Bijbelse gerechtigheid heeft twee assen

Weerwoord
„Herstel van de relatie met God heeft gevolgen voor onze omgang met de naaste, met Gods schepping en onze plaats daarin.” beeld iStock

Voor het verstaan van het hart van de Reformatie is het essentieel dat Christus alleen mijn gerechtigheid voor God is. Maar is daarmee alles gezegd over gerechtigheid?

Een Bijbels-theologische doordenking kan ons scherp houden om verschillende facetten van het begrip gerechtigheid niet uit het oog te verliezen.

Het woord heeft inderdaad allereerst te maken met de rechte verhouding tot God, de herstelde verbondsrelatie. Daardoor mag ons leven weer tot bloei komen vanuit de genadekracht van God en door onze persoonlijke omgang met Hem. De Schrift wijst ons in Oude en Nieuwe Testament op die breedte van het begrip gerechtigheid. Herstel van de relatie met God heeft gevolgen voor onze omgang met de naaste, met Gods schepping en onze plaats daarin. Gerechtigheid heeft allereerst een verticale as, maar evenzeer een horizontale. Geen van beide mag tekortkomen.

Abraham heeft in zijn leven door genade mogen tonen, ondanks allerlei beproevingen en tekorten, waartoe genade in staat is. Hij is hervormd van afgodendienaar tot getrouwe dienaar van de Levende. Dat heeft zijn levenshouding gestempeld.

De profeten hebben het volk Israël steeds weer opgeroepen tot terugkeer tot God. Zij brachten die boodschap als onlosmakelijk verbonden met het oefenen van recht en gerechtigheid in het persoonlijk leven en in de gehele samenleving. Het valt op dat in Jesaja 11 het optreden van de Messias en het vrederijk getypeerd worden door recht en gerechtigheid. Gerechtigheid behoort tot Zijn wezen. Hij is de Zon der gerechtigheid en brengt genezing.

Gerechtigheid is ook typerend voor Zijn volgelingen, want zij hongeren en dorsten ernaar, al komt het hun op vervolging te staan. Zij belijden op dit punt hartelijke verbondenheid met hun Heere en Heiland. Heel hun levensrichting wordt immers beheerst door het zoeken van het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Dat is de weg waarin het ware leven open bloeit.

Steeds ligt het gevaar van versmalling op de loer. Dan wordt of de horizontale of de verticale as van gerechtigheid verabsoluteerd en losgetrokken van het grotere Bijbelse verband. Er waren en zijn theologische stromingen die vrijwel uitsluitend de nadruk leggen op de sociaal-maatschappelijke kanten van het begrip gerechtigheid en vooral het menselijk activisme en de politieke boodschap centraal stellen. Dit leidt tot verschraling en mogelijk soms zelfs tot verloochening van het Evangelie van Gods genade in Jezus Christus. Het zou zomaar kunnen dat in de reformatorische kerken vanuit een reactie op bevrijdingstheologie en dergelijke het aspect van de sociale gerechtigheid in de samenleving onderbelicht blijft. Daarbij wordt geen recht gedaan aan de breedte en diepgang van de Bijbel. Mogelijk hebben we op dat punt rond onze herdenking van de Reformatie te doen met een blinde vlek.

Het is een heilige kunst om de twee assen van het woord gerechtigheid in ”kruisverband” te blijven zien en beleven. Dat is niet allereerst een zaak van ”de handen uit de mouwen”. Het begint met handen vouwen en knieën buigen, om door genade te mogen zien wat Gods bedoeling is met alle leven en samenleven. Essentieel daarbij is dagelijks te leren dicht bij de Heere te leven en Zijn voetstappen te drukken. Zo leert Zijn Geest ons kijken met in beginsel vernieuwde ogen, die scherper waarnemen waar sprake is van recht en onrecht. Het snijdt ook in ons eigen vlees en betekent een leven van een heilige, geestelijke strijd. Het wenkend perspectief geeft moed om in geloof te volharden. De contouren van het koninkrijk van God beginnen zich reeds af te tekenen. Het klinkt vanaf de Troon: „Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.” Dat reformerende werk van God is al volop aan de gang. Daarbij gebruikt Hij mensen die hebben leren hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Voor hen is de heerlijke erfenis weggelegd en die raakt alle dingen, hemel en aarde. Het koninkrijk beërven is nooit menselijke verdienste, maar altijd goddelijke genade.

De auteur is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de TUA.