Angst niet laten regeren

Opinies en commentaren
„De angst dat artsen eerder stoppen met de behandeling omdat iemand donor is, is niet reëel.” Foto RD, Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Nederland kent een groot tekort aan orgaandonors. Wilde verhalen maken mensen angstig, constateert A. J. van Gent . Hij pleit voor meer bezinning - ook binnen de gereformeerde gezindte. Die verantwoordelijkheid hebben Nederlanders met elkaar.

De afgelopen weken is er veel geschreven en gesproken over orgaandonatie en het tekort aan organen hiervoor. Uitgebreid is er gedebatteerd in de Tweede Kamer over registratiesystemen. Iedereen heeft er in het openbare debat zijn of haar eigen mening over, maar iedere Nederlander staat als individu voor de keuze. Wanneer mensen voor zichzelf een beslissing moeten nemen, blijkt toch dat zij erg terughoudend zijn. Wat is hiervan de oorzaak?

In 1998 is de Wet op orgaandonatie ingevoerd om het aanbod van organen te vergroten en zorg te dragen voor een rechtvaardige verdeling. Een wet die rechtszekerheid rondom de orgaandonatie creëert en handel in organen tegengaat. Vooral dat laatste wordt nog wel eens onderschat, maar hoe groter het tekort aan organen, hoe kostbaarder de organen worden dus ook: hoe aantrekkelijker de handel hierin wordt.

Echter, zeven jaar later praten we in Nederland nog steeds over dit onderwerp. Is de wet van 1998 niet tot zijn doel gekomen dan? Aangaande de rechtszekerheid en de rechtvaardige verdeling zeker wel. Alle procedures rondom orgaandonatie moeten zorgvuldig worden vastgelegd. Daarnaast zorgen transplantatiecoördinatoren voor toezicht op de procedure en de NTS (Nederlandse Transplantatie Stichting) in combinatie met Eurotransplantant voor een rechtvaardige verdeling van de organen die vrijgekomen zijn.

Het probleem van deze wet zit in het vergroten van het aantal organen voor donatie. Na het invoeren van deze wet is het tekort niet verminderd. Door de toenemende medische mogelijkheden is het aantal personen op de wachtlijst alleen maar toegenomen. Dit nijpende tekort heeft ertoe geleid dat het onderwerp weer onder de aandacht is van de Nederlandse politiek.

Probleem
Een groot aantal Nederlanders, ongeveer 8 miljoen, heeft zijn keuze niet laten registreren. Er is dus onvoldoende inzicht in de individuele keuzes van de Nederlandse bevolking. Dit leidt ertoe dat een arts bij de familie van een patiënt die hersendood is, het orgaandonatievraagstuk moet gaan neerleggen. Een moeilijk en ingrijpend gesprek dat de arts moet gaan voeren, zeker gelet op de situatie waarin de familie zich bevindt. Begrijpelijk dat een arts in hartverscheurende situaties het vraagstuk niet aan de familie voorlegt.

Daarnaast is het zo dat -onder meer door de vaak zeer emotionele situatie en de psychische belasting- de nabestaanden in ongeveer 70 procent van de gevallen weigeren toestemming te geven voor orgaandonatie. Vooral dit laatste is een groot probleem. De patiënt staat niet geregistreerd en de familie moet de beslissing nemen. Erg aannemelijk om orgaandonatie te weigeren omdat er bij het overlijden van een geliefde al een zwaar feit te verwerken is en er de dagen net na het overlijden zo veel op je af komt.

Hieruit blijkt dat er voor de mens een grote verantwoordelijkheid ligt om een beslissing tijdens het leven te nemen en deze ook daadwerkelijk te laten registreren. Er wordt echter te makkelijk met deze verantwoordelijkheid omgesprongen.

Hebben wij in Nederland wel door dat de debatten over het ADR (Actief Donor Registratiesysteem), een systeem waarin iedereen in principe donor is tenzij men bezwaar aantekent, het gevolg is van onze eigen keuzes? Acht miljoen Nederlanders die hun keuzes niet hebben laten vastleggen, is ontzettend veel en eigenlijk onbegrijpelijk.

Angst
Tijdens discussies en gesprekken over dit onderwerp in de gereformeerde gezindte bespeur ik angst. Angst voor de dood, angst voor de toekomst en angst voor het uitnemen van organen in het ziekenhuis. Veel te veel van deze angsten zijn gebaseerd op verhalen doe men gehoord heeft.

