Biechten mag, in een gesprek van hart tot hart

We moeten ernst maken met het Bijbelwoord ”belijdt elkander de misdaden”. beeld RD, André Dorst
2

Biechten kan tegenwoordig ook online. De Belgische website www.biechten.be heeft sinds de oprichting in 2015 al miljoenen zonden ‘kwijtgescholden’. Het werkt heel gemakkelijk: je typt ‘jouw’ zonde in en je leest meteen hoeveel weesgegroetjes en onzevaders je schuldig bent om vergeving te kunnen ontvangen. In de Verenigde Staten schijnt het verschijnsel nog meer voor te komen. Blijkbaar hebben veel mensen er behoefte aan om van tijd tot tijd schoon schip te maken.

De biecht is een van de zeven sacramenten van de Rooms-Katholieke Kerk. De priester die de biecht afneemt, heeft volmacht om zonden die beleden worden te vergeven. Die volmacht wordt ontleend aan Joh. 20:23: „Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden ze vergeven.” Na de Reformatie is de biecht aan de kant gezet als zijnde niet Bijbels. Hoe kan een geestelijke nou je zonden vergeven, dat is toch alleen voorbehouden aan de Heere Zelf?

In zijn geschrift ”De Babylonische gevangenschap van de kerk” (1520) toetst Maarten Luther de sacramenten aan de Bijbel en aan de kerkvaders. Voor hem blijven er drie over: de doop, het avondmaal en (hoewel hij het lastig vindt om er een Bijbelse grond voor te vinden) de biecht. Wel gaat hij op z’n luthers fel tekeer tegen de misstand dat het ontvangen van vergeving een automatisme is geworden en de toe-eigening ervan in het gelovig zien op Gods beloften volledig is verdwenen. Ook wraakt hij de praktijk om mensen geld uit de zak te kloppen: „De biecht en de genoegdoening zijn geworden tot bijzonder geschikte werkplaatsen voor gewin en geweld en macht” (”Luther Verzameld”, p. 369).

Toch wil de reformator de biecht niet kwijt. Hij schrijft (p.370): „Ik ben er blij om dat ze in de kerk van Christus in gebruik is, omdat zij juist voor bedrukte gewetens het enige redmiddel is. Want als wij in een vertrouwelijk gesprek voor een broeder ons geweten geopend hebben en hem verteld hebben van ons verborgen kwaad, dan ontvangen wij uit de mond van onze broeder, maar als door God uitgesproken, het woord van de vertroosting waardoor – als we het in het geloof aannemen – wij vrede verwerven in de barmhartigheid van God, Die door de dienst van onze broeder tot ons spreekt.” Prachtig verwoord!

Als dát inderdaad biechten is, pleit ik ervoor om het meteen in te voeren in onze traditie. In het ambtelijk gesprek tussen predikant of ouderling en gemeentelid, in een gesprek van hart tot hart tussen vrienden. Het is een voorrecht om met een medemens te kunnen delen wat je het meest bezig houdt: je schuld tegenover God en je naaste, de levensvraag hoe je daarvan verlost kunt worden. Het is heerlijk om die ander zo te vertrouwen, dat je hem of haar je kwetsbaarheid toont. In de verwachting dat die beantwoord wordt, met het Woord van God. Zo kan die ander wijzen op de beloften van zondevergeving voor wie zijn zonden belijdt en laat. Zo kan hij, wetende de schrik des Heeren, bewegen tot het geloof.

Wij moeten van de biecht maar geen sacrament maken. We moeten wel ernst maken met het Bijbelwoord ”belijdt elkander de misdaden”. Om vervolgens elkaar te wijzen op Gods genade voor de grootste der zondaren en elkaar op te dragen in het gebed, om daarin gelovig te pleiten op wat de Heere Zelf beloofd heeft. Zou dat niet de bedoeling zijn van Joh. 20:23?

Reageren? welbeschouwd@refdag.nl