Van Twillert: Na 40 jaar nog elke zondag gelukkig met vijf registers

Willem van Twillert in de Johanneskerk in Amersfoort. „Ik vind het een zegen dat ik deel uitmaak van deze gemeente.” beeld RD, Anton Dommerholt
5

Organist en componist Willem van Twillert (67) is bekend van zijn bewerkingen van de Geneefse psalmen, van cd’s en van orgelconcerten. Vorige maand vierde hij zijn veertigjarig jubileum als organist van de Johanneskerk in Amersfoort. Daar bespeelt hij elke zondag een klein orgel. Met alle liefde. Een kerkdienst is meer dan het orgel bespelen.”

Hij was min of meer voorbestemd om zijn vader op te volgen als ondernemer. „Maar halverwege de hbs veranderde dat.” Willem van Twillert koos niet voor het zakenleven, maar voor de muziek en besloot naar het conservatorium te gaan.

„Ik had als jongen orgelles van Henk Seldenthuis in Amersfoort. Opvallend was mijn talent toen nog niet. Dat veranderde toen een oom mij vroeg om in zijn trouwdienst te spelen. Toen ik dat aan Seldenthuis vertelde, vond hij dat ik daar eigenlijk nog niet aan toe was. Dus moest ik hard gaan werken en Seldenthuis begon opeens heel erg goed les te geven. Het harde studeren ging mij goed af. Vanaf toen werd het serieus.”

Zijn moeder herkende zijn talent. „Als ik na het eten ging orgelspelen, hoefde ik niet af te wassen. „Willem hoeft geen vaat te doen, want hij is met een psalmvoorspel bezig”, zei ze dan tegen mijn broers en zussen.”

Nooit spijt

Hij wordt in 1969 organist van de vrijgemaakt-gereformeerde Noorderkerk in het dorp Spakenburg, een fors gebouw waarin een groot tweeklaviers unitorgel staat van de firma A. S. J. Dekker. Na tien jaar besluit hij te vertrekken. „Ik solliciteerde bij de vrijzinnig hervormde Johanneskerkgemeente in Amersfoort. Daar ben ik na een vergelijkend examen aangenomen. Van de overstap heb ik nooit spijt gehad. Ik voel me er sinds de eerste dienst als een vis in het water.”

Hij heeft er „een subtiele rol”, zoals hij het zelf noemt. „Tijdens de dienst hebben de kerkgangers veel aandacht voor wat ik doe. Dat vind ik fijn. Vóór de dienst is er soms wat gepraat. Dat vind ik niet zo erg. Het is wat het is. Als het al te luidruchtig wordt –wat vier keer in die veertig jaar is voorgekomen– stop ik met spelen en ga ik in de kerk zitten en meepraten. Strikt genomen is de dienst dan nog niet begonnen.”

Aangehangen pedaal

Van Twillert verwierf bekendheid als componist van koraalvoorspelen in oude stijl, van lp-, cd- en dvd-opnamen op beroemde Nederlandse orgels zoals Kampen en Farmsum.

Toch is hij nooit organist geworden op een groot instrument. In de Johanneskerk staat ‘slechts’ een Van Vulpenpositief met vijf stemmen en een aangehangen pedaal.

Waarom is hij er zo lang gebleven? „Het orgel klink prachtig in de ruimte, er is sinds de bouw nooit iets aan gewijzigd. In de eerste tijd was dominee Aad van Peski er voorganger. Hij liet tijdens de dienst stiltes vallen en zorgde voor een mooie sfeer. Ik was daarvan onder de indruk. Een kerkdienst is meer dan het orgel bespelen. Je bent er verbonden met de mensen. Ik vind het een zegen dat ik deel uitmaak van deze gemeente. Het is ook goed om er sociaal uitgedaagd te worden.”

Ooit waren er plannen om het orgel uit te breiden, maar toen Van Twillert daarin werd betrokken, liet hij weten dat hij tevreden was met het instrument en een groter orgel niet vond passen in de sfeer van de Johanneskerk. En dus bleef het zoals het was.

Conservatief

Opmerkelijk is dat aan de liturgie en het liedrepertoire in de Johanneskerk in de afgelopen veertig jaar nauwelijks iets is veranderd. Er veranderde zelfs amper iets toen in 1996 de Johanneskerkgemeente fuseerde met de Amersfoortse remonstranten en doopsgezinden.

„De vrijzinnigen zijn zo langzamerhand conservatief geworden”, constateert Van Twillert met een glimlach. „We zongen uit het Liedboek voor de kerken uit 1973 en nu ongeveer hetzelfde repertoire uit het Liedboek van 2013.”

De fusie zorgde niet alleen voor meer kerkgangers in de Johanneskerk. „Er kwam ook een aantal muzikale mensen bij met wie ik samen speel tijdens de dienst.”

