„Spelen voor Hem” met doedelzak, gitaar en miniaccordeon

Muziek in huis
Bas en Marjon Schwaneberg en hun zoontje Boaz. beeld RD, Anton Dommerholt
4

Even aarzelen ze, kijken elkaar aan. Bas geeft de toon met z’n Ierse fluit, Marjon probeert een paar akkoorden op haar gitaar – dan hebben ze hun ‘tune’ gevonden. Het lied ”Come, Thou fount of every blessing” klinkt door de Katwijkse woonkamer, eerst de melodie en daarna een improvisatie, waarbij Bas de boventoon voert.

Bas (30) en Marjon (26) Schwaneberg-van der Plas komen allebei niet uit muzikale families. Marions vader was bouwvakker en de enige muziek die ze thuis hoorde was Sky Radio. Bij Bas thuis werd geen muziek gemaakt; wel luisterden Bas’ broers naar muziek uit de jaren 70, 80 en 90. Nu wil het stel hun spel op gitaar en fluit inzetten om er de Heere mee te dienen. Hun zoontje Boaz van 3 jaar oud doet niets liever dan zingen en spelen met muziekinstrumenten.

„Het overlijden van mijn moeder, tien jaar geleden, was voor mij het startsein om met muziek bezig te gaan”, vertelt Bas. „Door die gebeurtenis ben ik tot geloof gekomen. Ik zat altijd veel achter de computer, maar ontdekte in die tijd: ik moet iets doen wat vrucht draagt. Ik zocht en zoek ernaar om God groot te maken en mijn talenten voor Hem te benutten. Als ik nu een keer bij een muziekavond of concert meespeel, sta ik het liefst in de coulissen. Ik wil het voor Hem doen.”

Echt geluid

Bas’ muzikale reis begon destijds met het leren spelen van keyboard. „Dat sprak me het meest aan. Het is een leuk instrument om mee te starten omdat het veel mogelijkheden biedt; je kunt zoeken naar wat jouw geluid is. Ik heb les genomen, moest echt nog muziek leren lezen. Nu heb ik er niet zo veel meer mee. Ik heb liever een instrument dat echt geluid maakt en niet via elektronica.”

Marjon kreeg op haar 8e verjaardag een gitaar cadeau. Ze leerde zichzelf akkoorden aan. Later kreeg ze les van een meester van school. „Ik vond gitaar spelen wel leuk om te doen, maar bleef steeds op een bepaald niveau hangen. Bas maakt fouten en gaat door, terwijl ik stop als het niet meer lukt. Hij pikt een liedje heel gauw op – mij kost het meer tijd.” Bas: „Maar in het afgelopen jaar zie ik dat je er actiever mee bezig bent en dat je vrijer durft te spelen.”

Highlands

Toen Bas en Marjon elkaar leerden kennen, merkten ze dat ze allebei van muziek houden en zochten ze naar mogelijkheden om samen muziek te maken. Marjon: „Ik vind algauw dat Bas het veel beter kan dan ik, maar hij stimuleerde me vanaf het begin aan om door te gaan. Het is mooi als je elkaar emotioneel weet te raken.” Bas: „We zagen bij vrienden van ons, een hersteld hervormd gezin, dat ze na het eten zongen bij het orgel. Zoiets wilden wij ook in ons huis. En soms dromen we ervan om samen te spelen op een bruiloft. Lekker rustige muziek, waarbij mensen die zich op zo’n feest eenzaam voelen lekker mee kunnen neuriën.”

Ze gingen op zoek naar een muziekstijl die bij hen beiden past. In hun ontdekkingstocht stuitten ze op Ierse en Schotse volksmuziek. Bas: „De sfeer van de Highlands, oude volksmuziek en christelijke liederen uit die omgeving trekken ons. Er zit een andere sfeer en een ander ritme in, onder andere door het gebruik van andere maatsoorten zoals de zesachtstenmaat.” Marjon: „Ik houd van het warme en vrolijke van die muziek. Het geluid van fluit en doedelzak: prachtig.”

