Bart Jan Spruyt: Kijk eens door het andere​ einde van de telescoop

Essays Spruyt
Schoolklas in Nigeria. beeld RD, Henk Visscher
2

Er is een gevaar dat ons gemakkelijk en steeds weer bedreigt: dat we voortdurend herhalen wat we eigenlijk al weten en ons niet laten verrassen door vanuit een ander perspectief naar onszelf te kijken. Bijvoorbeeld vanuit het perspectief van christenen uit Burkina Faso.

Er was eens een student die college liep bij de Joods-Amerikaanse filosoof Leo Strauss. Die student was liberaal, en dus van mening dat al het goede dat wij mensen in de geschiedenis hebben gerealiseerd, cumulatief was uitgemond in zijn levensbeschouwing. Hij keek dus naar het verleden via de telescoop van zijn eigen gelijk.

Strauss nodigde hem uit om eens aan de andere kant van de telescoop te gaan staan, en zichzelf te bekijken met de ogen van het verleden. Toen ontdekte hij allerlei tekortkomingen, vergeten of verwaarloosde waarheden en goede ideeën. Kortom: een groot gemis.

Eigen gelijk

Die houding, aan het verkeerde einde van de telescoop naar de geschiedenis of naar andere christenen te kijken, zit ook ons in het bloed. Vanuit onze eigen positie kijken we op hen neer, in plaats van met andere ogen naar onszelf te kijken. We kunnen het verleden gebruiken als bron van nostalgie, zuchten eens diep, en blijven dezelfde.

Het verleden kunnen we ook aanwenden om ons eigen gelijk te bewijzen. We bestuderen dan, bijvoorbeeld, het werk van Calvijn, om bij hem als grote autoriteit onze eigen opvattingen terug te vinden. Als we dat hebben gedaan, hebben we dus eigenlijk alleen maar geleerd hoe goed we het allemaal al wisten, en kunnen we tevreden blijven wie we zijn.

Of we kunnen, op hypercalvinistische wijze, het verleden bestuderen als een proces waarin ‘de waarheid’ tegenover allerlei dwalingen steeds scherper moest worden geformuleerd. Heel de christelijke traditie culmineert dan in ons, en we kunnen blijven die we zijn en ons hoofd meewarig schudden over alle anderen die in een soort voorfase van de zuivere waarheid zijn blijven steken.

Zo’n houding kunnen we ook innemen als we christenen van andere denominaties of uit andere landen ontmoeten. We kijken dan of ze wel net zo zijn als wij, in plaats van dat we met hun ogen naar onszelf kijken en ons dan afvragen of hun blik op ons misschien niet een gemis of tekort in onszelf vaststelt. Dan zouden we iets kunnen leren.

Ik moest daaraan denken toen mijn vrouw en ik onlangs mensen uit Burkina Faso als logés hadden. Zij zijn in hun land werkzaam in het onderwijs, en volgden met hulp van Woord en Daad aan de Driestar in Gouda een intensieve cursus over de wijze waarop ze het christelijk onderwijs kunnen verbeteren. Voor velen van hen was dat een enerverende gebeurtenis: ze zaten voor het eerst in een vliegtuig, om 24 uur na hun vertrek de vreemde omgeving van een westers gezin te betreden.

Voor het eerst zagen ze in Scheveningen de zee en dronken ze warme chocolademelk. Het Kerstconcert dat ze bezochten vonden ze maar zeer matig, evenals onze kerkdiensten, al zijn ze veel te beschaafd en te bescheiden om dat al te uitdrukkelijk te zeggen. Maar ze verbazen zich over onze passiviteit. We zitten stil en luisteren, zonder onze instemming met het gezegde of gespeelde te betuigen, zonder in onze handen te klappen of een beetje mee te wiegen tijdens het zingen. Wij, westerse protestanten, geloven met onze oren. Alle andere zintuigen worden niet echt ingeschakeld.

Deze mensen zijn evangelische christenen en wonen in een land waar het christendom nog maar een eeuw aanwezig is, en het protestantisme eigenlijk pas sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hun land is onveilig vanwege terroristische aanslagen van de kant van de radicale islam. Hun scholen, met soms wel klassen met 59 leerlingen, en hun kerken staan in de volle wind, en alle kosten zijn voor eigen rekening. Met verbazing zien zij onze bevoorrechte positie, in een vrij land waar de overheid onze scholen bekostigt.

Vertrouwen

Bij onze maaltijden thuis opende ik met het Onze Vader in het Frans, las ik een Psalm uit de Franse Bijbel en vroeg ik een van onze logés om de maaltijd te beëindigen. En daarbij trof mij keer op keer de eenvoudige eerbied waarmee zij baden. Geen omhaal van woorden, geen ontoegankelijk jargon, geen toontje. Ze prezen de Heer voor wie Hij is en wat Hij doet en geeft. Ze loofden en dankten. En ze legden heel eenvoudig en met groot vertrouwen alle noden voor aan Hem die zij aanspraken als ”cher Papa”. De noden van het zondige hart, maar ook heel praktische zaken, zoals de toestand van een hoogzwangere vrouw die eerdaags zou bevallen, of de ziekte van iemand die ze tijdens hun verblijf hadden ontmoet of over wie ze hadden gehoord. Ze spraken met hun Vader.

Er zijn theologische punten van geschil tussen deze mensen uit een Afrikaans land en ons. Maar ik geloof niet dat die de kern van het christenzijn raken. Ze hebben geen oudvaders en hebben ook nog nooit van C. S. Lewis gehoord. Maar een van onze logés vond in zijn slaapkamer John Newtons bekeringsgeschiedenis, en daar hebben we het over gehad en we hebben met elkaar ”Amazing Grace” gezongen.

Waterhoofd

Je kunt (en moet soms ook) kritische dingen over de evangelicale beweging zeggen. Maar je kunt ook eens vanuit hún perspectief naar jezelf kijken. En dan zit je met je kasten vol boeken, prachtige school- en kerkgebouwen, je waterhoofd vol vermeende kennis enzovoort, enzovoort, toch beschaamd naar jezelf te kijken als je zo’n man uit Burkina Faso een gebed hoort doen. En als je hoort met welke zorg hij naar ons westerse christenen kijkt met al onze welvaart en techniek.

Ik heb van onze logés meer geleerd dan zij van ons, is denk ik de conclusie na dit logeerpartijtje.

Dr. Bart Jan Spruyt doceert cultuur en maatschappij aan hogeschool de Driestar in Gouda en kerkgeschiedenis en apologetiek aan het Hersteld Hervormde Seminarie aan de VU in Amsterdam