Er kan veel in de Johanneskerk, maar een enkele keer slaat hij de plank mis. „Ik heb me een keer door een predikant ertoe laten verleiden om iets te spelen in de sfeer van ”easy listening”. Daar kreeg ik na de dienst kritiek op. Dus dat doe ik niet meer. Eigenlijk ben ik best behoudend. Als organist met bevoegdheidsverklaring I mag ik liederen afwijzen. Ik wil alles spelen, behalve als het uitvoeren van een lied een combo vereist.”

Maar in de Johanneskerk is dat niet aan de orde. „De kerkgangers houden niet van zulke muziek. We zijn hier trouwens kritisch in de keuze van de liederen. Voor het tot stand komen van de liturgie nemen we elke week heel wat tijd om te overleggen.”

Groene kerk

De Johanneskerk is sinds kort een groene kerk. Daarom branden er op zondag in de kerk geen lampen meer. Van Twillert staat achter het groene idee, maar zonder lamp kan hij niet. „Ik doe zelf altijd toch één lamp aan. Licht brengt sfeer. Maar niet alleen dat: de kerk is ook de brenger van het licht. Ik ben verder niet ongehoorzaam. Sterker nog, tijdens mijn jubileumfeest op 4 oktober heb ik na afloop van de bijeenkomt in de kerk zelf alle lampen uitgedaan. Anders zouden ze tijdens het informele samenzijn in een andere zaal nog heel lang voor niets hebben gebrand.”

Klaas Bolt

Van Twillert componeert nog steeds. Aanvankelijk was zijn stijl nauw verwant met die van Klaas Bolt, bij wie hij een aantal jaren les nam nadat hij zijn conservatoriumstudie had afgerond.

Maar Van Twillert kan ook anders. Voor de viering van het 400-jarig bestaan van de Remonstrantse Broederschap in Rotterdam componeerde hij begin dit jaar een cantate. Wie daar goed naar luistert –het stuk staat op YouTube–, hoort moderne muziek met daarin fragmenten van bijvoorbeeld de Lofzang van Maria en het Wilhelmus.

„Alles mag weer bij het componeren. Er is een tijd geweest dat je bij het leren componeren en improviseren, ja ook soms bij Piet Kee, geen drieklanken en geen octaven mocht gebruiken. Als je toch een drieklank speelde of schreef, dan moest er toch op z’n minst een ‘valse’ noot in. Het dogma verdwijnt gelukkig steeds meer. Hoewel, bij het improvisatieconcours in Haarlem moeten de deelnemers nog steeds atonaal spelen. Het wordt tijd dat Haarlem met zijn tijd meegaat.”

Tijd nemen

Wat improviseren in de kerk betreft heeft hij een tip. „Ik hoor regelmatig dat organisten als voorspel alleen de laatste regel van een lied laten horen. Daar heeft een kerkganger natuurlijk helemaal niets aan. Zelfs als je in een voorspel het hele lied laat horen, moet je toch afsluiten met de eerste regel. Dan weten de mensen wat ze moeten zingen. Maar als je een tussenspel maakt, borduur dan voort op de laatste regel, want die heb je net gezongen.”

En een voorspel moet niet te kort duren. „Van Frits Mehrtens heb ik geleerd dat je de gemeente een lied in de mond moet leggen. Daar is een intonatie te kort voor. Je moet gewoon de tijd nemen.”

Vrijwilliger

Van Twillert is nu 67 en officieel met pensioen gegaan. Maar hij blijft organist in de Johanneskerk. „Ook als ik straks misschien slechter ga spelen, wil ik het blijven doen, als vrijwilliger. Mensen mogen horen dat ik achteruitga. Dat hoort bij het leven.”

---

Willem van Twillert

Willem van Twillert is sinds 1979 organist van de Johanneskerk in Amersfoort. Hij studeerde aan het Sweelinckconservatorium in Amsterdam bij Piet Kee en Willem Brons. In 1976 behaalde hij het praktijkdiploma kerkmuziek en in 1978 cum laude het diploma Uitvoerend Musicus. Vervolgens specialiseerde hij zich in oude muziek bij Gustav Leonhardt, Anneke Uittenbosch en Klaas Bolt. Tussen 1975 en 1980 volgde hij cursussen bij onder anderen Daniel Roth, Ewald Kooiman, Hans Haselböck en Peter Planyavsky. Van Twillert componeerde bewerkingen bij alle Geneefse psalmen. Sinds 2006 componeert hij ook voor orkest en kamermuziekensembles. Bij Henk Alkema volgde hij van 2006 tot 2010 compositie- en instrumentatielessen. Hij was van 1976 tot 2003 directeur/eigenaar van een particuliere muziekschool te Bunschoten. Van zijn spel verscheen een groot aantal lp’s, cd’s en dvd’s, sinds 2001 op zijn eigen label. Hij geeft orgelconcerten in binnen- en buitenland. Hij is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.