Column (ds. J. Belder): Heldinnen

„De kloeke Maria van Reigersbergen (1608-1645), echtgenote van Hugo de Groot, smokkelde op 22 maart 1621 met hulp van dienstertje Elsje manlief per boekenkist Slot Loevestein uit.” beeld RD, Anton Dommerholt

Onlangs riep ik de toorn van enkele lezeressen over mij af door mij op deze plaats openlijk te ergeren aan het gedram van zeven (oud-)bestuursleden van mijn kerkverband. Circa 300 gemeenten in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) weren dames van de kansel en in het geheel is slechts een derde van de dominees in deze kerk vrouw. Een scherp stekende doorn in zeven paar (ex-)bestuurders.

Klopt hier nog wat kuyperiaans bloed? Naar ik vermoed, zijn het de ontwikkelingen in naburige kerkverbanden die de zeven aanmoedigden. En dan met name bij de vrijgemaakten. Vrouwen rukken daar stormenderhand op richting kerkenraadsbank en preekstoel. Wellicht mede dankzij de inspanningen van een werkgroep onder aanvoering van mevrouw Haan. Als je iets aanpakt, doe het dan gelijk goed, zullen ze daar denken.

Een lezeres zwakte haar tirade af door te beslissen dat vrouwen uiteindelijk voldoende mans zijn om voor zichzelf op te komen. Onmiddellijk dacht ik aan de lofrede die Joost van den Vondel afstak op Maria van Reigersbergen (1608-1645). De kloeke echtgenote van Hugo de Groot smokkelde op 22 maart 1621 met hulp van dienstertje Elsje manlief per boekenkist Slot Loevestein uit. Prins en Staten-Generaal hadden het nakijken. Vondel dichtte: „Een vrouw belacht al die haar persen; en laat hen op de tanden knersen. Een vrouw is duysent mannen t’ ergh” (te slim af).

Ik vroeg mij bezorgd af of er wel een straat, laan of plein naar deze heldinnen vernoemd is. Enkele fiere dames stelden die heikele kwestie eerder al eens aan de orde. Uit onderzoek bleek dat vrouwen in ons nationaal straten-, wegen- en pleinenplan zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Gelukkig vullen vrouwelijke Oranjes probleemloos hele wijken. Maar niettemin. In Amsterdam draagt slechts 12 procent van de infrastructuur de naam van een vrouw. Onaanvaardbaar, vonden enkele hoofdstedelijke dames. Zij wijzigden Herengracht in Damesgracht. Of Prinsengracht Prinsessengracht en Keizersgracht Keizerinnengracht werden, weet ik niet.

Onderwijs en rechterlijke macht vervrouwelijken, maar in het straatbeeld, op topfuncties in het bedrijfsleven en op kansels is het huilen. Ook bij de vuilnisophaaldienst. Maar of je in díé branche ooit een eigen straat krijgt? Ik vrees nog geen achterafsteegje.

„In de zwaarste kerken, waar vrouwen hoeden en rokken dragen”, schreef Trouw nog niet zo lang geleden, „hoeven de dames niet te rekenen op een plaats in kerkenraadsbank of kansel.” Ik vermoed het ook. Daarvoor moet je toch echt de broek aan. Liefst met tijgerprint.