Column: Euthanasiasme

Als iemand aan overheid en samenleving vraagt om hem te doden, kan het antwoord slechts zijn: „Dit is onbespreekbaar, wij willen u niet kwijt!” Foto: folder van De Levenseindekliniek. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Verlichte denkers zien uit naar de komst van automaten waardoor iemand bij de inworp van een muntje zichzelf kan doden. Chesterton schrijft dit in ”Orthodoxie” (1908). Het lijkt vandaag niet eens ondenkbaar. Zo’n automaat is de ultieme consequentie van het heersende denken over zelfbeschikking en euthanasie.

In 2002 was Nederland het eerste land ter wereld dat euthanasie legaliseerde. Toen gericht op personen die zich in de laatste stadia van het leven bevonden en dodelijk ziek waren. Dat stadium zijn we allang gepasseerd. Zelfs euthanasie op demente patiënten is praktijk geworden. Op weerloze mensen die niet beseffen dat ze worden doodgespoten. Na de uitholling van de euthanasiewet is er nu politieke druk om een ”klaar-met-levenpil” te legaliseren voor personen die geen ziekte hebben, maar die lijden aan het leven zelf.

Hier komt het begrip ”voltooid leven” om de hoek kijken. Een begrip dat slaat als een tang op een varken. Een voltooid leven veronderstelt een tot de nok toe gevuld leven. Het heeft een positieve, montere klank. Een sublieme vertolking van het maakbaarheidsideaal.

Dit is zo’n misleidend begrip, dat we het nooit meer moeten gebruiken. Het gaat niet over mensen met een voltooid leven, maar over mensen die levensmoe zijn. Ze hebben alle belangstelling voor de wereld om hen heen verloren. Ze zijn klaar met leven of zien verschrikkelijk op tegen dóórleven. Niks soeverein terugblikken op een voltooid leven, maar lijden aan het leven zelf. De dood moet uitkomst bieden.

In het publieke debat wordt beklemtoond dat het gaat over autonome personen die zelf beslissen of en wanneer ze uit het leven stappen. Maar wie dieper graaft, ontdekt dat er achter die zogenaamd autonome mens kwetsbaarheid schuilgaat. Dan kom je eenzaamheid tegen. Het gevoel er niet meer toe te doen. Een blok aan het been te zijn van de eigen kinderen. Of de vrees te veel te kosten.

Alles wat wettelijk toegestaan wordt, dreigt op een gegeven moment normaal te worden. De angst is reëel dat een ‘voltooid leven-wet’ druk op kwetsbare mensen zet. Dat zij ervaren dat onze samenleving het normaal of zelfs natuurlijk gaat vinden dat mensen uit het leven stappen als ze oud worden. Dat zij zich moeten verdedigen als zij ervoor kiezen te blijven leven in plaats van te willen sterven.

Mensen die dood willen, hebben geen voltooid leven, maar zijn levensmoe. Daarop moet de remedie worden toegespitst. Door eenzaamheid te bestrijden en de wijsheid van de grijsheid te verzilveren. De kerk, maar ook de NPV, kan hier veel betekenen. Als het leven moeilijk wordt, moeten we mensen niet prijsgeven aan de dood, maar met aandacht, liefde en goede zorg nabij zijn. Aan alle medische behandeling komt een eind, maar niet aan de zorg.

Bovendien moeten we stoppen met het voeden van het monster van de zelfbeschikking. Mensen willen sterven, omdat ze niet kunnen aanvaarden dat ze afhankelijk van anderen worden. Het grootste deel van mijn leven wordt echter bepaald door anderen. Door ouders, echtgenote, kinderen, werkgever en overheden. We zijn nooit de enige auteur van ons levensverhaal. Dat we aan het einde van ons leven nog iets meer regie uit handen geven, hoeft ons niet panisch te maken. Wat meer erkenning van de grenzen van onze zelfbeschikking geeft ontspanning. Dat we allemaal eens sterven, is op zich al de grootste afrekening met al onze illusies over onze autonomie.

Voor mij is euthanasie onaanvaardbaar, omdat mijn leven in Gods handen ligt. Maar ook niet-gelovigen moeten erkennen dat er méér is dan rationele argumentatie. Het leven is heilig. Misschien zijn we te begripvol tegenover mensen die dood willen. Chesterton noemt zelfdoding dé zonde. Wie een mens doodt, doodt een mens. Maar degene die zichzelf doodt, doodt alle mensen. Voor zover het hem betreft, wist hij de gehele wereld uit.

Vrijwillig kiezen voor de dood moet taboe zijn. Als iemand aan overheid en samenleving vraagt om hem te doden, kan het antwoord slechts zijn: „Dit is onbespreekbaar, wij willen u niet kwijt!”

De auteur is directeur van de NPV en senator voor de SGP. Reageren? rubriekforum@refdag.nl