Wat doen koren in coronatijd? Repeteren met merel en zanglijster

Mannenensemble Lezzom uit het Zeeuwse Gapinge repeteert sinds 1 juni –als het weer het toelaat– wekelijks in de buitenlucht. Normaal oefenen de zestien mannen in een dorpshuis, maar binnen zingen vinden ze nu te gevaarlijk omdat de meeste koorleden tot een risicogroep behoren. Koorlid Huib Lievense: „Het was eerst wennen, omdat we op redelijke afstand van elkaar staan. Maar het gaat steeds beter en het is ook fijn dat we elkaar zien én met elkaar kunnen praten.” beeld Dirk-Jan Gjeltema
6

Wel of geen repetitie? Die noot kraakte elk amateurkoor deze maand anders. Het ene stuurde zijn leden vervroegd op zomervakantie, het andere zocht naarstig naar plekken om toch samen te kunnen zingen. In een loods, bij iemand in de boerenschuur of desnoods in de buitenlucht.

De regen gaat tekeer op het dak van de loods in Benschop. Buiten is het guur, binnen klinken de klanken van ”Verleih uns Frieden” van Felix Mendelssohn Bartholdy. Dirigent André van Vliet begeleidt op de piano, dirigeert en roept aanwijzingen naar het koor. „Dit is toch ook in een loods mooie muziek.”

Repeteren tussen de driehoog opgetaste apparaten: drie maanden geleden had Van Vliet nog niet kunnen bevroeden dat hij dat zou gaan doen. Maar de coronatijd noopt hem tot creatieve oplossingen.

Vorige week repeteerden ongeveer dertig zangers van het projectkoor voor het eerst weer samen. „Fantastisch om elkaar te horen”, blikt Van Vliet terug. „De koorklank was er zo weer. Dit zijn fanatieke zangers, van wie de stemmen goed in conditie zijn.”

Nog liever zou hij in een kerk repeteren. Maar dat bleek niet zo makkelijk. De vaste repetitielocatie, een kapel in Maarn, wil tot 1 juli geen groepen over de vloer. Van Vliet polste maar liefst 25 andere kerken, zonder resultaat. „Zingen zit in de verkeerde hoek”, concludeert hij. „Mensen zijn bang geworden.” Vanwege de gevoeligheid wil het koor liever niet met naam en foto in de krant.

Veel koren konden of wilden na de versoepelingen van 1 juni nog niet starten (zie ”Afwachtende houding bij de meeste koren”). Twee andere koren van Van Vliet hebben de zomerstop naar voren gehaald, met de hoop dat het in september beter wordt.

Voor juli lijkt er onverwachts al meer perspectief voor koren te zijn. Het blijft echter de vraag of kerken onderdak willen bieden aan koren.

Aan de veiligheid is vanavond –een week voor de persconferentie– in de loods het nodige gedaan. Bij binnenkomst staat een flacon ontsmettingsmiddel klaar. Op de vloer liggen –op gepaste afstand van elkaar– briefjes met daarop de namen en zangstem van de koorleden. De schuifdeuren aan de voorkant en de achterkant van de loods blijven openstaan voor ventilatie.

Tweestemmig

Bij het inzingen klettert de regen nog steeds op het dak. Van Vliet is vanaf de achterste rij sopranen nauwelijks te verstaan. „Wat zegt hij?” vraagt een van de dames aan de vrouw voor haar. Soms komt een oefening er onbedoeld tweestemmig uit. Even lachen, en dan weer door.

Die verbinding met elkaar heeft Ellen –„liever geen achternaam”–, vicevoorzitter van het koor, gemist. Er waren de afgelopen maanden repetities via het videobelprogramma Zoom, maar die verliepen toch heel anders, geeft ze aan. „Het verlangen om samen te zingen werd steeds sterker.”

Niet iedereen komt naar de liverepetities, vertelt Ellen. Sommige mensen zijn bang omdat zij of hun partner in een risicogroep vallen. Speciaal voor die mensen is er vanavond ook live verbinding via Zoom, met een laptop die op Van Vliets piano is gezet. Negen koorleden doen mee achter hun webcam.

Was het voor het bestuur lastig de keuze te maken voor liverepetities, met de mogelijke gevaren die aan zingen verbonden zijn? Ellen vertelt dat ze niet over één nacht ijs zijn gegaan. „We hebben een heel protocol opgesteld. De ruimte is hoog, de deuren kunnen open, we maken steeds alles schoon. Alsnog moet iedereen voor zichzelf bepalen of hij het aandurft.”

