkaar en met de natuur moeten delen. Van de beschikbare landbouwgrond gebruiken we 75 procent voor veeteelt en slechts een kwart voor akker- en tuinbouw. Daarnaast neemt de ruimte voor natuur af.

Hoe kan dat beter? Nu, door minder vlees en zuivel te eten. Het eten van dierlijke eiwitten is heel inefficiënt. Voor een kilo rundvleeseiwit heb je acht tot tien keer zo veel grond nodig als voor een plantaardig eiwit van soja of graan. Als we meer plantaardige eiwitten gaan eten, komt er meer grond beschikbaar voor natuur. Dan is er meer ruimte voor een landbouw waarin voedselproductie en natuur zijn geïntegreerd. Er komen steeds meer vleesvervangers op de markt. En de keren dat we dan wel vlees eten, kopen we een duurzaam geproduceerd stukje, bij voorkeur bij een boer die we kennen.

Daarmee komen we bij ”zo dichtbij mogelijk geproduceerd”. Voor veel consumenten staat voedselproductie ver van hun bed. Maar ook een Nederlandse boer die veevoer inkoopt, heeft geen zicht op hoe zijn collega’s in Latijns-Amerika dat produceren. Daarom moet de hele keten transparanter worden. Een meer lokale voedselproductie helpt daarbij. Hoe korter de keten, hoe groter de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van mensen.

Korte kringlopen zijn veel beter voor het milieu. Denk aan het transportverschil tussen veevoer uit de regio en veevoer uit Latijns-Amerika of Azië. Ook de mest kan beter weer in de regio worden verwerkt. Dan wordt duurzame landbouw op ieder continent mogelijk, omdat de voedingsstoffen in de regio zelf blijven.

Steeds meer consumenten zoeken de boer op. Op open dagen neuzen ze rond op de boerderij. Ook de verkoop van kaas en groenten direct bij de boer en tuinder neemt toe. Mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Ik denk dat meer contact met boeren en tuinders leidt tot meer waardering voor het boerenwerk. Consumenten zijn dan ook eerder bereid om meer voor de producten te betalen.

Willen we gezond en duurzaam voedsel kunnen blijven produceren en kopen, dan zijn openheid in de voedselketen en onderling gesprek nodig. Daarom ben ik blij met initiatieven zoals GroenGelovig, dat op 15 juni een evenement houdt in Ede. Daar gaan boeren, natuurbeschermers en andere consumenten met elkaar in gesprek over hoe we samen kunnen werken aan een duurzamere voedselproductie, waarbij de boer kan blijven boeren, de natuur meer ruimte krijgt en de consument gezond en betaalbaar voedsel kan kopen.

Dr. Martine Vonk werkt als lector ethiek en technologie bij Saxion. Reageren? rubriekforum@refdag.nl