Ten Kate, J. J. L.: bespot, maar nog steeds gezongen

Portret van de 19e-eeuwse dominee-dichter Jan Jakob Lodewijk ten Kate. beeld Rijksmuseum
2

Hij is een van de predikant-dichters uit de 19e eeuw die door de officiële dichters werden geminacht. Toch bleef de naam van J. J. L. ten Kate –200 jaar geleden geboren– tot op heden rondzingen. Met ”De Heer is mijn Herder” als kroongetuige.

Het gedichtje dat Frederik van Eeden –onder het pseudoniem Cornelis Paradijs– in zijn bundel ”Grassprietjes” (1885) over Ten Kate maakt, bevat pure spot:

Ten Kate! Ten Kate!

O, dichter boven mate!

Uw ademtocht is Poëzie,

Uw lach is Kunst, uw traan Genie,

Wanneer uw wiekjes speelsch zich reppen,

Of als een aad’laar opwaarts kleppen,

Bij ’t scheppen van de Schepping zelf,

Kompleet, met aarde en stargewelf.

O, J. J. L. ten Kate!

O, vorst van rijm en maten!

In dezelfde bundel van Van Eeden staat een ”Predikanten-lied”, waarin nogal wat dominees het moeten ontgelden. Ook Ten Kate krijgt er opnieuw van langs:

Maar, Goddank! zingt nu cantaten...

Daar komt J. J. L. ten Kate!

Dankt den Heer met snarenspel

Voor Ten Kate, J. J. L.

Dat is scheppen, dat is dichten,

Loven, lieven, steunen, stichten...

Zing, ten Kate, zing uw lied!

God vergeet zijn dichter niet!

Het tekent de sfeer aan het eind van de 19e eeuw. De groep Tachtigers –dichters die ijveren voor vernieuwing in de Nederlandse literatuur– moet niets hebben van dominee-dichters als Nicolaas Beets, Bernard ter Haar en Jan Jakob Lodewijk ten Kate.

Bij de gewone man zijn de creaties van deze dichtende dominees echter wel degelijk in trek. En als er gezangen moeten worden geselecteerd voor een nieuwe kerkelijke bundel, komen ook de samenstellers van deze uitgave –de ”Vervolgbundel” van 1869– bij de liederen van de geliefde predikant-dichters terecht.

Orthodox

Jan Jakob Lodewijk ten Kate (1819-1889) wordt in Den Haag geboren. Na een kantoorfunctie komt hij bij de Réveilman O. G. Heldring in Hemmen (Overbetuwe) in huis, waar hij zich voorbereidt op de studie theologie in Utrecht.

In 1845 wordt hij predikant in Marken. Vervolgens dient hij de gemeente van Middelburg. In 1860 komt de predikant, die zich rekent tot de orthodoxe richting binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, in Amsterdam terecht. Daar zal hij blijven tot hij op Tweede Kerstdag 1889 op 70-jarige leeftijd overlijdt. Zijn lichaam wordt bijgezet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar in de noordelijke zijbeuk een gedenksteen aan de populaire predikant herinnert.

Als jochie al is Ten Kate dichtend actief. In 1834 –hij is dan nog geen 15– verschijnt zijn eerste tekst in het letterkundig tijdschrift ”Boekzaal der geleerde wereld”. Titel: ”Roosjen. Eene Parabel”. Twee jaar later komt zijn eerste verzameling poëzie van de pers: ”Gedichten”.

Er zullen heel wat gedichten en bundels volgen. Met als hoogtepunten de dichtwerken ”De schepping” (1866), ”De Planeeten” (1869), ”De jaargetijden” (1871) en ”De Nieuwe Kerk van Amsterdam, in acht zangen” (1885).

Daarnaast is Ten Kate actief als vertaler van buitenlandse poëzie. Na zijn overlijden komt in 1890-1891 zijn verzameld poëtisch werk uit, in twaalf delen: ”Gedichten”.

Buitenlands

Te midden van de vele gedichten –volgens sommigen heeft Ten Kate er te veel gepubliceerd– bevinden zich ook berijmingen van Bijbelgedeelten. Zo maakt Ten Kate een lied bij Johannes 15 (de Wijnstok en de ranken) dat nog altijd gezongen wordt: ”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien”. Het meest bekend wordt zijn lied bij Psalm 23 in combinatie met Johannes 10: ”De Heer is mijn Herder”.

Ook is de dominee-dichter actief als vertaler van buitenlandse liederen. Daarbij heeft hij een voorkeur voor het klassieke Duitse kerklied. Zo geeft hij in 1853 de bundel ”Luthers Harp” uit, waarin hij 23 vertaalde liederen van Luther aanbiedt. De bekendste daaruit is Ten Kates vertaling van ”Ein feste Burg”, die nog altijd gezongen wordt.

Sterk en duurzaam

De betekenis van Ten Kate ligt 200 jaar na zijn geboorte vooral bij zijn kerkliederen. Die zijn niet alle even sterk gebleken. Maar een aantal was zo krachtig, dat ze 130 jaar na zijn dood nog velen aanspreken. De typering die de Groningse hoogleraar A. C. Honders van zijn werk gaf, is raak: „In zijn werk herkent men vaardigheid en ijver, vaak rhetoriek en soms virtuositeit. Temidden van veel gedichten, die ons nauwelijks of niet meer raken, is er opeens een vers of een lied, dat sterk is en duurzaam.”

---

”De Heer is mijn Herder” populairste lied van Ten Kate

Een kleine twintig liederen van Ten Kate spelen in de achterliggende 150 jaar in de Nederlandse kerkliedtraditie een rol. Uiteindelijk blijft slechts een handvol over; meestal ook nog in een aangepaste versie. Een analyse vanuit vijf bundels.

