Refojeugd niet tegen gezang in de kerk

Zang en eredienst
Foto ANP

APELDOORN – Driekwart van de reformatorische jongeren zingt thuis, op school of op jeugdvereniging gezangen en/of opwekkingsliederen. Bijna 80 procent van de jongeren heeft er geen bezwaar tegen als deze ook in de kerkdienst worden gezongen, naast de psalmen.

Dat blijkt uit een enquête die het Reformatorisch Dagblad hield onder bijna 600 leerlingen van reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De enquête gaat over de vraag wat reformatorische jongeren hebben met geestelijke liederen zoals deze te vinden zijn in christelijke zangbundels.

Jongeren zingen thuis, op school en op jeugdvereniging het vaakst geestelijke liederen. Van de ondervraagden zingt 27 procent geen geestelijke liederen. Op nummer één staat de bundel ”Op Toonhoogte”, een uitgave van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (33 procent).

Op de tweede plaats staat de zogeheten ”Gele Liedbundel” (27 procent), gevolgd door de zangbundel van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten (14 procent). De Evangelische Liedbundel scoort 12 procent en de bundels ”Uit aller mond” en ”Uit Sions zalen” scoren beide 7 procent.

De top 3 van begeleidingsinstrumenten bij het zingen van geestelijke liederen bestaat uit piano (47 procent), orgel (45 procent) en gitaar (30 procent).

Als meest favoriete lied van een gegeven rijtje van vijf liederen noemen jongeren ”Als een hert dat verlangt naar water” (33 procent). De gedeelde tweede plaats (18 procent) wordt ingenomen door ”Eens was ik een vreemd’ling” en ”Samen in de naam van Jezus”.

Bij het kiezen van een geestelijk lied letten jongeren vooral op de tekst (46 procent), daarna op de melodie (24 procent). Op de vraag: Hoe staat jouw gemeente/kerkenraad tegenover het zingen van geestelijke liederen, antwoordt 44 procent met ”neutraal” en 33 procent met ”positief/stimulerend”; 14 procent antwoordt met ”kritisch” en 9 procent met ”negatief/afwijzend”.

Driekwart van de jongeren ervaart thuis ruimte om geestelijke liederen te zingen die ze zelf graag willen; 16 procent ervaart die ruimte niet. Op school zijn deze percentages respectievelijk 44 en 42 en op de jeugdvereniging 60 en 27 procent.

Van de ondervraagde jongeren heeft 78 procent er geen bezwaar tegen om tijdens de zondagse kerkdienst geestelijke liederen te zingen, naast de psalmen; 14 procent is er tegen en 8 procent heeft er geen mening over.

Ruim de helft (53 procent) van de ondervraagde jongeren is het oneens met de stelling ”Als je bekeerd bent, houd je meer van psalmen dan van geestelijke liederen”.

”Geestelijke liederen horen bij de christelijke gemeente van het Nieuwe Testament”: met die stelling is 23 procent van de jongeren het eens en 29 procent oneens; 48 procent heeft geen mening. ”Het zingen van geestelijke liederen zet de deur open naar de evangelische beweging”: daar is 29 procent van de jongeren het mee eens en 38 procent oneens. Met de stelling ”Zingen is belangrijk voor een christen” is 82 procent het eens.