Brief van de hoofdredactie: Waar zit de uit-knop?

Hoofdredactie RD
De rustige newsroom van het Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn. beeld RD
2

Uniek zijn we niet als krant. Elk bedrijf in Nederland, klein en groot, merkt de invloed van de coronacrisis waarin we ons bevinden. Wel uniek is het om een krant te maken in een tijd van social distancing, van afstand houden, een tijd waarin bijna alle collega’s thuiswerken.

Als hoofdredacteur kwam ik deze week nog regelmatig op kantoor. In de newsroom gonst het normaal gesproken van activiteiten. Maar als ik nu, vrijdagavond, om me heen kijk, zie ik welgeteld vier collega’s zitten. Met zo’n klein groepje kun je uiteraard nooit deze hele zaterdagkrant samenstellen. Dat hoeft ook niet, want in tientallen thuiskantoortjes zetten medewerkers zich in om dit Apeldoornse team te voorzien van artikelen.

De manier van werken is in een paar weken tijd sterk veranderd. Bij onze dagelijkse vergaderingen kijken en praten collega’s van huis uit mee, terwijl wij in Apeldoorn plotseling al die studeerkamers kunnen bekijken. Op de achtergrond staat een wasrek of een boekenkast en soms kijkt een van de kinderen om de hoek. Intussen wordt er veel werk verzet. We merken dat dat voorziet in een behoefte, want het bezoek aan onze website is drie keer hoger dan normaal.

Dat klinkt aardig, maar er zit ook een andere kant aan. Juist door de grote druk van de nieuwsstroom is er soms te weinig tijd voor reflectie. Om even uit die snelstromende nieuwsrivier te stappen en vanaf de oever alles te bezien. Om stil te staan bij wat er nu wérkelijk gebeurt. En vooral bij de vraag wat God ons met deze crisis te zeggen heeft.

Ik geef eerlijk toe: soms lukt het amper om dat stapje terug te zetten. Ook journalisten lopen het gevaar dat er geen uit-knop meer te vinden is, als het gaat om het dagelijkse leven. Dat je ’s avonds inslaapt met gedachten aan het nieuws en dat je daar ook mee wakker wordt. Tegelijkertijd leer je van zo’n crisis ook dat veel zaken in de agenda doorgeschoven kunnen worden. Ineens blijkt veel waar we druk mee waren toch van ondergeschikt belang te zijn.

Dat zal ook de ervaring zijn van collega’s en lezers die zelf ziek zijn, in quarantaine verblijven of ernstig zieke familieleden hebben. Het doet me terugdenken aan maandagmiddag. Omdat we nu geen predikant meer uitnodigen voor onze weekopening, las een van de leidinggevenden een meditatie voor ons, dit keer van ds. F. Bakker, over een tekst uit de brief van Jakobus: „Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde!”