Column (ds. J. Belder): Over het dankbaarste schepsel en slapende discipelen

Biddende buizerd. beeld via Wikimedia

Zondagochtend. Vogels zingen hun lied. Een specht timmert aan de weg. Een kalf maakt bokkensprongen. Een lam kijkt me schaapachtig aan. Een ree gaat er als een haas vandoor. Mijn weg leidt naar omhoog.

Ik laat de brede A-weg links liggen en kies voor de route binnendoor. Door een ouderling uit deze contreien ooit aangeduid als de ”Gekrookte Rietroute”. Harskamp-Garderen-Elspeet-Doornspijk.

De stille zondagochtenden zijn ook hier verleden tijd. Zal mede te maken hebben met onze onzalige kerkfusies, kerkstrijd en kerkscheuringen. Het kerkelijk leven is in een eeuw tijds flink door elkaar gehutseld. Schapen en bokken stuiven tegenwoordig ingeblikt langs ’s heren wegen. In Uddel wandelen nog hele families in kerkpas vanuit de dorpskern naar De Beek. Maar ook hier legt het voetvolk het af tegen metaal.

Een paalzitter ziet het aan en denkt er het zijne van. Gereformeerd, hervormd, brexit, nexit, May, Baudet, zomertijd, wintertijd..., het zal hem een biet zijn. Hij of zij? In de familie Buizerd zijn de dames groter dan de heren, liet ik me vertellen.

Verderop waagt Reintje een snelle oversteek en verdwijnt vliegensvlug in het grote dierenbos. Wolven worden daar tegenwoordig met open armen onthaald. Wasberen geweerd en met de dood bedreigd, omdat ze enge ziekten kunnen verspreiden. Wolven en zwijnen kennelijk niet.

Tussen twee kort op elkaar volgende diensten nuttig ik een boterham bij de ingang van een weiland. Ik heb een broedende kievit in het vizier en zij mij. Een ooievaar beent op hoge poten door het groene gras. Een aardhommel helikoptert loom over vrolijke voorjaarsbloemen. Het is het jaar van de grutto, maar ik zie er geen. Gevolg van intensieve landbouw, mestinjectie en chemicaliën, roepen vogelvrienden. Ginds ligt een weiland onnatuurlijk oranje te zijn. Goed of slecht? Belangenbehartigers en belanghebbenden staan als kemphanen tegenover elkaar.

Een buizerd in zweefvlucht vangt mijn aandacht. Even later blijft hij kunstig op dezelfde plaats hangen. Ziet hij een prooi? Ik wacht gespannen op het moment dat hij zich als een baksteen uit de lucht laat vallen om met zijn scherpe klauwen muis, mol of konijn te grijpen. Hij bidt, zeggen de vogelaars. Wat is het dankbaarste schepsel, vraagt dr. Kohlbrugge in een van zijn nagelaten geschriften. Een hond, antwoordt hij. Waarom niet een buizerd, valk, uil of sperwer? Die bidden nog voor hun eten. Hoeveel mensen laten dat niet na? Het wordt tijd voor Doornspijk. De preek voert ons de kruisweg op. Waakt en bidt, zei Jezus tegen Zijn discipelen. En ze vielen in slaap. De buizerd niet.