Column (ds. J. Belder): Mij spreekt de blomme een tale

beeld iStock

„Alles staat in lentetooi, o wat is die mei toch mooi.” Maar dit jaar is hij dat wel heel nadrukkelijk. Het zal wellicht mei zijn geweest toen Spurgeon preekte over Hooglied 2:1, de Roos van Saron en de Lelie der dalen. Hij begon zijn preek aldus: „De tijd van de bloemen is weer aangebroken en het is goed om te luisteren naar hun boodschap voor ons.”

Zei de meesterdichter Guido Gezelle ook niet zoiets? „Als de ziele luistert, spreekt het al een taal dat leeft...” Die priester-poëet moet dezelfde verrukking gekend hebben die de dichter van Psalm 104 lyrisch stemde.

Een goed protestant denkt ook al snel aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis, aan de twee boeken waarin God Zich kennen laat. Schriftuur en natuur. Of liever: Schrift en schepping. Die tweede kenbron wordt omschreven als „een prachtboek waarin alle schepselen, groot en klein, de letters zijn die ons te aanschouwen geven wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.”

Je kunt de schepping verwaarlozen. Je kunt haar ook verafgoden. Je kunt haar uitbuiten. Hoe leerzaam is in dit opzicht de Thora en dan vooral het boek Deuteronomium. Zelfs in oorlogstijd geldt: handen af van akkers, bomen en bronnen. Een nest verstoren is verboden. En na een periode van intensief gebruik moet de akker tijd voor herstel krijgen.

Genade leert op een andere manier naar Gods schepping te kijken. Hoor de middeleeuwse monnik Franciscus van Assisi, de man van het armoede-ideaal, de boeteprediker, maar eens zingen in zijn ”Zonnelied”: „Geloofd om gans Uw creatuur, halleluja!”

We lopen in onze verstedelijkte samenleving een reëel gevaar niet of nauwelijks nog te lezen in ”Het boek der natuur”. Misschien bestond die dreiging ook al in de achttiende eeuw. Waarom anders zal het chassidisme, een Joodse stroming, toen zo nadrukkelijk aandacht gevraagd hebben voor Gods schepping? De natuur intrekken, flora en fauna observeren is haast niet minder belangrijk dan het bestuderen van de Thora, zeiden ze. Een voorrecht als ouders je uit beide boeken leren lezen. Voor dat boek der natuur hoef je niet eens ver weg te gaan. Met dank aan het pionierswerk van de vroegere Wageningse hoogleraar dr. P. Zonderwijk kleuren steeds meer bermen bont. Zelfs in de stad.

Wie ”Pallieter” van de Vlaamse schrijver Felix Timmermans kent, moet getroffen zijn door de aanstekelijke wijze waarop hij ”Het boek der natuur” observeert. Pallieter ziet in iedere bloem iets van God. Hij houdt van de dauw en geniet van alle weer. Of iedere lezer van deze column hem dat zo kan en durft nazeggen? Oordeel zelf maar.