Bart Jan Spruyt: Het Heil is voorbij

Essays Spruyt
„De Amsterdamse stichting Tot Heil des Volks gaat in feite het Leger des Heils achterna, dat wel degelijk zeer bewogen is met mensen en hen wil bevrijden, maar dat doet door de verlossing te verhullen.” Beeld iStock

De stichting Tot Heil des Volks heeft een „nieuwe missie” en een „nieuwe identiteit” geformuleerd. En daarmee zijn geestelijke wortels doorgesneden. Dat stemt intens verdrietig.

Wat is er heden ten dage meer over van het Reveil dan de stichting Tot Heil des Volks? Met deze vraag begon ik vijf jaar geleden een artikel over de negentiende-eeuwse opwekkingsbeweging, waarvan ds. Jan de Liefde uit Amsterdam deel uitmaakte. In 1855 stichtte hij Tot Heil des Volks om de grote sociale en morele nood in zijn stad door evangelisatie en hulp te lenigen.

Die aanpak bleef ”het Heil” lang kenmerken, met werk onder verslaafden, dak- en thuislozen en prostituees. Gedreven door een grote bewogenheid met zielen, heeft het Heil in Amsterdam en elders geëvangeliseerd, zijn geloof uit zijn werken getoond en een profetisch geluid laten horen.

Protest

Die vraag zou ik nu echter niet meer zo willen formuleren. Ik ben namelijk bang dat het Heil de wortels met het Reveil en zijn eigen verleden aan het doorsnijden is.

Daarmee is het Heil in 2015 begonnen. Er werd toen een nieuwe directeur benoemd, de vrijgemaakt gereformeerde dominee Gert Hutten. Dat leidde onmiddellijk tot reuring en tweespalt. Hutten presenteerde zichzelf als een man die gespecialiseerd is in leiderschap, trainingen in het bedrijfsleven geeft, zich wil inzetten voor de bestrijding van armoede en onrecht en overal „groei en mooie, nieuwe ontwikkelingen” ziet. In het RD sprak hij van het Heil als van een bedrijf.

Er sprak een groot zelfvertrouwen uit Huttens woorden, maar de geest die zijn leuzen ademden, was niet in overeenstemming met de stijl van het Heil tot dan toe. De stichting verloor al snel tien mensen, onder wie enkele gezichtsbepalende oude getrouwen als Krijn de Jong en Hans Frinsel. Twee leden van de Raad van Toezicht trokken zich uit protest terug. Twee managers van belangrijke projecten (het Scharlaken Koord en Different) plus de complete redactie van het tijdschrift De Oogst namen afscheid. Ook oud-directeur Johan Frinsel heeft zich na de benoeming van Hutten uitdrukkelijk van het Heil gedistantieerd. Volgens hem bestaat het Heil niet meer.

Er kwam een commissie van onderzoek en de leden van de Raad van Toezicht maakten langzaam maar zeker plaats voor andere personen. Voorzitter van die raad werd prof. Frank van der Duijn Schouten. Hij beloofde in een interview met het ND (januari 2016) een „stevig bezinningstraject”, een „zekere ruimte” voor de nieuwe directeur om zich waar te maken en zijn inzet om het Heil herkenbaar te houden voor de orthodox-evangelische en reformatorische achterban. Bovendien kondigde hij in het RD (januari 2016) aan dat er bij de stichting een „Raad van Advies” zou komen, waarin „de diverse kerkverbanden uit de achterban, ook de reformatorische, zo goed mogelijk vertegenwoordigd zijn.”

Over die Adviesraad is vervolgens niets meer vernomen. En nu, ruim een jaar later, is duidelijk waar het aangekondigde „bezinningstraject” toe heeft geleid. In een interview met Groot Nieuws Radio (april 2017) heeft Hutten de „nieuwe missie en nieuwe identiteit” van het Heil onthuld. De presentator vroeg hem: „Jullie kernwoorden waren evangelisatie, hulpverlening en profetisch geluid. En je zei het net al, jullie kernwaarde wordt nu net wat anders.” Hutten antwoordde: „Wij hebben een nieuwe missie. Onze nieuwe identiteit is: Zie Jezus, leef vrij. In al onze projecten zijn we bezig met vrijheid. We zeggen niet: Verkondig Jezus. Dat vinden we ook belangrijk. Maar ik geloof dat Jezus Zichzelf zichtbaar maakt, op heel onverwachte manieren, zelfs in een prostituee en een dakloze...”

Kort en goed komt deze nieuwe missie neer op een andere boodschap en een ander Evangelie. De aloude boodschap van zonde, bekering en verlossing maakt plaats voor een boodschap van bevrijding van lijden en onrecht. Verkondiging en evangelisatie, de bevrijding door het Woord, verdwijnen naar de achtergrond. Een prostituee die op de Heil 2.0-manier wordt bevrijd en tot geloof komt, dankt God aan het einde van de dag voor haar cliënten (aldus Hutten).

Met deze koers gaat het Heil in feite het Leger des Heils achterna, dat wel degelijk zeer bewogen is met mensen en hen wil bevrijden, maar dat doet door de verlossing te verhullen. Die trend past misschien wel goed in de lijn van neo-evangelicale stromingen, maar staat ver af van het Reveil en van de geest die het Heil altijd heeft gekenmerkt. In De Oogst werd een paar jaar geleden al geconstateerd, door zendeling Marten Visser, dat het streven naar een „holistisch” Evangelie in de praktijk tot een „halvistische” benadering leidt.

Het profetisch geluid is via het uit de lucht halen van de website habakuk.nu verstomd. Het werk van Different, de begeleiding van christenen die worstelen met hun homoseksualiteit, lijkt langzaam uit te doven. En een stadswandeling door Amsterdam kan tegenwoordig in een borrel eindigen.

Breuk met verleden

Sinds het interview met Hutten heb ik een maandje geduldig zitten wachten op de reactie van Frank van der Duijn Schouten, die zich immers zou gaan inzetten voor het bewaken van de identiteit van het Heil. Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat zijn opmerkingen van ruim een jaar geleden naar bestuurlijke bezweringsformules beginnen te rieken, maar het uitblijven van een reactie op deze aperte koerswijziging ten kwade is op zijn minst teleurstellend.

2017-05-08-pkOPI1-Amsterdam-6-FC-V_webHet Heil gaat voort

Voorlopig moet de conclusie luiden, vrees ik, dat de oude Frinsel gelijk heeft en dat het Heil niet meer bestaat. Het heeft zich eerst in personen van zijn wortels afgesneden en snijdt nu wel zeer nadrukkelijk de wortels met het eigen verleden door. De keus voor een nieuwe missie betekent een geheel andere koers, is vreemd aan de geest van het Reveil en van ds. Jan de Liefde, en komt daarmee neer op een breuk met het verleden. Het doet pijn dat te moeten constateren.