Vervolgbundel 1869

Het begint met de zogenoemde ”Vervolgbundel”, die in 1869 in opdracht van de hervormde synode uitkomt. Het is een aanvulling op de beruchte bundel ”Evangelische Gezangen” van 1806: het gezangboek dat Ledeboer in 1840 in Benthuizen van de kansel gooit.

De ”Vervolgbundel” telt 82 liederen van de hand van onder anderen Bernard ter Haar, Nicolaas Beets, Roelof Bennink Janssonius en Ahasveros Francken. En ook van Ten Kate: hij is met veertien liederen vertegenwoordigd.

Het zijn deels eigen teksten, waaronder ”De Heer is mijn Herder” (aangeduid als ”Het lied van den Goeden Herder”), ”Wees gegroet, gij eersteling der dagen” (een ”Zondagslied”), ”Straks groeten w’ onze moederstranden” (een ”Lied voor zendelingen”) en ”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien” (naar Joh. 15).

In het ”Aanhangsel” met vertaalde klassieke liederen is Ten Kate aanwezig met één tekst van Paul Gerhardt (”Hoe zal ik U ontvangen”) en met drie liederen van Luther: ”Een vaste burg is onze God”, ”Geest des Heeren! kom van boven!” (een vrije vertaling van ”Komm, Heiliger Geist”) en ”Goedertieren is de Heer” (vrij naar Luthers Psalm 67).

Bundel 1938

Het hoogtepunt voor de liederen van Ten Kate vormt de hervormde bundel van 1938. Daarin staan vijftien van zijn teksten. Tien liederen uit de ”Vervolgbundel” worden vrijwel ongewijzigd weer opgenomen, waaronder ”Hoe zal ik U ontvangen”, ”Wees gegroet, gij eersteling der dagen”, ”Een vaste burg is onze God”, ”Straks groeten w’ onze moederstranden” en ”De Heer is mijn Herder”. Alleen in het lied ”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien”, dat in 1869 zes strofen telde, wordt gesnoeid: er blijven maar vier strofen over.

Nieuwe teksten van Ten Kate zijn in 1938 onder andere de liederen ”De dorre vlakte der woestijnen” en ”Als God, mijn God, maar voor mij is”. Ook twee van zijn vertalingen van Duitse liederen halen de bundel: ”Lof zij den Heer, den almachtigen Koning der eere!” (naar een lied van Joachim Neander) en ”Komt, laat ons voortgaan, kind’ren” (van Gerhard Tersteegen).

Liedboek 1973

In het Liedboek voor de kerken (1973) blijven slechts vijf teksten van Ten Kate (deels) gehandhaafd. De meeste vrijwel onaangepast: ”Wees gegroet, gij eersteling der dagen”, ”De Heer is mijn Herder”, ”Als God, mijn God, maar voor mij is” en ”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien”. Het lied ”Hoe zal ik U ontvangen” heeft het moeilijker: het wordt in eerste instantie terzijde gelegd; uiteindelijk worden echter drie strofen van Ten Kate overgenomen en aangevuld met nieuwe strofen van C. B. Burger. Andere bekende liederen van Ten Kate komen in 1973 niet door de ballotagecommissie: bij ”Een vaste burg is onze God” en ”Lof zij den Heer” kiest men voor nieuwe vertalingen vanuit het Duits.

Liedboek 2013

In de laatste officiële kerkelijke liedbundel, het Liedboek uit 2013, is Ten Kate met slechts één gezang overgebleven: ”De Heer is mijn Herder”. Bij ”Hoe zal ik U ontvangen” kiest men nu helemaal voor een nieuwe versie, van de hand van Sytze de Vries.

Weerklank 2016

De laatste verzameling liederen die verscheen, de bundel ”Weerklank” (2016) die binnen de kring van de Gereformeerde Bond werd gemaakt, eert Ten Kate door vijf van zijn liederen op te nemen: ”Hoe zal ik U ontvangen”, ”Wees gegroet, gij eersteling der dagen”, ”Een vaste burg is onze God”, ”De Heer is mijn Herder” en ”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien”. Vergeleken met de bekende versies van deze liederen in de bundel van 1938 zijn er echter nogal wat verschillen. Het eerste lied is de aangepaste versie van het Liedboek voor de kerken. Het tweede is een variant van ds. H. Hasper. In het derde is, zonder dat dat wordt aangegeven, het begin van vers 3 („En grimd’ ook d’open hel ons aan”) aangepast. Het vierde is de versie van het Liedboek voor de kerken (met een wijziging in vers 3: „met grimmige kaken,/ geen schrik zal mij naken” is verdwenen). En in het vijfde lied hebben A. Schroten en H. van ’t Veld de nodige aanpassingen gemaakt.

Voor het lied ”Lof zij den Heer” heeft de redactie van ”Weerklank” de voorkeur gegeven aan de nieuwe vertaling vanuit het Liedboek voor de kerken.

Balans

Maken we de balans op, dan blijkt dat de volgende vijf teksten van Ten Kate de achterliggende anderhalve eeuw in de kerkelijke liedbundels min of meer repertoire hebben gehouden:

-”Hoe zal ik U ontvangen”

-”Wees gegroet, gij eersteling der dagen”

-”Een vaste burg is onze God”

-”De Heer is mijn Herder”

-”Laat m’ in U blijven, groeien, bloeien”

Het meest populaire gezang daarvan is ongetwijfeld Ten Kates bewerking van Psalm 23. Het is ook het lied dat het meest ongeschonden tot ons gekomen is.