Ontspanning

Bas is in het dagelijks leven teamleider van de beveiliging op de bloemenveiling in Rijnsburg. Daarnaast is hij actief in het kerkelijk jeugdwerk van het Hervormd Gereformeerd Jeugdverband (HGJV) en straatwerker voor stichting De Brug (verslavingszorg). Hij gebruikt muziek vaak om tot rust te komen. Op z’n laptop zoekt hij een voorbeeld van zo’n nummer. „Kijk, hier: Skip Cleavinger speelt ”Let saints on earth in concert sing”. Als ik moe uit m’n werk kom, geeft dit zo veel ontspanning. God spreekt voor mij door de klank heen.”

Op het dressoir ligt een hele voorraad tinnen Ierse fluiten in allerlei soorten en maten. Met behulp van lesboeken leerde Bas zichzelf de blaas- en tongtechnieken van de ”tin whistle” aan. Een houten, zwarte fluit, de ”low whistle”, was z’n volgende aankoop. Kroon op z’n Ierse instrumentenverzameling is de ”uilleann pipes”, een Ierse doedelzak. „Eigenlijk is het niet te vergelijken met de bekende, wat snerpende en doordringende toon van een doedelzak. Dit geluid is veel warmer.”

Bromtonen

Bas doet voor hoe het instrument werkt. Onder zijn rechterelleboog houdt hij de blaasbalg met een riempje aan zijn arm vast en pompt lucht naar de zak die onder zijn linkerarm zit. Aan de zak is de fluit verbonden, waar de lucht langs een riet in geblazen wordt. Bas kiest nu nog voor een simpele variant van het instrument met alleen een fluit, de ”chanter”. „Het is mogelijk om de pijpen aan de luchtzak uit te breiden met ”regulators”, waarop je een akkoord kunt zetten door kleppen in te drukken. En je kunt het nog verder uitbreiden met zware pijpen, de ”drones”, een soort bromtonen.”

Door het riet is het geluid van de ”uilleann pipes” enigszins vergelijkbaar met dat van een hobo of klarinet. „Dit instrument is in ons land en onze muziekcultuur een onontdekte schat”, vindt Bas. Het sluit aan bij zijn manier van spelen, waarbij hij veel speelt op z’n gehoor en met plezier improviseert. „Nootjes op papier zijn leuk, maar het echte spel ontstaat wanneer je daar zelf iets creatiefs mee doet.” ”Be Thou my vision”, de Ierse hymne bij uitstek, dwarrelt en golft door de kamer. Met soms een aarzeling, een syncope hier of een zelf ingebrachte rust daar, heeft Bas met de ”uilleann pipes” het juiste instrument in handen om deze klassieker te spelen.

Gebouw erbij

Soms voelen Bas en Marjon zich wat alleen staan in hun muziekkeuzes. „Op de bruiloften van onze broers en zussen werd gedanst met een bandje erbij. Dat wilden wij niet – we wilden een bruiloft waar mensen die zich daar niet bij thuis voelen op hun gemak zouden zijn. Aan de andere kant wordt er in de reformatorische gezindte veel klassieke muziek gespeeld. Dat is misschien ook wel de hoeksteen van de muziek, maar er kan nog een heel gebouw bij. Hier in Katwijk aan Zee in de Nieuwe Kerk hangen op het orgel de portretjes van Bach en Beethoven. Mooie muziek hoor, maar hang er wat ons betreft maar zo’n Skip Cleavinger naast. Hij brengt oude volksmuziek en christelijke hymns bij elkaar”, vinden Bas en Marjon allebei.

Xylofoon

Aan het eind van het gesprek piept Boaz van 3 nog even binnen. „Toen ik zwanger was, speelde Bas elke avond om halfnegen voor Boaz hetzelfde liedje op de piano: ”Away in a manger”. Later, toen Boaz in de draagdoek zat, kwam hij pas echt goed tot rust als er voor hem gezongen of gespeeld werd. In onze gemeente, de confessionele wijkgemeente Benjamin binnen de Hersteld Hervormde Kerk, zingen we gezangen naast de psalmen. Maar als we hem muziek willen geven die hem raakt, gaan we naar een jeugddienst in de Ichthuskerk. We merken dat die muziek bij hem binnenkomt, en het doet ons ook meer dan alleen gemeentezang met orgel.”

