Betere democratie? Verbied peilingen

beeld ANP

De manier waarop media berichten over opiniepeilingen ondermijnt de democratie, betoogt drs. Jeroen van der Laan. In verkiezingstijd moeten peilingen verboden worden.

De verkiezingskoorts stijgt. Lijsttrekkers lopen warm voor de campagne. De verkiezingsprogramma’s zijn gedrukt en de campagnes voorbereid. Om als politicus aandacht te krijgen voor je standpunten, is media-aandacht noodzakelijk. Dit is op zich niet zorgelijk. Een partij die komt met goede voorstellen en doordachte proefballonnen, en die onderzoeken op het juiste moment naar buiten brengt, verdient de aandacht van de media.

De schoen wringt echter bij de rol van de peilbureaus. Zo maakte omroep RTL vorige week bekend weer een premiersdebat te willen organiseren. Dit is op zich al een verkeerde term. Het is natuurlijk te verwachten dat een grote partij de premierbonus zal opstrijken, maar dit is allerminst zeker. RTL nodigt bovendien de partijen uit die het hoogst scoren in de peilingen. Daarmee bepalen de peilers welke politici worden gepresenteerd bij het gepeupel.

Of neem een recent artikel in weekblad Elsevier over belastingtarieven. Van slechts acht politieke partijen zijn de standpunten opgenomen. Daaronder zijn GroenLinks (vier zetels in de Tweede Kamer) en 50PLUS (één zetel). Hoe de redactie tot de keuze van deze acht partijen kwam, laat zich raden. GroenLinks staat in de peilingen op zo’n vijftien zetels, terwijl 50PLUS er zo’n tien krijgt toebedeeld.

Zwevende kiezers

De rol die peilingen spelen is zorgelijk. Om meerdere redenen.

Allereerst omdat peilingen effect hebben op kiezers. Zij zijn geneigd om hun steun te geven aan een partij die aan de winnende hand is. Dit geldt met name voor zwevende kiezers, van wie er meer zijn dan ooit. Ook blijkt dat media massaal een verband leggen tussen de stand van de peilingen en het functioneren van een bepaalde politicus. Deze informatie blijft hangen en heeft gevolgen voor het stemgedrag. Bovendien plaatsen media peilingen in een bepaald kader. Zo kreeg in 2012 de tweestrijd tussen de PvdA en de VVD prominent de aandacht, evenals verschillende coalities die mogelijk waren op basis van de peiluitslagen.

Een tweede reden om peilingen kritischer te benaderen, is dat ze ook invloed hebben op politici en campagnestrategen. Zij verbinden aan de uitkomsten consequenties ten aanzien van hun eigen gedrag. Illustratief daarvoor is dat uit onderzoek naar voren komt dat politici aan de invloed van media een veel grotere waarde toerekenen dan journalisten.

In de derde plaats zijn er vraagtekens te zetten bij de objectiviteit en de betrouwbaarheid van de peilingen. De bureaus werken met een relatief kleine groep respondenten, waarbij het de vraag is of hun steekproef representatief is voor een dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving. Voor sommige panels is het zelfs mogelijk dat burgers zichzelf online aanmelden, waardoor bij voorbaat bepaalde groepen worden uitgesloten van deelname.

Daarnaast willen deze bureaus ook nieuws maken, in die zin dat hun peiling wel publicatiewaardig moet zijn. Er dus zal altijd worden gezocht naar marginale verschillen die onder het vergrootglas van de peiler worden gelegd. De verschillende bureaus kunnen onderling ook niet te veel van elkaar afwijken, anders zal hun peiling als onbetrouwbaar worden neergezet. Dit heeft dus als gevolg dat alle bureaus min of meer dezelfde effecten zullen vinden.

Burgers beschikken voornamelijk over argumenten van politici die indirect zijn geselecteerd door peilbureaus. Alleen politici die hoog staan in de peilingen krijgen veel aandacht en het peilbureau bepaalt wie dit zijn. De anderen komen namelijk niet of nauwelijks aan bod in de media. Hiermee ontstaat een ongelijk politiek speelveld.

Hyperig

Het verbieden van peilingen lost dit probleem deels op. Maar daarnaast is het wenselijk dat de media-aandacht op een eerlijkere wijze te verdelen. Andere landen kunnen hiervoor het voorbeeld zijn. Zo zijn er landen waar afspraken gemaakt worden op welke wijze politici in beeld worden gebracht bij politieke debatten en waar de beschikbare spreektijd per politicus keurig verdeeld wordt.

Deze argumenten geven voldoende munitie om, als het stof van de verkiezingen is neergedwarreld, een verbod op de publicatie van peilingen in campagnetijd te bespreken. Het huidige systeem draagt bij aan verslechtering van de democratie.

Tegenstanders van een verbod stellen dat het beter is als de media zelfregulerend optreden in het berichten over peilingen. Tot nu toe is hier echter nog weinig van terechtgekomen. De berichtgeving over peilingen neemt alleen maar toe. De media houden elkaar gevangen: omdat iedereen hierover bericht, kan niemand zich eraan onttrekken. Alleen een verbod kan voorkomen dat in de aanloop naar verkiezingen peilingen steeds meer de aandacht trekken en de campagne alleen maar hyperiger wordt.

De auteur studeerde politicologie aan de Universiteit van Antwerpen en studeerde af op een onderzoek naar de effecten van zetelpeilingen.