Column: De citomens

beeld ANP, Koen van Weel

Evolutionisten menen dat de kosmos 13,75 miljard jaar geleden door middel van een oerknal toevallig tot aanzijn is gekomen. In deze kosmos is sindsdien een proces aan de gang van voortdurende differentiatie van lagere naar hogere levensvormen. De Homo sapiens, ofwel de wetende mens, vormt de kroon van dit evolutionaire proces.

Ik beschouw mezelf niet als een evolutionist. Wat de evolutionist evolutie noemt, zie ik eerder als devolutie: neergang, verwording, of Bijbels gezegd: het zuchten van de schepping (Rom. 8). Sinds de zondeval heeft de mens de gehele natuur meegesleept. De schepping is een slachthuis geworden waarin dieren elkaar opvreten en mensen elkaar op de meest wrede en sadistische manier vermoorden.

Maar hoe we ook over dit gehele proces denken, er lijkt zich –daar is iedereen het over eens– een nieuwe soort aan te dienen. De Homo sapiens wordt momenteel opgevolgd door de citomens (Homo citoiensis). De citomens is de mens die zichzelf de ganse dag toetst. Hij onderwerpt zich aan tests en toetsen en wordt daar naar eigen beleving een beter mens van. De toets is immers bij uitstek een middel tot ”survival of the fittest” en het hele leven is één grote toetsstrijd. Pech natuurlijk voor de losers, maar ”such is nature”. De citomens is genoemd naar het fameuze landelijke instituut Cito, de plaats waar al deze toetsen worden bedacht. Het nieuwe Neanderdal, zeg maar.

De voorhoede van dit (d)evolutionaire proces is momenteel te vinden in Nederland. De nieuwe grotmens aldaar maakt namelijk van alle landen ter wereld de meeste toetsen en Nederland staat op dit punt op nummer 1 van de top vijf van de kenniseconomie.

Het kind is nog maar net het stadium van de flessenmelk ontstegen of het krijgt reeds zijn eerste toetsje. Vanaf dat moment wordt ieder kind aan een gestage reeks van toetsen en tests onderworpen om zo een zo hoog mogelijk kennisrendement te krijgen. Vakken die niet getoetst worden, tellen –zo hoor ik van heel wat onderwijzers– ook minder mee: „We hadden vanmiddag geen geschiedenis want de rekentoets moest nog af.” Hoogtepunt der hoogtepunten is de landelijke Cito-toets in groep 8. Dan wordt duidelijk wat ons kind allemaal kan. De droom van iedere ouder is natuurlijk het magische getal 550. Wee de onderwijzer die onder het landelijke gemiddelde of onder het gemiddelde van vorig jaar of het gemiddelde van de klas van de buurman zit. Die heeft iets uit te leggen. Ik hoorde dat op sommige scholen tijdens teamvergaderingen de cito-scores met naam en toenaam van de onderwijzers met een beamer worden geprojecteerd, als de nieuwe schandpaal!

Op het voortgezet onderwijs gaat dit proces vrolijk verder. In een eindeloze reeks toetsen en proefwerken wordt de leerling klaargestoomd voor zijn examen. Elke zichzelf respecterende school wil in de Trouw- en de Volkskrantlijsten goed tevoorschijn komen. Als je een beetje slim bent, werk je daar als school ook gewoon naartoe door goed op de meetpunten te letten en je daar op te ‘profileren’.

In het hoger onderwijs heeft de overheid nu ook instap- en eindtoetsen ingevoerd. Zonder enige pedagogiek of achterliggende notie van vorming worden deze toetsen gedropt op de hogescholen, die het maar moeten uitzoeken hoe ze hun studenten erdoorheen helpen. Het gebeurt momenteel zelfs dat een briljante onderwijzer die de eindtoets rekenen niet haalt, zijn pabodiploma niet krijgt en zich moet gaan omscholen.

Voor mij is de citomens het dieptepunt der onderwijskundige devolutie. Ik snap heel goed dat lang niet elke christelijke school onder mijn beschrijving valt, dat er nog heel veel goeds gebeurt en dat ik wat overdrijf hier en daar. Ik ben ook niet tegen goede, inhoudelijke toetsing, mits spaarzaam beoefend vanuit een inhoudelijke notie van echte vorming. Ik heb bovendien te doen met de directeuren en managers die zuchten onder de overheidsdruk, maar toch maar meegaan want ze willen niet het etiket krijgen van ”onderpresterende school”. Ik begrijp leraren die wel anders willen, maar die, omdat ze vrezen te worden afgerekend op de resultaten, meegaan met de meetdwang. Maar ondertussen zitten we met zijn allen wel in deze constellatie en gaan we erin mee.

Mijn hoop is dat we de moed hebben om hier tegenin te gaan. We herdenken de schoolstrijd, maar wordt het geen tijd voor een nieuwe schoolstrijd? Laten we de moed hebben om geen citomens te willen zijn maar een mens die de ware Wijsheid zoekt.

Dr. Ewald Mackay is historicus en filosoof. Hij is werkzaam als docent geschiedenis, cuma en filosofie aan Driestar hogeschool te Gouda. Reageren? rubriekforum@refdag.nl