Daarnaast heerst er ook angst over de procedures die doorlopen moeten worden voorafgaand aan de orgaandonatie. Iemand zei in het Reformatorisch Dagblad: „Ik ben bang dat artsen minder hard voor je leven vechten als je donor bent.”

Zij dacht dat de grote behoefte aan donororganen een rol kan spelen in de medische behandeling. Vervolgens zei ze: „Dat is gewoon eng. Ik denk dat we lang niet altijd weten wat er zich in ziekenhuizen afspeelt. Daarom wachten wij met onze beslissing tot het moment dat we er eventueel voor geplaatst worden.”

Veelgehoorde uitspraken ook in mijn omgeving. Begrijpelijk, omdat je als buitenstaander moeilijk zicht kan krijgen ’achter de schermen’ in de medische wereld. Daarnaast is het wel eens huiveringwekkend als we horen over de ideeën en de ontwikkelingen in de medische wetenschap. Hierdoor worden mensen terughoudend in beslissingen over de grijze gebieden van de medische ethiek.

Betrouwbaar
Angst moet echter niet het standpunt bepalen. Angst leidt immers tot het vooruitschuiven van moeilijke beslissingen. Iemand die zegt dat hij niet weet wat zich afspeelt achter de schermen in de medische wereld, moet zich daarin verdiepen. Er is immers voldoende literatuur. Het is niet eerlijk om de keuze voor of tegen orgaandonatie niet te laten registreren omdat iemand bang is dat een arts niet de juiste wegen bewandelt.

Zelf ben ik werkzaam op een intensive care als verpleegkundige in een ziekenhuis te Rotterdam, een werkplek waar orgaandonatie regelmatig aan de orde is, mede gezien het feit dat het onder andere een transplantatiecentrum is. De wegen die daar bewandeld moeten worden voordat artsen overgaan tot het uitnemen van organen bij een hersendode patiënt, worden ook daadwerkelijk gevolgd. Volgens de wet moet een patiënt hersendood zijn om organen af te kunnen staan. Door middel van uitgebreid en betrouwbaar onderzoek wordt bekeken of de hersenen dood zijn waardoor de aansturing van de belangrijkste organen, (te weten het hart, de longen en de temperatuurregulatie) definitief is weggevallen, wat irreversibel en onverenigbaar met het leven is. De patiënt is dus overleden, maar de werking van de vitale organen wordt door medicatie en apparatuur overgenomen.

Bij de wet zijn deze criteria als absolute verplichting geregistreerd. Hier kan een arts niet van afwijken. (Met uitzondering van een ”non hart beating”-donorprocedure, waarbij artsen na een circulatiestilstand tot nu toe alleen de nieren kunnen uitnemen en gebruiken voor transplantatie.)

De angst dat artsen eerder stoppen met de behandeling omdat iemand donor is, is dus niet reëel. Een arts zal pas stoppen op het moment dat een onomkeerbare situatie is ingetreden, de patiënt is hersendood of dit onvermijdelijk binnen afzienbare zal tijd worden. Er is dus sprake van een niet terug te keren situatie, medisch en menselijk gezien.

God heeft uiteindelijk ons levenseinde bepaald en daar kan een mens niets in veranderen. Gods almacht zorgde ook voor de opwekkingen uit de doden waarover enkele malen in het Nieuwe Testament gesproken wordt.

Kennis
Nu het ADR niet door de Tweede Kamer is gekomen, is het de verantwoordelijkheid van iedere Nederlander te voorkomen dat over enkele jaren weer een kamerdebat wordt gevoerd omdat er nog steeds 8 miljoen Nederlanders zijn die hun keuze niet kenbaar hebben gemaakt.

Bang voor de toekomst? Begrijpelijk, maar een mens zal nooit weten hoe de toekomst eruit zal gaan zien. Wij leven in de huidige wereld, met de huidige technieken. Wanneer er drastische ontwikkelingen in de toekomst plaatsvinden waardoor het bijbels onverantwoord wordt om in te stemmen met orgaandonatie, dan heeft iedereen de mogelijkheid om de keuze eventueel terug te draaien of te veranderen.

Het maken van een verantwoorde keuze kan soms heel moeilijk zijn. De mens leeft echter voor Gods aangezicht en ieders gedachten, besluiten en overwegingen zijn bij Hem bekend.

De auteur is verpleegkundige op een intensive-careafdeling van een ziekenhuis in Rotterdam.