Boaz showt nog even z’n eigen voorraadje muziekinstrumenten: van een tamboerijntje en een xylofoon tot een heuse miniaccordeon. Al twee keer volgde hij met Marjon op de muziekschool een cursus ”Muziek op schoot”. Of hij nog een liedje wil zingen? Even kijkt hij mama aan, dan zet hij moedig in: ”Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen”. Z’n hoofd deint mee op de maat.

Meer blokfluit dan orgel

In 88 procent van de huishoudens die meededen aan het onderzoek ”Muziek in huis” van het Reformatorisch Dagblad zijn één of meer instrumenten aanwezig. De blokfluit het vaakst, gevolgd door orgel, dwarsfluit, piano en gitaar.

Respondenten konden in een voorgegeven rij aankruisen welke instrumenten ze in huis hebben. Bij de antwoordmogelijkheid ”anders, namelijk” wordt nog een aantal ‘exotische’ instrumenten genoemd, zoals de sjofar, de djembé, de mondharmonica, de melodica, de midwinterhoorn, het klokkenspel, de doedelzak, de cimbaal, het klavichord, de ukelele en het eufonium.

Als het gaat om de instrumenten die daadwerkelijk bespeeld worden, is het orgel het vaakst aangekruist. Daarna komen piano, blokfluit, dwarsfluit en gitaar.

De leeftijd speelt een rol bij de keuze van een instrument, zo blijkt uit de cijfers (zie grafiek). Kinderen in de basisschoolleeftijd spelen het vaakst blokfluit, gevolgd door orgel en piano. De gitaar hoort nog niet bij de eerste vijf. In de pubertijd scoort de blokfluit aanzienlijk minder hoog; jongeren spelen meer orgel en piano. Bij mensen boven de 18 jaar haalt de gitaar voor het eerst de top vijf. Vooral in de leeftijdscategorie 25 jaar en ouder steekt het orgel met kop en schouders boven de andere instrumenten uit.

Reacties

Uit de reacties die respondenten konden achterlaten blijkt dat in sommige huishoudens een groot scala aan instrumenten wordt bespeeld. Iemand schrijft: „Onze elf kinderen hebben allen muziekles gehad (orgel, piano, dwarsfluit, panfluit, viool en harp).”

Een ander: „We maken met enige regelmaat muziek met elkaar en we spelen ook alleen. Er worden verschillende instrumenten bespeeld: piano, orgel, harmonium, bariton, trompet, trombone, gitaar, basgitaar en blokfluit.”

Een derde: „Vader speelt orgel en klavichord. Moeder speelt hobo in een ensemble en zingt in een koor. Oudste dochter speelt viool, piano en fluit, bereidt zich voor op het conservatorium en speelt mee in diverse ensembles. Tweede zoon speelt orgel. Tweede dochter speelt blokfluit. Verschillende van onze gezinsleden nemen regelmatig deel aan uitvoeringen. We spelen thuis ook vaak samen, maar ook op familiebijeenkomsten.”

Een vierde gezin: „Vader speelt orgel en klavecimbel, speelt/zingt vrijwel iedere dag. Moeder speelt af en toe orgel en blokfluit, zingt af en toe. Dochter speelt elke dag orgel, klavecimbel, harmonium, dwarsfluit, blokfluit en zingt vrijwel iedere dag. Zoon speelt af en toe uit zijn hoofd. Dochter speelt regelmatig orgel, klavecimbel en harmonium. Dochter speelt gitaar en zingt, speelt ook blokfluit. Dochter speelt verschillende soorten blokfluiten, klarinet, orgel, harmonium, klavecimbel en dwarsfluit.”

Iemand maakt van de gelegenheid gebruik zijn zorg te uiten: „Ik vind het jammer dat ook in reformatorische gezinnen steeds minder een orgel/harmonium in huis staat. De ervaring leert dat er dan [als die er wel zijn, red.] gemakkelijker gespeeld gaat worden.”

serie Muziek in huis

Deel 3 in een serie artikelen naar aanleiding van het onderzoek ”Muziek in huis” van het Reformatorisch Dagblad. Vrijdag in katern RD vrijdag deel 4.