Zicht op een concert heeft het koor nog niet. De meningen van de deskundigen zijn nog teveel verdeeld over het gevaar van zingen om plannen te maken voor een uitvoering. „Misschien gaan we iets proberen met een livestream”, zegt Ellen.

Als de regen wegtrekt, is het hele koor te horen. De klank vult de ruimte. Over de akoestiek hebben ze niet te klagen, vertelt Ellen. „Het haalt het natuurlijk niet bij een kerk, maar het valt alles mee.”

Diverse koorleden druppelen nog binnen tijdens het inzingen, klapstoel, campingstoel of krukje onder de arm. Uiteindelijk zijn er een stuk of vier bassen, drie tenoren, acht alten en dertien sopranen. Gemiddelde leeftijd: rond de 50 jaar.

Halverwege ”Verleih uns Frieden” schrikt het koor op van een luide donderslag. Van Vliet laat zich niet van de wijs brengen. In hoog tempo voert hij de pakweg dertig koorleden door de muziekstukken. „Ga er maar even bij staan, bassen.”

Merel

„Heerlijk” om elkaar weer live te horen, zegt bas Gert. De vrachtwagenchauffeur miste zijn wekelijkse ontspanning. Bovendien: „Zingen moet live. Je moet elkaar kunnen horen.” Dat gaat redelijk, al zou het ook volgens hem in een kerk nog beter zijn. Hij vindt het jammer dat er tijdens deze repetitieavonden geen pauze is. „Een koor is ook een sociaal gebeuren.”

Ondanks het ontbreken van de pauze heerst er later op de avond toch zeker het bekende koorgevoel. Een praatje hier, een lachje daar als er iets misgaat. Er ontstaat gerommel in de bas- en tenorpartij. „Laten we gauw doorgaan voor het gezellig wordt”, lacht Van Vliet.

Na ”Verleih uns Frieden” zet het koor ”Notre Père” van Maurice Duruflé op de standaards. Het stuk lijkt eenvoudig, maar schijn bedriegt. Door de elkaar opvolgende dissonanten is het cruciaal elkaar goed te horen. En dat valt niet tegen. „Lekker zeg”, verzucht iemand.

Een merel mengt zich in het koor. Later schalt een zanglijster zijn lied door de avond. Geluiden die je in een kerkzaal niet snel zult horen. Van Vliet: „Dat is toch een cadeautje?”

---

Bond van Zangverenigingen GG blij met versoepeling

Het waren drukke tijden voor Corné Visscher uit IJsselmuiden. De voorzitter van de Bond van Zangverenigingen der Gereformeerde Gemeenten (BZGG) volgde het nieuws over het al dan niet mogen zingen in koorverband de afgelopen maanden op de voet en informeerde zo nodig de 124 bij de bond aangesloten koren.

Niet dat hij altijd zelf probeerde het wiel uit te vinden. „We overlegden regelmatig met het deputaatschap kerk, gezin, jeugd en onderwijs van onze gemeenten. Daarnaast hebben we goed contact met Koornetwerk Nederland.”

Visscher is blij dat koren met ingang van komende woensdag weer mogen gaan zingen en optreden. Maar die verandering betekent niet dat hij nu op zijn lauweren kan gaan rusten. „De RIVM komt met voorwaarden. De BZGG zal desgewenst koren en dirigenten adviseren en ondersteunen, ook als het gaat over een verantwoorde manier van repeteren en uitvoeren. We hadden op onze site al het protocol van Koorwerknet Nederland staan. Aan de hand daarvan konden leden nagaan wat nodig is om in de toekomst op een veilige manier aan de slag te gaan.”

Sinds 1 juni was het niet meer verboden om samen te zingen. Toch ontraadde het RIVM dit in afwachting van nader onderzoek naar de mogelijk kwalijke gevolgen hiervan. De bondsvoorzitter wijst op de negatieve berichtgeving in de media over de corona-uitbraak bij verschillende koren, onder andere bij mannenkoor De Lofzang uit Heerde. „Terwijl onduidelijk is of dit het gevolg van het zingen of van sociale contacten is.”

Voorzichtigheid

Volgens Visscher bleef voorzichtigheid na 1 juni geboden. „Ook omdat onze koren de nodige oudere leden tellen. Daarom hebben we gewacht op groen licht van de overheid. In onze optiek moet je als reformatorische gezindte geen grenzen opzoeken.”

