Column: Aanschouw de luiaard, gij mier!

We werken in Nederland gemiddeld slechts 28,7 uur per week. beeld ANP, Jeroen Jumelet

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Begin jaren 70 verscheen onder deze titel een boek van de bekende theoloog A. A. van Ruler. Met een variant op Van Ruler kunnen we vragen: Waarom zou ik naar mijn werk gaan? Als dat geen passende kwestie is, na de Dag van de Arbeid.

Ik stel haar niet aan de orde om het nut van arbeid in twijfel te trekken. De overheid ziet ons dolgraag aan het werk en ik ben er de man niet naar om de revolutie te prediken. Nee, het is een vraag die ik de laatste tijd in verschillende boeken ben tegengekomen. Vorige week nog, in het pas verschenen ”Waarom werken we zo hard?” van de hand van Govert Buijs.

Dát mensen werken, wekt geen verbazing. Van Ruler trakteert de lezers op maar liefst 21 redenen om naar de kerk te gaan. Het zal niet meevallen om er evenzoveel te formuleren met betrekking tot werk, maar we komen een eind: 1. geld verdienen; 2. arbeidscontract naleven; 3. maatschappelijke bijdrage leveren; 4. sociale contacten opdoen; 5. talenten benutten; 6. lichamelijke of intellectuele uitdaging; 7. zinvol bezig zijn; 8. status/respect verwerven; 9. je roeping volgen; 10. pensioen opbouwen; 11. de tijd doden; 12. belastinginkomsten voor de overheid genereren; 13. bijkomen van het gezinsleven; enzovoorts. Het raadsel is eerder dat de westerling zo véél werkt.

Marx kon zich in 1846 nog niet voorstellen dat er voor de mensheid veel vrije tijd is weggelegd. ’s Ochtends jagen, ’s middags vissen (beide niet-recreatief!), ’s avonds veeteelt bedrijven en na het eten filosoferen, zo zag het leven van de arbeider er in het communistische ideaalbeeld uit.

In 1930, waren de vooruitzichten al een stuk rooskleuriger. Toen voorspelde de econoom Keynes dat er in onze tijd nog maar 15-urige werkweken nodig zouden zijn. En dat niet eens om dagelijks brood op de plank te hebben. De welvaart zou zo gestegen zijn, dat we vooral nog zouden arbeiden om de ”oude Adam in ons” tevreden te stellen. Na millennia in het zweet zijns aanschijns te hebben gewerkt, zou het de mens immers zwaar vallen om helemaal te stoppen. Vandaar die drie schamele uurtjes per dag, om het af te leren.

Keynes’ paradijselijke visioen is helaas geen werkelijkheid geworden. De realiteit is deze: het is gezien ons welvaartsniveau absoluut niet nodig om 30- tot 40-urige werkweken te maken, maar toch doen we het en masse. Met veel minder uren zouden we ook in staat zijn om in ons levensonderhoud te voorzien, gesteld natuurlijk dat we genoegen zouden nemen met een minder luxueus leven. Onze ongeneeslijke hang naar luxe (strikt genomen alles wat niet noodzakelijk is om te overleven) is een van de verklaringen waarom Keynes’ profetie niet is uitgekomen. Andere verklaringen zijn bijvoorbeeld dat het economisch systeem waarin we functioneren dit afdwingt of dat we als mensen nu eenmaal plezier beleven aan werk.

En toch, als we ergens in de buurt komen van Keynes’ vergezicht, dan is het in Nederland. Gemeten naar het gemiddelde aantal uren betaald werk per week is ons kikkerlandje het paradijs op aarde. Nergens anders ter wereld wordt er zoveel vrije tijd genoten. We werken gemiddeld slechts 28,7 uur per week. Op Europees niveau laten we hiermee onze zuiderburen, noorderburen en oosterburen net achter ons. De vraag is hoe dit te verenigen is met onze calvinistische arbeidsmoraal. Merkwaardig genoeg wordt er in Europa het meest gewerkt in vanouds katholieke en oosters-orthodoxe landen en het minst in protestantse landen. Van de acht calvinistische en lutherse landen die de Europese Unie rijk is, komen er zes voor in de top tien van korte werkweken.

Keynes voorzag dat er met korter wordende werkweken meer tijd vrijkwam voor de ”real values of life”, zeg maar de zaken waar het in het leven echt om gaat. Wellicht voor liefhebben, recreëren en geloven. En, vooruit, voor recreatief vissen en ’s avonds filosoferen à la Marx. Als dat zo is, dan moeten we er alles aan doen om onze Europese koppositie te behouden en te vergroten. Alle werkmieren in de leer bij de luiaard dus.

De auteur is werkzaam aan de Tilburg School of Catholic Theology. Zijn onderzoek richt zich op de verhouding tussen theologie en economie. Reageren? rubriekforum@refdag.nl