Saxofoniste Lotte Pen: God openbaart Zich ook in muziek

Staccato
Saxofoniste Lotte Pen. Beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom

In Staccato reageren muzikanten op tien stellingen. Vandaag saxofoniste Lotte Pen.

Lotte Pen wil verbindingen leggen tussen mensen. Rang of stand maakt daarbij geen verschil. Ze speelt net zo lief voor vluchtelingen uit Syrië als voor koningin Máxima. Tien stellingen voor een gedreven saxofoniste.

Een nieuwe generatie binden aan klassieke muziek door ze te verrassen. Het is een belangrijke drijfveer van saxofoniste Lotte Pen (1983). Want, zegt ze, er is zó veel mooie klassieke muziek. „Met het Syrène Saxofoonkwartet zijn we bijvoorbeeld bezig met de strijkkwartetten van Haydn en Mozart. En dan kom je erachter dat die kwartetten waanzinnig mooi zijn. En dat ze helemaal niks truttigs hebben. Ze zijn spannend en sprankelend, hebben veel kleur en verschillende karakters. Heel communicatieve muziek!”

1. Ik ben geboren voor de saxofoon.

„Ik kom het beste tot mijn recht als ik saxofoon speel. Ik geloof dat dit talent mij gegeven is. Maar ben ik ervoor geboren? Dat is een vrij heftig statement. Ik denk niet dat saxofoon spelen het enige is. Het is natuurlijk wel werk waar ik erg van houd. Muziek is een wezenlijk onderdeel van mijn leven. Vanaf mijn tiende of elfde speel ik saxofoon. Ik ben begonnen bij de muziekvereniging in Klarenbeek. Daarna ben ik naar de muziekschool in Apeldoorn gegaan, en heb daar ook meegespeeld in een bandje en een kwartet.”

2. Het maakt mij niet zo veel uit of ik klassiek, populair of jazz speel, als het maar goeie muziek is.

„Ik ben opgeleid als klassiek saxofoniste. Het klankideaal van klassieke muziek vind ik heel mooi. Maar ik ben tegenwoordig ook veel met popmuziek bezig, meer de Indie-kant. Zo componeer ik zelf dingen voor een project met Arjan van Wijk uit Middelburg. Ik kan van alle soorten muziek genieten. En ik luister ook echt naar allerlei genres: vroege jazz, late jazz, elektronische muziek, heel rare avant-gardistische dingen, of gewoon een singer-songwriter. Als het maar goed is, inderdaad.”

3. Ik vind het belangrijk dat mijn publiek kennismaakt met onbekende muziek.

„Het is een drive voor mij om jonge mensen enthousiast te maken voor klassieke muziek. Daar zijn we met ons saxofoonkwartet veel mee bezig. Ook mijn masterscriptie ging over de vraag: hoe moet je een concert aanpassen, zodat je jonge mensen mee kunt krijgen in jouw verhaal? Voor mijn eind­examen in 2010 had ik allerlei leeftijds­groepen uitgenodigd. Ik speelde bijvoorbeeld een vioolconcert van César Franck. Verder heb ik iets gedaan met elektronica en beelden, en iets heel ruw, superavant-gardistisch. Daarna heb ik het publiek gevraagd wat het ervan vond en op welk moment het werd meegenomen in het verhaal. Ik kwam erachter dat je zowel jong als oud kunt verrassen, vooral als er meerdere zin­tuigen worden geprikkeld.”

4. Het spelen voor (toen nog) prins Willem-Alexander en prinses Máxima in New York (2003) was een speciale belevenis.

„Misschien moet nu ik in het RD gaan zeggen dat ik dat ge-wél-dig vond. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het koningshuis mij niet zo veel doet. Het maakt me serieus niet uit voor wie ik speel. Voor de Stichting Muziek in Huis speel ik voor oudere mensen in verzorgingstehuizen. En met ons kwartet geven we veel concerten voor Live Music Now, een toffe stichting die concerten organiseert voor publiek dat eigenlijk niet naar een concert kan of gaat. Zo hebben we in een asielzoekerscentrum gespeeld waar veel Syrische vluchtelingen zitten. Mooie muziek maken voor mooie mensen: dáár gaat het om. En ik vind Willem-Alexander en Máxima niet mooier dan mensen die uit Syrië gevlucht zijn. Of dan mijn buurman Peter, die de hele dag lekker naar Frans Bauer zit te luisteren.”

5. Tournees in het buitenland zijn onmisbaar voor je muzikale ontwikkeling.

„Ik heb veel buitenlandse tournees gedaan, in januari was ik nog in Indonesië. Deze tournees brengen je veel. Nederland is klein, en er zijn veel goede ensembles en solisten. Alleen al daarom zijn die buitenlandse tournees belangrijk. Zeker nu er in Nederland zo veel gekort wordt, niet op onderwijs, maar op de zalen. Die combinatie is totaal absurd. Er studeren nóg meer muzikanten af, voor nóg minder werk. Conservatoria blijven de pan uitrijzen, er is zelfs een mbo-artiestenopleiding. Terwijl de concertzalen één voor één sluiten. Er studeren honderden middel­matige musici af als werklozen. Kortom, Nederland is te klein voor alle musici.”

6. Muziek hoort niet alleen in een concertzaal, maar ook in een verzorgings­tehuis of op straat.

„Absoluut. Ik heb in een rijdende trein gespeeld, in een luchtballon, voor blinde kinderen, in schuren, op dakterrassen, in kraakpanden. Je moet overal kunnen spelen. Wel vind ik dat de omstandig­heden goed moeten zijn. Het helpt als je op een goede plek staat waar mensen je goed kunnen zien en horen. Als ik zomaar bij het Centraal Station van Amsterdam Bach ga spelen, raakt het mensen wel, maar ik vraag me af of dat nou de manier is. Dan zou ik zeggen, zet een mooie camper neer, en zeg: Jongens, jullie krijgen hier een gratis ticket, heb je vijf minuten? Dan mag je met z’n tienen naar binnen. Mooie zitjes, kopje koffie erbij, en dan ga je Bach spelen, en er wat over vertellen. Dat zou werken. Het gaat om het hele plaatje, de hele be­levenis.”

