Column: Broodje aap

„Fairtrade Max Havelaar vindt het minimumloon in ontwikkelingslanden te laag en wil toewerken naar een fatsoenlijk loon voor arbeiders.” beeld ANP, Lex van Lieshout

Is me dat even knap vervelend. Heb je al jaren uit overtuiging bananen en koffie met keurmerk gekocht, krijg je ineens te horen dat het met de arbeidsomstandigheden van de boeren nog steeds bar gesteld is. Zelfs op plantages met een keurmerk! Hebben die wereldverbeteraars mij al die jaren een broodje aap verkocht. Waar zijn al die extra euro’s gebleven? Wie is er dán beter van geworden? Daar deed ik het toch niet voor?

Dat was mijn spontane reactie toen ik in de media las over een nieuw onderzoek van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) uit Amsterdam. SOMO keek hoe het gesteld is met de lonen van arbeiders op plantages en grote boerderijen. Haar conclusie, na vergelijking met eerder onderzoek: er is weinig verbeterd. Veel media namen zonder wederhoor de uitkomsten van het rapport over.

En jawel, de dag erna werd ik er door een schoonzus, zelf betrokken wereldburger, al op aangesproken. Terwijl we een vorkje prikten voor de verjaardag van ons kleine nichtje, vroeg zij: Is dat waar? Heeft dat fair trade allemaal nog wel zin? Mijn antwoord: Ja, het heeft zéker zin. En nee, het verhaal van SOMO zegt niet alles over keurmerken. Maar waarom zouden we doorgaan met keurmerken? Wat voor goeds hebben die opgeleverd?

Het belangrijkste nut is dat producenten openheid van zaken moeten geven. Ze moeten laten zien wat ze doen om hun mensen een goed loon te kunnen betalen, hoe ze voor een veilige werkvloer zorgen en hoe ze omgaan met bestrijdingsmiddelen en afvalverwerking. Die openheid kan bijdragen aan vertrouwen. Je weet als consument dan beter wat je in huis haalt. Als het je ter harte gaat dat arbeiders op verre plantages een fatsoenlijke boterham verdienen, moet je een product met keurmerk kopen. Zónder keurmerk heb je geen garantie dat de producent daarom geeft. Mét keurmerk weet je dat er stappen gezet worden naar betere lonen en arbeidsomstandigheden.

Hebben de SOMO-onderzoekers dan geen punt? Zeker wel. Wat ze over lonen en arbeidsomstandigheden op grote boerderijen en plantages naar voren brengen, is reden voor bezorgdheid. Andere aspecten waar keurmerken óók over gaan, zoals milieuvriendelijker produceren en toegang tot scholing en gezondheidszorg, kregen helaas veel minder aandacht in het rapport. Daardoor blijven positieve resultaten, die er óók zijn, buiten beeld. Ook komt te weinig naar voren dat niet alle keurmerken met elkaar vergelijkbaar zijn. Het ene legt de lat hoger dan het andere. Zo vindt Fairtrade Max Havelaar het minimumloon in ontwikkelingslanden te laag; het wil toewerken naar een fatsoenlijk loon voor arbeiders.

Het SOMO-rapport heeft zeker zijn waarde. Het spoort bepaalde keurmerken aan tot beter. Zodat ze bijvoorbeeld niet tevreden zijn met het minimumloon, maar aankoersen op een leefbaar loon voor werknemers. Dat was ongetwijfeld ook het doel van de organisatie. Des te wranger is het dat door de berichtgeving nu het beeld ontstaat dat het allemaal weinig zin heeft.

Want nu blijft een vraag knagen: Keurmerken bestaan toch al jaren? Hoe kan het dan dat we er nog steeds niet zijn?

Een belangrijke verklaring is dat veel consumenten en bedrijven nog steeds niet geïnteresseerd zijn in wat er aan het begin van de productieketen gebeurt. En ook al zouden alle Nederlanders er wél om geven, dan misschien de veel talrijkere Spanjaarden en Italianen niet. Dus stel dat wij uit teleurstelling allemaal stoppen met fairtradekoffie en -cacao, dan dendert de wereld om ons heen gewoon door. En gaan wij misschien weer oneerlijke chocola kopen...

Pas las ik een interview met de manager duurzaamheid van KLM. Ze werd bevraagd op de duurzaamheid van onze nationale trots. Ze zei: „Als KLM morgen zegt:„ We stoppen ermee”, dan willen alle reizigers nog steeds reizen. Een andere, minder verantwoorde luchtvaartmaatschappij stapt in het gat en dan is er nog niks veranderd. Het zal het klimaat niet vooruithelpen als KLM stopt met vliegen.” Tenzij, dacht ik toen, steeds meer reizigers stoppen met vliegen óf ook van alle andere luchtvaartmaatschappijen eisen dat ze duurzaam vliegen. Dan wordt KLM ook meer aangespoord om te investeren in duurzame oplossingen.

De sleutel tot succes ligt tot op grote hoogte bij de consument. Naarmate méér consumenten eisen dat die kleine boer een eerlijk deel van de prijs van het eindproduct krijgt en de werknemer een fatsoenlijk salaris ontvangt... Naarmate die consumenten bereid zijn daarvoor te betalen, daarover vragen durven stellen...

Keurmerken verkopen geen broodjes aap. Ze moeten zich waarmaken in een complexe markt van producenten en consumenten, die niet allen om duurzaamheid geven. Maar geef ze juist dáárom de tijd en de kans om tot een succes uit te groeien!

Evert-Jan Brouwer is politiek adviseur Woord en Daad. Reageren? rubriekforum@refdag.nl