Christen kan zeker gebruikmaken van cliëntenrechten in ggz

„De christelijke barmhartigheid waar Eleos voor staat, geeft alle ruimte aan de stem van de cliënt.” Foto: Espalier, een woonvorm van Eleos ”Mijn thuis” in Kesteren. beeld Sjaak Verboom

Cliëntenrechten passen bij de wederkerigheid binnen de christelijke ggz. Cliënten met een gereformeerde achtergrond hoeven er dus niet huiverig voor te zijn, betogen Femmeke van den Berg en Kees van Iwaarden.

Autonomie heeft de afgelopen jaren een steeds grotere plaats gekregen in de samenleving, en zo ook binnen de psychiatrische zorg. Zelfregie in de zorg is daardoor niet langer een ondergeschoven kindje, zo blijkt uit de nieuwe benaderingen van zorgverlening. Het wordt ook zichtbaar in de zogenoemde nieuwe ggz, waarin herstelgerichte zorg centraal staat.

Een belangrijk onderdeel van deze herstelgerichte zorg is empowerment, een begrip dat duidt op het ontwikkelen van eigen kracht, eigen regie en de emancipatie van de psychiatrische cliënt. De Nederlandse overheid sluit daarbij aan in haar wet- en regelgeving op dit terrein. De stem van de cliënt lijkt steeds belangrijker, waardoor aan zijn recht op medezeggenschap een steeds prominentere plaats wordt toegekend.

Betwist recht

Tegelijkertijd is het recht op medezeggenschap ook een betwist recht, zeker onder de gereformeerde achterban van Eleos, een instelling die christelijke psychiatrische zorg biedt.

De cliëntenraad van Eleos signaleert vragen rondom het gebruik maken van rechten. Bezwaren die hiertegen worden ingebracht, hebben vooral te maken met de overtuiging van cliënten vanuit hun christelijke achtergrond dat ze geen rechten hebben. Het zondaar zijn maakt hen tot een ”rechteloze”. Daarbij past het een mens niet zich te beroepen op zijn rechten.

Echter, (afzien van) recht op medezeggenschap en verootmoediging tegenover God zijn twee verschillende dingen. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen verticale en horizontale rechten, waarbij verticale rechten betrekking hebben op God en horizontale rechten op onze medemens.

We onderschrijven het standpunt dat we als mens geen rechten hebben in relatie tot God. Sinds de zondeval is er van onze kant niets waarop we ons tegenover God kunnen beroepen. Maar ten opzichte van onze medemensen bestaan er wel degelijk rechten, en dit is zeer Bijbels.

Staatsburgerschap

Als er ooit iemand geweest is die zijn ”rechteloze staat” voor God heeft beleefd en tegelijkertijd wist voor honderd procent afhankelijk te zijn van vrije genade, dan wel de apostel Paulus. Toch maakte dezelfde Paulus herhaaldelijk gebruik van zijn rechten, ontleend aan zijn Romeinse staatsburgerschap, dat bepaalde dat niemand mocht worden gestraft zonder wettige veroordeling.

Paulus beriep zich op dat recht, eerst in de gevangenis in Filippi en later in de burcht Antonia in Jeruzalem. Ook in hoger beroep gaan, was een recht dat met dit staatsburgerschap verbonden was. Hiervan maakte Paulus gebruik toen hij zich in de rechtszaal in Caesarea ten overstaan van de Romeinse stadhouder Festus beriep op de keizer, toentertijd het hoogste gerechtshof.

Hieruit volgt dat er ook voor een christen zeker wel sprake is van horizontale rechten. Met het oog hierop zou het woord ”cliëntenrechten” zonder spanning gebruikt kunnen worden binnen de christelijke ggz.

Relationeel kader

Wellicht wordt er bij begrippen zoals autonomie, zelfregie en cliëntenrechten een verband gelegd met de manier waarop deze begrippen in de geschiedenis een plaats hadden. Niet zelden moest er ‘gevochten’ worden voor recht; emancipatie ging niet altijd zonder strijd. Medezeggenschap kan hierdoor in de sfeer komen van ”zij tegen wij”. Toch is dat niet de sfeer waarin autonomie een plaats heeft in de herstelgerichte zorg.

Binnen de christelijke ggz staat een begrip zoals empowerment altijd in relatie tot het christelijke mens- en wereldbeeld. Het christelijke mensbeeld is relationeel van aard. God heeft de mens geschapen in relatie tot Zichzelf en anderen. Vanuit dit relationele kader, waarin je als mens voor het aangezicht van God leeft én aan elkaar gegeven bent, is autonomie geen bedreiging voor onderlinge relaties. Ook is het niet ongepast om als christen je wensen kenbaar te maken of een klacht in te dienen wanneer er sprake is van onheuse bejegening. Gebruikmaken van je cliëntenrechten binnen de christelijke zorg is juist een kans om eigen verantwoordelijkheid te nemen en om nieuw zelfvertrouwen te ontwikkelen in een veilige omgeving, waarin je elkaar ziet als gelijkwaardige medeschepselen.

De christelijke barmhartigheid waar Eleos voor staat, geeft alle ruimte aan de stem van de cliënt. Oog hebben voor de ander en elkaar ontmoeten vanuit het verlangen bij te dragen aan herstel (weerbaarheid is daarbij een belangrijke factor) gaan niet zonder een luisterend oor voor wat de ander beweegt. Dit zorgt ervoor dat een begrip als cliëntenrechten logischerwijs voortkomt uit principiële wederkerigheid, die christelijke zorg kenmerkt.

Femmeke van den Berg is verbonden aan het Kennisinstituut christelijke ggz (Kicg), Kees van Iwaarden is ervaringsdeskundige en heeft zitting in de cliëntenraad van Eleos.