Column: De geschiedenis is een schaduwland

Sri Lankanen in gebed op zondag 12 mei bij de eerste mis na de aanslagen die 258 mensenlevens kostten. beeld AFP

De afgelopen weken zijn er vele nieuwe schaduwen gevallen over de wereld buiten het paradijs. Op de dag van de opstanding van Christus werd door vertegenwoordigers van de pure duisternis dood en verderf gezaaid in een kerk in Sri Lanka. Op de avond voor Pasen overleed het zestienjarige nichtje van mijn medebroeder in de kerkenraad ten gevolge van een ongeval. In deze wereld leven we te midden van de dood. Wat is het alles onvoorstelbaar kwetsbaar.

Te midden van de duisternis kan er dan soms ook weer licht schijnen. Laatst gaf ik les aan klas 1a van de pabo van onze Driestar: een zeer levendig en tegelijk heerlijk stel jonge honden! Ze kwamen met tomeloze energie binnen, maar toen we gingen beginnen, werden ze stil en kwam er aandacht. We waren aangekomen bij de Vroege Kerk en spraken in de les over de christenvervolgingen onder Nero, Diocletianus en andere Romeinse keizers.

Vroeger gaf ik ook les over deze vervolgingen, maar toen waren die ver van ons bed verwijderd. Maar de laatste jaren zijn ze veel dichterbij gekomen. We hadden het erover dat in een kerk in Frankrijk een priester tijdens het bedienen van de mis door twee mannen van IS werd vermoord. Iemand zei dat zoiets zomaar ook in ons land zou kunnen gebeuren.

Als bij ingeving vroeg ik ineens aan een studente: „Stel nu eens dat er op dit moment, terwijl wij hier zitten, een IS-terrorist binnenkomt en jou het mes op de keel zet. Stel dat hij je dwingt om het geloof af te zweren en, als je dat weigert, je zal doden: Wat zou je dan zeggen?” Normaal zal ik niet zo snel zo’n vraag stellen, maar op de een of andere manier deed ik het.

Ik ben nog stil van het gesprek dat toen volgde. Deze studente zei dat, als zij de kracht van God zou krijgen, ze God niet zou kunnen of willen verloochenen. Een andere student zei daarop in tamelijk plastische bewoordingen dat hij, als hij ook maar even de kans kreeg, deze terrorist een enorme trap op een hier niet nader te noemen locatie zou geven. Een studente vroeg zich af hoe je, als je niet bekeerd bent, God zou kunnen belijden en zou kunnen sterven? Hieruit ontspon zich een heel gesprek over de vraag of God iemand zegent, als hij als niet gelovig mens toch bereid zou zijn te sterven voor Hem?

Van daaruit kwamen we op de situatie in de reformatorische wereld, waarin we heel ons leven op het erf des verbonds kunnen verkeren en de geloofsvraag uit kunnen stellen, waar in de Vroege Kerk deze ruimte er niet was omdat je eenvoudigweg werd gedwongen om je uit te spreken.

De jonge honden waren even hun energie kwijt en voor we er erg in hadden, was het lesuur om. Het was mijn laatste uur die dag en ik liep, na mijn spullen in mijn tas te hebben gedaan, naar het station van Gouda. In de trein kwam ik de halve klas 1a weer tegen want velen ervan wonen in of nabij het wondermooie baggerdorp Sliedrecht! Ik zat in de coupé bij twee mannenbroeders uit deze klas in de trein en we hadden nog mooie vervolggesprekken over de les. Ineens begonnen zij over de columns in het Reformatorisch Dagblad en zei een van hen dat zijn grootouders in Hardinxveld-Giessendam trouwe lezers van de columns van ”vriend Mackay” zijn.

Terwijl we zo zaten te praten en ik terugdacht aan de les, overviel mij een immense dankbaarheid. Wat een zegen dat er nog zulke fijne studenten zijn en dat ze onderwijzer willen worden. Ineens viel er licht over de schaduwen.

Het wonderlijke is dat het licht is gevallen over een les waarin het over de duisternis van de vervolgingen ging. Het is mijn diepste overtuiging dat we in deze wereld niet maar voor onszelf een fijn leven moeten zoeken en dan maar moeten hopen dat ons geen kwaad of ramp overkomt, maar dat we het schaduwland onder ogen moeten zien en dat te midden van de duisternis het licht Gods zomaar ineens kan gaan schijnen.

De auteur is historicus en filosoof. Hij werkt als docent aan de Driestar hogeschool te Gouda.