Blijf kiezen voor uniek onderwijs

De Heere gaat door met Zijn werk, zowel in de kerk als in de scholen. Daarin ligt de verwachting voor de toekomst van Bijbelgetrouw onderwijs. Foto: Calvijn College in Goes. beeld Calvijn College

Het antwoord op de vraag of reformatorische scholen voldoende leerlingen houden, is aan de ouders. Zij hebben die scholen opgericht, zij maken ook nu weer de afweging voor de schoolkeuze, al gaat het uiteindelijk voor een school met de Bijbel niet om de hoeveelheid leerlingen, maar om het hart van elke leerling.

Net als andere scholen doen ook reformatorische scholen volop mee aan de ‘strijd’ om de leerling. Na de jaarwisseling is ook de leerlingenwerving voor het komende schooljaar 2019-2020 weer begonnen. De eerste aankondigingen van de open dagen en oriëntatieavonden zijn alweer verschenen. Advertenties, flyers en soms ludieke acties moet de aandacht van ouders en toekomstige leerlingen trekken. Scholen lijken zich steeds drukker te maken om nieuwe leerlingen binnen te halen. In de werving wordt het onderwijsaanbod breed uitgemeten. De sterke punten worden neergezet. Iedere school wil immers goed naar voren komen.

Ook reformatorische scholen proberen zich te profileren. Uniek! Dat woord spatte van een paginagrote advertentie van de zeven reformatorische middelbare scholen (RD 5-1). Uniek is ook dat die zeven scholen hiertoe voor het eerst samen het initiatief namen. Dat is aan de ene kant heel mooi, maar tegelijk ook broodnodig. En dat is een teken aan de wand.

Krimp

Waarom toch al die wervingsactiviteiten om maar zoveel mogelijk leerlingen binnen te halen voor het aankomende schooljaar? Een belangrijke reden is ”krimp”. De groei van het voortgezet onderwijs is voorbij. Er worden minder kinderen geboren, waardoor de instroom in het onderwijs kleiner wordt. Een ontwikkeling die, zij het vertraagd, ook het reformatorisch onderwijs niet voorbij gaat. In reformatorische kring worden de gezinnen immers ook kleiner.

Een andere reden van de actievere leerlingenwerving is dat schoolkeuze minder vanzelfsprekend is geworden. Niet ieder kind in Nederland gaat meer vanzelf naar de school van de eigen kring of de school in de eigen buurt. Schoolkeuze is meer een afweging geworden van allerlei factoren. Scholen komen steeds vaker in een concurrentiepositie terecht.

Reformatorische scholen mogen zich nog gelukkig prijzen dat hun achterban voor het grootste deel voor reformatorisch onderwijs kiest. Desondanks voelen ook deze scholen de druk om zich steeds duidelijker te profileren.

Bagage

De vanzelfsprekendheid waarmee veel ouders voor het reformatorisch onderwijs kiezen, mag niet leiden tot genoegzaam achteroverleunen. Integendeel: reformatorisch onderwijs is het aan zijn stand verplicht om kwalitatief goed onderwijs te geven. Het is immers onderwijs met de Bijbel.

Kwalitatief goed onderwijs is belangrijk, maar niet het belangrijkste. Reformatorische scholen zijn niet opgericht omdat andere scholen te weinig kwaliteit boden. Deze scholen zijn er gekomen omdat er behoefte was aan onderwijs met een onbetwiste Bijbelse grondslag. Om jongeren een oriëntatie, een fundament mee te geven. In het verlengde van de opvoeding thuis en het onderwijs in de kerk.

Die noodzaak is er nog steeds. De opdracht is onveranderd, maar de context is wel anders geworden. Leerlingen moeten meer dan vroeger bagage meekrijgen om te werken en te dienen in een maatschappij vol veranderingen, onzekerheid, complexiteit en onduidelijkheid. Ook om te leren staan voor hun principes, om soms tegen de stroom in te kunnen zwemmen. Dat verwachten de ouders en daar willen de reformatorische scholen voor staan.

Hogere dimensie

Moeten reformatorische scholen eigenlijk wel actief leerlingen werven? In de beginjaren waren het juist de ouders en de kerken die actief waren met leerlingenwerving. Kerkenraden die vanaf de kansel en tijdens huisbezoek opriepen de kinderen in te schrijven bij de pas opgerichte scholen. Ouders die vervoerscommissies opzetten om hun kinderen op school te krijgen. Ouders en kerken die de eerste schoolbesturen vormden en als vrijwilligers bergen werk verstouwden.

Toen was de vraag: krijgen we voldoende leerlingen? Nu is de vraag: houden we voldoende leerlingen? Het antwoord is aan de ouders. Zij zijn het die de scholen hebben opgericht, zij maken ook nu weer de afweging voor de schoolkeuze. Er is echter ook nog een andere, hogere dimensie: de Heere gaat door met Zijn werk, zowel in de kerk als in de scholen. Daarin ligt de verwachting voor de toekomst van Bijbelgetrouw onderwijs. Uiteindelijk gaat het dan voor een school met de Bijbel niet om de hoeveelheid leerlingen, maar om het hart van iedere leerling.

De auteur is voorzitter van het overleg van bestuurders van reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs.