Beeld van christelijke vrijheden in Iran strookt niet met werkelijkheid

Christenen in Iran kunnen in vrijheid leven, hun feestdagen vieren en zich ongestoord op straat vertonen. Dat was de teneur van een interview (RD 2-5) met Beth Kolia, parlementslid in Iran. Maar zo rooskleurig is de werkelijkheid helaas niet, reageert Farshid Seyed Mehdi.

Kolia vertegenwoordigt de Assyrische minderheid en werkt nauw samen met de islamitische regering. Vanuit die positie schetst hij echter een beeld dat verre is van de werkelijkheid.

Over de zogenaamde vrijheid van christenen heb ik de volgende vragen: Waar was die vrijheid toen de kerken van Assemblies of God in Gorgan en Teheran werden gesloten? En toen de eigendommen in beslag werden genomen? Van welke vrijheid was er sprake toen er christelijke voorgangers werden vermoord, als Hossein Soodmand, Haik Hovespian Mehr, Mehdi Dibai, Tatevos Mikaelian, Parviz Sayah en Bahram Deghani?

Tot mijn grote verdriet zijn zij niet de enigen die door de Iraanse regering zijn vermoord. Bovendien is er een lange lijst van mensen die om hun geloof in Christus gevangenzitten. Huisgemeenten worden gesloten, zodra ze ontdekt worden. Er is geen respect voor het christelijk cultureel erfgoed. Een kerk in de stad Kerman die op de nationale monumentenlijst van Iran stond, is totaal verwaarloosd en vernietigd. Het Bijbelgenootschap in Iran werd opgeheven en Bijbels in het Farsi, de belangrijkste taal in het land, zijn verboden. In de stad Hamadan werden mensen gestraft voor het bezitten van een kerstboom. Hoe kan Kolia beweren dat christenen in Iran vrijheid kunnen leven?

Kolia stelt dat hij het wel begrijpt dat de islamitische regering niet wil dat moslims christen worden, omdat hij als Assyrische christen ook niet zou willen dat zijn kind moslim zou worden. Maar wanneer in het Westen een christen moslim wordt, mag hij in alle vrijheid zijn geloof uiten. Als in Iran een moslim christen wordt, loopt zijn leven gevaar.

In het interview komt terug dat Assyrische christenen enkel onder Assyriërs mogen evangeliseren. Dat is niet in lijn met de opdracht van Jezus om het goede nieuws onder alle volken te brengen en hen tot discipelen te maken. Met het verdedigen van de islam, zet Kolia bekeerde christenen op een zijspoor. Dat doet mij pijn.

Mijn overgrootvader was een Iraanse Jood die zich bekeerde tot de islam. Ik groeide op als moslim, maar kwam tot geloof in Christus. Hier in Nederland word ik dagelijks op mijn werk voor de organisatie 222 Ministries geconfronteerd met het gevaar dat mijn broeders en zusters in Iran lopen. Vanuit 222 Ministries willen we de liefde van Christus delen in Iran en gelovigen (die vaak geïsoleerd zijn) onderwijzen en bemoedigen.

Juist vanwege de beperkte christelijke vrijheid in Iran produceren we televisieprogramma’s die via satelliet en sociale media worden uitgezonden. Zo geven we Bijbels onderwijs aan duizenden Farsisprekenden en steunen we Iraanse huisgemeenten. Maar voorzichtigheid blijft geboden.

Mijn verlangen is dat de dag aanbreekt dat het Evangelie in vrijheid verkondigd mag worden. Zodat Iran geen vijand, maar juist een zegen is voor het hele Midden-Oosten.

De auteur is mediadirecteur van 222 Ministries.