VOGG-voorzitter: Preek kan niet zonder psalmen

beeld André Dorst
8

„Theologische en muzikale bomen kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.” Dat stelde voorzitter Dirk Jan Versluis zaterdag 11 november in Nijkerk tijdens de Landelijke Orgel- en Samenzangdag van de Vereniging Organisten Gereformeerde Gemeenten (VOGG). „De preek kan niet zonder de psalmen, de psalmen kunnen niet zonder de preek.”

De dag, gehouden in de Grote Kerk van Nijkerk, stond in het teken van 500 jaar Reformatie.

Versluis benadrukt het belang van de eenheid van Woord en muziek: „Het gaat om de Woordverkondiging, maar dankzij de Reformatie beschikken we over het klankgeworden Woord in onze eigen taal.”

De voorzitter wijst daarnaast op „het spanningsveld van de dienende kunst” met de woorden van de lutherse kerkmusicus Willem Mudde: „Kerkmuziek kan niet buiten spanning. Kerkmuziek kan aan de ene kant geen kunst zijn, als ze waarlijk wil dienen. Aan de andere kant kan ze niet dienen, als ze geen ware kunst is.”

Versluis roept op om de band met elkaar en met het kerkverband te onderhouden, ondanks dat er weleens stevige meningsverschillen kunnen zijn. „Desondanks hoeven wij de fakkel niet brandend te houden. God zorgt Zelf voor Zijn Woord en voor Zijn Kerk. Dat deed Hij in 1517 en dat doet Hij anno 2017 nog steeds.”

Eensgezind

Van stevige meningsverschillen is vandaag in ieder geval niets merkbaar. De pakweg 225 bezoekers van deze dag ogen eensgezind en genieten van hetgeen zij krijgen voorgeschoteld. Met de bijdragen van de organisten Arjan Versluis en Sietze de Vries wordt hoog ingezet om deze dag een groot succes te maken.

VOGG

Behalve zang en spel is er ook de presentatie van een nieuwe partitabundel (door Aad de Ligt) en een nieuwe publicatie over de orgelcultuur in de Biblebelt.

Het programmaboekje laat zien dat er afwisselend ritmisch en isometrisch zal worden gezongen. Arjan Versluis bijt het spits af met een uitgebreid voorspel in barokstijl over Psalm 89. Het vormt een aanstekelijke inleiding op de isometrische samenzang, waarbij de organist in begeleiding varieert en afwisselend gebruikmaakt van tegenmelodieën in achtste noten. Wat betreft dit laatste moeten de zangers in zekere zin zelfstandig in cadans de regels van de melodie inzetten.

Hoewel dit goed wordt opgepakt, lijkt het bij de ritmische samenzang –overigens zonder toevallige verhogingen– meer natuurlijk te verlopen: Psalm 86, Psalm 93 (De Vries), Psalm 87 en Psalm 130 (Versluis): de zangers volgen moeiteloos hun begeleiders.

Kleur

Tussendoor wordt kleur aangebracht met zang door Vocaal Ensemble Rijssen onder leiding van Jan-Geert Heuvelman. Vooral met het motet over ”Ein feste Burg is unser Gott” (Telemann), oorspronkelijk geschreven ter gelegenheid van de Reformatieherdenking in 1730, toen de Augsburgse Confessie werd herdacht, toont het ensemble hoog niveau. De jonge organist Diederik Blankesteijn blijkt een uitstekend begeleider.

Modernere stijl

Behalve het literatuurspel van De Vries en Versluis (Buxtehudes ”Wie schön leuchtet uns der Morgenstern” en Sweelincks Psalm 23) springen vooral de uitgebreidere improvisaties in het oog.

Zo improviseert Versluis –hoe kan het deze dag ook anders– over ”Ein feste Burg ist unser Gott”. Hiervoor neemt hij de oorspronkelijke melodie als basis, die wat ritme betreft afwijkt van de versie zoals velen hem zullen kennen. Versluis’ improvisatie in moderne stijl vraagt ongetwijfeld veel van menig luisteraar, mede omdat hij veel gebruikmaakt van zes-, acht- en negentoons reeksen. Toch weet hij op knappe wijze de melodie door het geheel van deze reeksen heen te weven, hetgeen houvast biedt om te blijven aanhaken.

Op een ander moment toont Versluis zijn veelzijdigheid door in een gematigd modern idioom de tekst van Psalm 130 muzikaal tot uitdrukking te brengen. Beginnend met een Bourdon 16’ in het voorspel wordt –naarmate de samenzang in verschillende harmonisaties vordert– toegewerkt naar een stralend plenum, waarna in het vierde vers zelfs een tegenstem in triolen wordt gespeeld. Het fraaie Van Deventerorgel wordt hier in volle glorie geëtaleerd.

Franse barokstijl

Sietze de Vries improviseert op zijn beurt een Suite in Franse barokstijl over Psalm 100. Deze suite, bestaande uit vijf delen, komt door de hoeveelheid tertsstemmen en tongwerken prima tot haar recht op dit toch oer-Hollandse orgel.

Imponerend is De Vries’ improvisatie over het bekende Lutherlied: ”Verheug u, christenen, tesaam”. De zangers kunnen aan de bak. Er worden maar liefst tien verzen gezongen, omlijst door een veelzijdigheid aan allerhande orgelmotieven. Zo is vers 3 chromatisch opgezet, waarbij door gebruik van halve toonsafstanden ”angst, nood, wanhoop, dood en hel” tot uitdrukking worden gebracht.

Op andere momenten (vers 6) verweeft De Vries de melodie moeiteloos met de melodie van ”Vom Himmel hoch” en brengt hij door gebruik van tegengestelde bewegingen (omhoog) het weerkeren tot de Vader en (naar beneden) het neerdalen van de Geest tot uitdrukking.

Aan het einde van deze dag klinkt opnieuw het Lutherlied ”Een vaste burcht is onze God” door de gewelven. Nu niet door een enkele partij, maar gezongen door de aanwezigen samen.