7. Lesgeven aan amateurs vind ik leuk werk.

„Ik vind het vooral leuk om kinderen les te geven. Ze zijn nog zo onbevangen, zo niet-met-zichzelf bezig, dat vind ik leuk om te zien. En dan met bolle wangen en een rood hoofd saxofoon blazen, en spelen! Volwassenen zijn erg druk met oordelen: over zichzelf, over jou, over wat er in deze ruimte gebeurt. Maar of het nu kinderen of volwassenen zijn, het belangrijkste vind ik dat ze lol hebben. Ik geloof dat mensen het meest groeien en leren als ze plezier hebben. Volwassenen die ambitieus zijn, leren vaak het minste, vind ik. Er zit dan zo’n heilig moeten achter. Dat moeten komt vanzelf als je er plezier in hebt.”

8. Muziek zie ik als een gave van de Schepper.

„Ja. Muziek is net als het zonlicht, net als een bloem die je ziet opengaan, als een baby of een mooie tentoonstelling: het zijn dingen waarin je God kunt zien, dingen waarin God Zichzelf openbaart. In schoonheid openbaart God Zich. Ik begrijp de Bijbel een stuk beter als ik om me heen kijk. Wat zegt zo’n psalm nou over kinderen die vertellen wie God is – dan moet je toch eerst een kind aankijken om te weten wat ermee wordt bedoeld. Die woorden staan niet op zichzelf, die begrijp je pas als je om je heen kijkt. Ik geloof dat God Zich niet alleen door de Bijbel openbaart. Pas had ik een chaconne uit een solopartita van Bach aanstaan, uitgevoerd door Janine Jansen. Ik was daar diep door geroerd. Ik was zó onder de indruk van God als Schepper, echt. Dat God dít heeft gemaakt. Zo’n chaconne spreekt mij veel meer aan dan wanneer ik een psalm lees. Liedjes van Sela zijn niet christelijker dan een strijkkwartet van Mozart. Ik krijg meer hoop van ruwe, harde teksten die de barens­weeën laten zien waarin we leven, dan van liedjes die alleen maar laten horen: „God is groot.” Dat geloof ik ook, zeker. Maar als een liedje gaat over: ik snap de wereld niet, van mij mag het afgelopen zijn, dan denk ik: Dít is waar de wereld over gaat, en waar God licht kan brengen.”

9. Er is meer dan muziek in het leven.

„Ik vind het een vrij negatieve stelling, zo van: muziek is ook niet alles. Terwijl ik juist geloof in de schoonheid van muziek. Ik heb een prachtig beroep. Ik kan alleen maar met mooie dingen bezig zijn, met verbindingen leggen, saxofoon spelen, werken met leuke mensen. Maar er zijn nog veel meer dingen geweldig.”

10. Nu ik vorig jaar moeder ben geworden, kijk ik anders naar m’n carrière.

„Ik ben wezenlijk niet erg veranderd, geloof ik. Of het moet zijn dat ik iets meer ontspannen ben geworden. Misschien had ik eerder meer van: je moet vooral hard werken, je moet dit, je moet dat. Nu denk ik: Er moet helemaal niks. Dat is misschien toch wel een verandering. In de stelling staat het moeder worden tegenover een carrière. Een kind krijgen is zo groot, terwijl m’n carrière ook maar gewoon m’n werk is. Jij krijgt geld voor de stukjes die je schrijft, ik geld omdat ik concerten geef. Je zou het toch gek vinden als ik zou zeggen: Ben je een heel andere journalist geworden omdat je vader bent geworden? Natuurlijk moeten we wel een beetje puzzelen. Maar dat moesten we daarvoor ook al. Het is nu gewoon een iets grotere puzzel die je moet leggen.”


Levensloop Lotte Pen

Janne Lotte Pen (1983) begon als kind met saxofoonles bij de muziekvereniging in Klarenbeek (Gld.). Later ging ze naar de muziekschool in Apeldoorn. Bij haar thuis werd veel gezongen, pianogespeeld en fluit gespeeld. „Muziek was vanaf het begin af aan belangrijk in mijn leven”, blikt ze terug. Pen studeerde aan conservatoria in Amsterdam, Utrecht en Berlijn. Op jonge leeftijd won ze de Rabobank Prijs en het Prinses Christina Concours. Ze speelde solo in concertzalen in New York (Carnegie Hall), Tokio, Parijs, Berlijn en het Concert­gebouw in Amsterdam.

Pen maakt deel uit van het Syrène Saxofoonkwartet, vier vrouwen die elkaar hebben leren kennen op de conservatoria van Amsterdam en Utrecht. Zij hebben zich genoemd naar de sirenen uit Homerus’ Odyssee, onder het motto: ”Friszoet en stevig”. „Het is een grote droom om luisteraars op een overtuigende, frisse manier publiek kennis te laten maken met het saxofoonkwartetrepertoire waar zij zelf erg enthousiast over zijn”, aldus een omschrijving op de website. Ook maakt Pen deel uit van de ensembles S’il Vous Plait en het Zoethoudtrio. Lotte Pen speelt geregeld bij Nederlandse symfonieorkesten. In het najaar van 2010 werd ze opgenomen in de VIVA400-lijst voor succesvolle jonge vrouwen. Ze woont met haar man Karel Smouter en zoon Nelis in Amsterdam.