Column: CJV-bibliotheek

„Tijdens de boekverkoping in de sluitende CJV-bibliotheek vond ik de boeken van W. G. van de Hulst: ”Zo’n vreemde jongen”, ”Willem Wijcherts” en het ontroerendste: ”Peerke en zijn kameraden”. beeld wgvandehulst.com

Toen ik op de eerste dag na de vakantie naar het stationnetje van Sliedrecht liep om weer naar de Driestar in Gouda te gaan, zag ik op het raam van het oude gebouwtje van de CJV-bibliotheek een papier hangen. Ik stopte even om te lezen wat er op dit blad van het Christelijk Jongeren Verbond stond: De bibliotheek zou gaan sluiten en daarom zou er het komende weekeinde een verkoping van haar boeken zijn.

De CJV-bibliotheek bestond sinds 24 oktober 1891. Ze was opgericht door de CJMV-afdeling ”Uw Koninkrijk kome” in Sliedrecht. Deze Christelijke Jonge Mannen Vereniging was de Nederlandse pendant van de Young Men’s Christian Association (YMCA), een wereldwijde christelijke jongerenorganisatie die in 1844 was opgericht door George Williams.

De bibliothecaris, die in 1948 op zijn dertiende als hulpje van de toenmalige bibliothecaris begon, had nu besloten om ermee te stoppen. Hij had 68 jaar gediend, en ook zijn medewerksters hadden er decennialang gewerkt. Kom daar eens om in het tijdsgewricht van het jobhoppen!

Nu was het moment daar. De bibliotheek zou gaan sluiten. Er was nauwelijks meer belangstelling voor haar 9000 boeken. Op een avond kwamen er hooguit nog een paar oudere mensen. Jongeren zag je er helemaal niet meer.

Vorige week zaterdag ging ik naar die boekverkoping. Het rook er nog net als vroeger naar oude boeken en linoleum. Als kind mocht ik namelijk elke vrijdagavond met mijn vader mee naar deze bibliotheek. De bibliothecaris zat dan aan een tafel, voor een houten bak met kaarten. Je noemde je nummer en dan kreeg je een mapje met daarin een aantal kaarten in verschillende kleuren. Die stonden voor verschillende categorieën, zoals kinderboeken, jongensboeken, meisjesboeken, romans en studieboeken. De boeken die je uitzocht, wer- den genoteerd op de desbetreffende kaart, en voor 10 cent kon je je boek een week lenen.

Het was een christelijke bibliotheek; naar de openbare ging je immers niet! Nog heel lang hield het woord openbaar voor mij de betekenis die het voor me had toen ik kind was: niet-christelijk, heidens en goddeloos. Het was voor mij een hele schok om, toen ik eenmaal ook naar de openbare bibliotheek in Sliedrecht ging (niet dat ik zelf openbaar was geworden), te ontdekken dat daar ook christelijke boeken op de planken stonden.

Zelf had ik thuis een rijtje van zo’n veertig boeken, en dat was veel te weinig voor mijn onverzadigbare leeshonger. Maar met deze CJV-bibliotheek kon ik voorlopig mijn boekenmaag vullen.

Wat een heerlijkheid was het om daar op die vrijdagavond heen te gaan. Heel de bibliotheek ademde de vreugde van de vrijheid die komen ging. Het werk was gedaan en het weekeinde was begonnen. Het stond vol met mensen die „een mooi boek” uitzochten. Straks zou je met je stapeltje boeken onder de arm het land der verbeelding gaan betreden!

Hier ontdekte ik de zes jongensboeken van J. B. Schuil. De allermooiste waren ”Rob en de stroper van Tjot-Idi”, over een jongen die door zijn klas wordt doodgezwegen, en ”De Artappa’s”, over de vriendschap tussen een Hollandse jongen en een Afrikaanse koningszoon. Hier vond ik de boeken van W. G. van de Hulst: ”Zo’n vreemde jongen” en ”Willem Wijcherts”. En het ontroerendste: ”Peerke en zijn kameraden”, over drie Hollandse jongens en een Belgische jongen die in de Eerste Wereldoorlog zijn benen had verloren ten gevolge van een bombardement en nu in een Hollands huis aan een stadsgracht woonde, waar zijn grootvader viool voor hem speelde. Hier vond ik ook de ”Bob Evers”-boeken van Willy van der Heide: die waren weliswaar niet zo mooi als de boeken van Schuil en Van de Hulst, maar het was heerlijk om te verdwalen in de avonturen van de Amerikaan Bob Evers, de sproetenkoning Arie Roos en Jantje Prins, die de hele ”Encyclopaedia Britannica” op alfabetische volgorde las. Er waren daar zo veel andere boeken die mijn verbeelding gaande maakten: ”Het geheim van het oude horloge” van Leonard Roggeveen, de spannende ”Hardy’s”-boeken van Franklin Dixon en de boeken van Anne de Vries, Diet Kramer, J. W. Ooms en veel anderen.

Ik liep na al die jaren weer langs de boekenplanken. Mijn geliefde boeken stonden er nog altijd. Ik heb ze voor 50 cent per stuk gekocht om de herinnering aan dit paradijs vast te houden. Een immens heimwee vervulde mij: zo meteen gaat deze oerwereld van mijn jeugd verdwijnen.

Zouden de kinderen van vandaag later datzelfde heimwee hebben bij het terugzien van hun iPads en computergames? Of is er eens en voorgoed iets verloren gegaan?

Dr. Ewald Mackay is historicus en filosoof. Hij is werkzaam als docent geschiedenis, cuma en filosofie aan Driestar hogeschool te Gouda. Reageren? rubriekforum@refdag.nl