Christen mag seculiere cultuur heiligen

Niemand kan zich aan de cultuur waarin hij leeft, onttrekken. beeld iStock

Hoe dient een christen te staan in een onchristelijke cultuur? ‘Gewone’ activiteiten van christenen kunnen eeuwigheidswaarde hebben als bouwstenen van het Koninkrijk van God.

In juni verscheen het rapport ”Denkend aan Nederland”. Het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau gaat over hoe Nederlanders denken over hun identiteit. Voor de gemiddelde Nederlander blijken christelijke waarden geen ankerkenmerk te zijn van de nationale identiteit. Ook uit eerdere rapporten over de stand van het geloof in ons land (bijvoorbeeld ”God in Nederland”), rijst het beeld op dat christelijke waarden zijn verdwenen uit het publieke domein. De meeste media zijn uitgesproken atheïstisch of nihilistisch, kerkverlating neemt toe en kerkgebouwen staan leeg. Kortom, we leven in een geseculariseerde cultuur.

Cultuur sluit alles in wat door mensen bedacht en gemaakt is. Het gaat dan niet alleen om bepaalde objecten, gebruiken of taal, maar ook om ideeën, zingevingsverhalen en tradities. Niemand kan zich aan de cultuur waarin hij leeft, onttrekken. Dat geldt ook voor de huidige geseculariseerde cultuur. Die beïnvloedt ieder, positief of negatief. Daarom is het van groot belang om deze tijdsgeest te peilen en de positie van een christen ertegenover te bepalen.

Missen christenen, zonder reflectie op deze positiebepaling, niet een geweldige kans om iets voor de wereld waarin zij leven te betekenen vanuit de christelijke roeping?

Lichtbaken

Je kunt als christen op grofweg drie manieren met de tijdsgeest omgaan. De eerste is kritiekloos met de huidige cultuur meegaan, waarbij die de christelijke waarden overstemt. De vraag daarbij is of dan nog zichtbaar blijft dat een gelovige God toebehoort en dat de Heilige Geest een nieuw leven geschonken heeft. De woorden en daden zijn geen getuigenis meer tegenover de wereld.

De tweede houding tot de cultuur is tegenovergesteld aan de eerste door de tijdgeest radicaal af te wijzen en zich zover mogelijk eruit terug te trekken. Het problematische aan deze houding is dat het christelijke leven geen lichtbaken meer is in de duisternis. Christenen worden voor de onchristelijke buur onbereikbaar en oefenen geen aantrekkingskracht op de naaste meer uit.

De derde weg is er een van kritisch reflecteren op de cultuur en de goede elementen ervan heiligen. De Bijbel wijst ons deze weg: vol in de wereld staan en de goede dingen daarin opnemen in de grote beweging naar de nieuwe eeuw van de wederkomende Christus.

Daar is in de eerste plaats onderscheidingsvermogen voor nodig, naast veel gebed, Bijbelkennis en de werking van de Heilige Geest. Vanaf de geschiedenis van de zondeval leren we dat we de opdracht hebben om waakzaam te zijn, om alles wat op ons afkomt te toetsen aan het Woord van God (1 Thessalonicenzen 4:21, 22). Tegelijk tekent de Bijbel ons niet alleen als zondige, maar ook als kwetsbare mensen. Beide aspecten maken het de mens moeilijk om op de juiste wijze om te gaan met de onchristelijke cultuur. De apostelen roepen ons op om, voorbij de kwetsbaarheid, kritisch te staan tegenover de cultuur om ons heen. We moeten persoonlijk, en als gemeenschap van gelovigen, Bijbelse wijsheid ontwikkelen.

Verbond

In de tweede plaats mogen we de goede dingen in de cultuur waarin we leven heiligen. God Zelf stelt in de Bijbel het voorbeeld: Hij neemt heel concreet elementen van heidense volken over. Zo sloot Hij met Abraham en Israël een verbond (Genesis 15, Exodus 24), een typisch oud-oosters gebruik tussen een machtige vorst en een ondergeschikt volk. De tabernakel en de tempel vertoonden opmerkelijke gelijkenissen met Egyptische tempels. De Heer heiligde ook heidenen, zoals Rachab de Kanaänitische en Ruth de Moabitische, die oermoeders van Jezus zijn. Hiermee gaat Hij in het Nieuwe Testament verder, zoals Hij Petrus in het gezicht met de onreine dieren in het laken duidelijk maakte (Handelingen 10).

Lijstje

Hoe zit het nu vandaag? Wat mogen wij heiligen, en hoe moet dat dan? Daar is helaas geen lijstje van te maken of een set van vuistregels voor te geven. Het begint met de erkenning dat God de Almachtige onze Schepper en grote Koning is, Die Zich in Zijn Woord laat kennen. Hij roept ons om Zijn beeld te zijn, als koninklijke vertegenwoordigers (Genesis 1:26). Door het bestuderen van de Bijbel leren we wat dat beeld is, hoe wij ons moeten gedragen en welke cultuuraspecten een plaats kunnen krijgen in Gods Koninkrijk. Dat geldt voor vruchten op alle levensterreinen. Het zijn gaven die tegelijk opgaven zijn, behorend bij de opdracht om de aarde „te bewerken en te onderhouden” (Genesis 2:15).

De Heer heiligt ons: Hij geeft ons een nieuwe bestemming en opdracht. Wij, op onze beurt, mogen die heiliging doorgeven aan onze (onchristelijke) naaste. Denk bijvoorbeeld aan Job die zijn kinderen heiligde (Job 1:5). Of aan de ongelovige man die geheiligd is door zijn vrouw en de ongelovige vrouw door haar man (1 Korinthe 7:14).

Laten we het goede gebruiken met dankzegging, „want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed” (1 Timotheüs 4:4, 5). Zo hebben onze ‘gewone’ activiteiten eeuwigheidswaarde als bouwstenen van het Koninkrijk van God. Wij, de ‘heidenen’, mogen later onze schatten indragen in het Nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21: 24, 26). Deze belofte is alleen maar genade.

De auteur is architectuurhistoricus en heeft zich gespecialiseerd in de geschiedenis van christelijke cultuur.