Open huis chemiereuzen Dordrecht valt goed

De open dagen van DuPont en Chemours in Dordrecht trekken deze dagen zo’n 2100 bezoekers. beeld Dick den Braber

De Dordtse chemieconcerns DuPont en Chemours sparen sinds vrijdag drie dagen lang kosten noch moeite om belangstellenden bij hun werk te betrekken. Met succes: zo’n 2100 bezoekers meldden zich aan. „Na alle consternatie is dit best goed.”

Even puft het echtpaar Keesmaat uit Papendrecht uit aan een tafeltje. In de partytent stijgt de temperatuur in de brandende zon langzaam naar minder aangename waarden. Het echtpaar laat zich de aangeboden dranken dan ook goed smaken. Verderop smullen bezoekers van vers geprinte pannenkoeken naar door henzelf getekend ontwerp.

De laatste jaren komen Chemours en DuPont regelmatig op een negatieve manier in het nieuws, weet het oudere stel. Chemiebedrijf DuPont, een Amerikaans reuzenconcern uit 1802, heeft sinds 1962 een grote productievestiging in Dordrecht. De onderneming houdt zich bezig met het ontwikkelen en produceren van door haarzelf geregistreerde merknamen als Teflon (gebruikt als anti-aanbaklaag), Nylon en Kevlar (hoofdbestanddeel in kogelwerende vesten). In 2015 ging een deel van DuPont zelfstandig als Chemours verder. De laatste twee jaren liggen de twee concerns echter onder vuur: tussen 1970 en 2013 stootte DuPont onder meer de –inmiddels kankerverwekkend gebleken– stof PFOA uit, een zuur dat gebruikt werd bij de productie van teflon. Inwoners van Dordrecht, Papendrecht en vooral Sliedrecht ademden de stof jarenlang in.

Moestuin

Toen het goedje in 2013 op de rode lijst kwam, stapte DuPont over op GenX. Deze stof blijkt echter eveneens schadelijke bijwerkingen te hebben en in het oppervlaktewater terecht te komen, en daarvandaan in het drinkwater in de regio. Toch halen Goof (69) en Els (58) Keesmaat de schouders erover op. Vooral wat de uitstoot van PFOA betreft. Els: „Goof heeft een moestuin waar mogelijk wel PFOA in de grond is terecht gekomen. Maar op de sla die je bij de groenteboer koopt, kunnen allerlei bestrijdingsmiddelen zitten die ook niet goed voor je zijn. De producten die ze hier maken kunnen we allemaal goed gebruiken, en ze moeten er wel van leven.”

Een vergelijkbare mening is Roos Zwang (30) uit Sliedrecht toegedaan. Samen met haar zoontje Owen (6) en moeder Sabrina (56) slentert ze over het terrein. „Mijn broertje werkt hier”, verklaart Roos. Het evenement bevalt de drie wel. Roos: „Ze pakken echt uit. Wel goed, gezien alle consternatie van de laatste tijd.” Zelf maakt ze zich nauwelijks druk om alle negatieve berichten. Haar moeder Sabrina uit Dordrecht evenmin: „We kunnen ons beter zorgen maken over alle fijnstof in de lucht.” Roos knikt. „De hoeveelheden PFOA en GenX zijn volgens het RIVM zo klein dat ze waarschijnlijk amper schadelijk zijn.” Bovendien zorgen Chemours en DuPont voor de nodige werkgelegenheid, merkt haar moeder op. Chemours geeft 500 vaste werknemers plus zo’n 100 tijdelijke krachten werk en DuPont biedt zo’n 350 werknemers een inkomen. „En we hebben volop vacatures”, verzekert HR-manager Sophie.

Waterzuivering

Daar springt het Da Vinci College uit Dordrecht deze vrijdagmiddag handig op in. „Wij lopen hier met elf leerlingen die een eenjarige techniekopleiding op niveau 1 volgen”, verklaart techniekdocente Fatima Bounane (54). „Ze kunnen hier kijken wat Chemours en DuPont aan werk te bieden hebben, en wat ze nog moeten bijleren. Niveau 1 is voor dit werk te laag, maar dit bezoek kan ze inspireren om op niveau 2 of zelfs niveau 3 door te leren.” De middag is nu al geslaagd, vindt ze. „We worden leuk ontvangen met ijs, cola en friet. De leerlingen kunnen zich lastig concentreren, maar ondanks de warmte doen ze goed mee.”

Even later stappen de leerlingen in een van de elektrische treintjes die over het terrein zoeven. Dat brengt hen onder meer naar de waterzuiveringsinstallaties op het terrein. Daarmee probeert Chemours de lozing van schadelijke stoffen tot het minimum te beperkten, meldt medewerker Ton. „Tot voor kort zuiverden we het afvalwater tot we minder dan 1 liter GenX per 1 miljoen liter water overhielden. Onze meetapparatuur kon de aanwezigheid ervan dan niet meer meten, zo weinig was het. We dachten hierdoor dat we alles eruit gehaald hadden.” Maar het RIVM constateerde vorig jaar met veel preciezere meetapparatuur dat er nog wel degelijk GenX in zat. Ton: „Sindsdien zijn we bezig om de stof er nóg beter uit te filteren. We spreken nu nog over ongeveer een druppel GenX op 50 miljoen liter water.”