Bijbel staat vlees eten toe, maar met mate

Wie de keus maakt vlees noch vis te eten, doet niets verkeerds, maar moet wel de goe-de argumenten gebruiken. beeld iStock

Het aantal vegetariërs in ons land neemt jaarlijks toe. Inmiddels zijn er ongeveer een miljoen. Ook onder orthodoxe christenen zijn er steeds meer die vinden dat het niet gepast is een biefstukje te bestellen. Hun stellige overtuiging is dat je een dier niet moet doden om er als mens beter (of dikker) van te worden.

Wie een kwarteeuw geleden vertelde dat hij vlees noch vis at, werd meewarig aangekeken. Dan mankeerde je toch wel iets in je bovenkamer. Bij diners, in restaurants en bij veel westerse vliegmaatschappijen stonden er op de menukaarten geen alternatieven voor de vleesgerechten. Vegetarische maaltijden kende men bijna uitsluitend in Aziatische landen, waar bijvoorbeeld sommige hindoes uit ascetische overwegingen geen vlees willen eten.

Dat is vandaag de dag wel anders. Wie vegetarisch wil eten, kan meestal kiezen uit een ruim aanbod. In de schappen van levensmiddelenzaken is de laatste decennia het aantal vegetarische producten fors toegenomen. Geen mens schaamt zich er meer voor dat hij vlees en vis laat staan. Vegetariër zijn is trendy.

De keus om vlees en vis van het bord te weren, maken mensen om verschillende redenen. Grofweg kunnen ze in twee groepen worden ingedeeld. De ene groep doet dit vanuit de overtuiging dat vleesconsumptie zeer schadelijk is voor het milieu. De andere groep vindt dat het slachten van dieren zielig is voor de beesten en inbreuk maakt op de rechten van de dieren. Deze standpunten worden met verve en soms ook met fanatisme verdedigd.

Elke dag vlees

Dat de vleesconsumptie de laatste halve eeuw pijlsnel is toegenomen, kan niemand ontkennen. Midden jaren vijftig kwam er bij de meeste huishoudens in ons land alleen op zondag een stukje vlees op tafel en soms op woensdag nog een gehaktbal. De meeste gezinnen hadden geen geld om doordeweeks vlees te eten. Dat is vandaag de dag heel anders. Vrijwel iedereen heeft voldoende inkomen om, als hij dat wil, iedere dag vlees op tafel te zetten.

Met de toename van de vleesconsumptie groeide ook de vleesproductie (en omgekeerd). Wie de slacht door de dorpsslager midden jaren vijftig vergelijkt met de vleesfabrieken van nu constateert dat zich in de vleesverwerking een revolutie heeft voltrokken. Er worden in grote slachterijen honderden koeien per dag geslacht. Vleesfabrieken draaien dankzij een constante aanvoer van slachtvee. En daar zit de pijn voor het milieu. Zonder megastallen kan de vleesindustrie niet voldoen aan de vraag naar vlees. Het fokken van de enorme aantallen dieren leidt tot meer uitstoot van ammoniak en CO2. Dat betekent een aanslag op het milieu. Zo verdedigen mensen de matiging van de vleesconsumptie of een vegetarische levensstijl.

Groot onderscheid

Maar er is ook een ander motief waarom mensen ervoor kiezen vegetariër te zijn. Sommigen stellen dat het doden van dieren inbreuk maakt op de rechten van dieren.

Met deze stellingname zetten de tegenstanders van vleesconsumptie vaak mens en dier op één lijn. Feitelijk zeggen ze dan dat de mens een veredeld dier is – een gedachte die veel evolutionisten ook huldigen.

Voor christenen kan deze gedachte nooit acceptabel zijn. Zij weten vanuit de Bijbel van het grote onderscheid tussen beiden: de mens heeft een onsterfelijke ziel en een dier niet. Bovendien: volgens de Bijbel is alleen de mens geschapen naar Gods beeld. Dat staat er niet van het dier. In de Bijbel is de mens een uniek schepsel, het kroonjuweel van Gods schepping. Het dier kan dus Bijbels gezien niet dezelfde rechten hebben als de mens.

Toch zijn er christenen die vinden dat het eten van vlees niet kan. Het doden van een dier past volgens hen niet bij een Bijbelse levensstijl. Een christen is immers geweldloos. Dus dan moet je ook geen geweld willen gebruiken om een dier te doden.

Offer van Abel

Het is aan de hand van de Bijbel moeilijk te verdedigen dat de mens geen dier zou mogen doden. In de eerste plaats staat het afwijzen van het doden van dieren op gespannen voet met de offers die in het oude Israël dagelijks werden gebracht voor de zonden van het volk. Daar moesten dieren voor gedood worden. Soms waren dat er zoveel, dat de priesters met hun voeten in de plassen bloed stonden. Wie tegen het doden van dieren is, moet dan ook deze offerdienst afwijzen.

In de tweede plaats geeft de Heere Zelf in Gen. 9:3 expliciet toestemming aan de mens om dieren te consumeren. „Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze. Ik heb het u alles gegeven, gelijk het groene kruid.” Calvijn zegt bij deze tekst: „Dit moet ons het meest waard zijn, dat wij vlees eten, en dat dit door Gods gunst ons is toegestaan. (...) Daarom heeft de Heere ongetwijfeld voor ons geloof willen zorgen, toen Hij duidelijk door Mozes getuigde, dat Hij het gebruik van vlees de mensen vrij liet, opdat wij niet met een twijfelmoedig en angstig hart zouden eten.”

Door sommigen wordt aangevoerd dat de Heere deze toestemming pas gaf na de zondvloed. Aanvankelijk zouden mens en dier alleen planten en kruiden eten (vergelijk Gen. 1:29-30 en 2:16). In het Paradijs vloeide er geen bloed.

Maar dat veranderde al na de zondeval. In Gen 3:21 staat dat de Heere de mens rokken van vellen aandeed. Om die te maken, moest er eerst bloed vloeien. Kort daarna valt te lezen dat Abel een offer van de eerstgeborenen van zijn schapen bracht. De samenstellers van de Studiebijbel schrijven over het offer van Abel: „Dit versterkt de indruk dat hij als veehouder zijn kudde niet slechts voor de wol houdt maar ook voor vlees om dat te eten. Juist dat maakt zijn offer tot het afstaan van iets waardevols.”

Het valt dus moeilijk vol te houden zich met een beroep op de Bijbel te verzetten tegen het doden van dieren ten behoeve van menselijke consumptie. Ook de dieren zijn de mens tot voeding gegeven.

Waarbij overigens wel overeind blijft dat de omvang van de vleesindustrie een aanslag is op het milieu. Dat stelt inderdaad de vraag of de huidige vleesconsumptie wel verantwoord is. Een biefstukje minder kan zeker geen kwaad. De Bijbel roept op matig te zijn in alle dingen. Wie vanuit de zorg om het behoud van een goed milieu ervoor kiest minder vlees te eten, geeft op dat punt zeker ook invulling aan het begrip matigheid. Wie de keus maakt vegetariër te zijn, doet niets verkeerds. Maar die moet wel de goede argumenten gebruiken. De Bijbel wijst het vlees eten niet af. De Bijbel verplicht wel om zorgvuldig om te gaan met de schepping.