Hij benadrukt dat de BZGG niet meer en niet minder dan adviezen aan de leden kan geven. „De bij ons aangesloten koren vallen onder de verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerkenraad.”

Bij de bond kwamen de afgelopen tijd vooral vragen binnen over de vergoeding voor een dirigent en het betalen van contributie door koorleden. „Wij adviseerden koorbesturen het contract te volgen en daar enkel met wederzijds goedvinden van af te wijken, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële reserves van een zangvereniging en het feit of een dirigent van de muziek moet leven.”

Zangseizoen

De leden van het gemengde koor Bel Canto uit Zwolle, waaraan Visscher als dirigent verbonden is, belden hem niet wekelijks met de vraag of ze weer konden gaan zingen. „We sluiten het zangseizoen namelijk altijd uiterlijk begin mei af.” De dirigent snapt wel dat anderen stonden te trappelen om te starten. „De BZGG is tenslotte een bond waarbij zángers zijn aangesloten.”

Meer informatie: www.bzgg.nl

---

Afwachtende houding bij de meeste koren

Kinderkoor Samuël uit Alblasserdam dat met Arie van der Vlist zingt in een tent. Leden van jongerenkoor Ons Eiland die in een grote hal in Rotterdam met Peter Wildeman repeteren voor een Facebookconcert. Het Ridderkerks Mannenkoor dat donderdag op de tuinderij van een van de leden voor het eerst weer bijeenkwam. De berichten komen voorbij. Er wórdt dus weer gezongen. Maar het was deze maand nog mondjesmaat. De meerderheid van de koren kwam nog niet in actie.

In de Facebookgroep ”Koor & Corona” –bijna 4000 leden– werd begin deze maand een poll uitgezet: Begint jouw koor wel of niet in juni? Van de bijna 600 mensen die reageerden gaf nog geen 20 procent aan dat zijn of haar koor, ofwel in de buitenlucht ofwel in aangepaste vorm, weer zou starten. De andere 80 procent stelde dat er gewacht wordt op nader onderzoek naar het gevaar van zingen of dat zijn of haar koor wacht tot september.

Dat beeld wordt bevestigd door de uitkomsten van een kleine peiling twee weken geleden onder twintig koren uit de achterban van het Reformatorisch Dagblad. De meeste koren waarvan een reactie kwam gaven aan dat er ook deze maand nog niet wordt gerepeteerd.

De reden? De locatie is niet geschikt om binnen de RIVM-regels samen te komen. De beheerder van de locatie of de kerkenraad waaronder het koor valt geeft geen toestemming. Het koor is te groot of telt te veel leden in de risicogroep. En: de onzekerheid over de vraag of zingen wel of niet onveilig is.

Alternatieve vormen

Een paar koren zijn actief (geweest) met alternatieve vormen. Mannenkoor Jeduthun (Amersfoort) bijvoorbeeld stuurt de leden muziek en ingespeelde of ingezongen partijen, zodat de mannen thuis kunnen oefenen. Oratoriumvereniging Sonante Vocale uit Amersfoort repeteerde in de achterliggende periode per stemgroep via Zoom. Mannenkoor Stereo (Genemuiden) begon half mei met onlinerepetities, waarbij dirigent Harm Hoeve alle partijen voorzong; sinds juni is voor elke partij één koorlid op locatie om met Hoeve te repeteren, terwijl de rest van het koor via een livestream verbonden is.

Het Noordermannenkoor (Rijssen) repeteert nog niet; wel zongen dertig leden begin deze maand psalmen in de buitenlucht op meerdere plekken rond verzorgingshuis Maranatha (SVRO) en woonlocatie De Burcht (Siloah) in Rijssen.

Grote wens

In de reacties van de koren was de grote wens te horen om in ieder geval per 1 september weer te kunnen beginnen; ook al klonk daarin direct de onzekerheid door over de vraag in welke vorm dat dan zou moeten en op welke locatie.

Nu premier Rutte woensdagavond bekendmaakte dat koren per 1 juli onder voorwaarden weer mogen repeteren en uitvoeren, zal dat voor veel koren nieuw licht op de zaak werpen. Er zal nog heel wat af vergaderd worden voordat het koorseizoen in september weer begint.

---

Onduidelijkheid

Koren mogen per 1 juli weer aan de slag, aldus premier Rutte woensdag. Echter, bij nader inzien is het advies toch nog even te wachten op aanvullende richtlijnen van het RIVM. Die komen „zeer binnenkort”, verwacht de overheid.