„Versoepel met spoed 1,5 meterregel in concertzalen”

De Doelen in Rotterdam. beeld Rotterdams Philharmonisch Orkest

De vereniging van schouwburg- en concertgebouwdirecties (VSCD) is blij met het pleidooi van de Raad voor Cultuur om op korte termijn de coronamaatregelen in de culturele sector te versoepelen. Maar de VSCD ziet het liefst zo snel mogelijk één landelijke norm ingevoerd.

De Raad voor Cultuur –het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het gebied van kunst, cultuur en media– bracht haar advies maandag uit aan minister Van Engelshoven (Cultuur). Het adviesorgaan pleitte daarbij voor een aanpak per regio.

Volgens de Raad zou in de veiligheidsregio’s „waar de besmettingsgraad zich gunstig ontwikkelt, als eerste meer ruimte voor een hogere zaalbezetting kunnen worden gecreëerd”, aldus de brief. Daarbij is te denken aan een versoepeling van de 1,5 meterregel, zoals bijvoorbeeld in Oostenrijk: één vrije stoel en mondkapjes bij verplaatsing. Door een hogere zaalbezetting kunnen gemaakte kosten in de cultuursector makkelijker worden terugverdiend, denkt de Raad.

De VSCD –waarbij 134 podia zijn aangesloten, waaronder het Koninklijk Concertgebouw, de Doelen en TivoliVredenburg– sloot zich dinsdag in een persbericht aan bij de brief van de Raad voor Cultuur. Bestuursvoorzitter Gea Zantinge: „De VSCD vindt dat de Raad de huidige nood in de sector goed in beeld heeft en wij zien ook de urgentie voor een spoedige versoepeling van de 1,5 meterregel in theaters en concertzalen.” Wel ziet de vereniging, anders dan de Raad, graag „zo snel mogelijk één landelijke norm ingevoerd, waarbij de veiligheidsregio’s zo nodig lokaal afwijken.”

De VSCD: „Het vaststellen van een landelijke norm, van een schaakopstelling (stoel om stoel), gebruik van mondkapjes bij verplaatsing en reserveringsplicht, kan ervoor zorgen dat de podiumkunstensector enigszins werkend blijft.” Door voor de gehele sector een landelijke versoepeling af te kondigen, zou de zaalcapaciteit van alle 134 VSCD-podia verhoogd worden van 20 procent naar zeker 50 procent, aldus Zantinge.

De VSCD is blij met de oproep van de Raad aan de minister om ook steun te verlenen aan de ongesubsidieerde producenten. „Zij vormen ruim 80 procent van het aanbod op de VSCD-podia. De VSCD vindt het van belang dat de hele keten van productie tot publiek overeind blijft, willen we deze niet volledig kwijtraken.”