Recensie: Zingende torens in Vlaanderen

Sinds 2000 kent de universiteitsstad Leuven een nieuwe traditie: iedere drie jaar verzamelen zich duizenden studenten op het plein voor de universiteitsbibliotheek, om onder begeleiding van de 63 klokken in de bibliotheektoren liederen te zingen. Om het gezang niet voortijdig te laten verstommen worden de kelen doorlopend gesmeerd. De traditie is inmiddels in meer Vlaamse universiteitssteden overgenomen. beeld uit besproken boek
5

De Leuvense beiaardier Luc Rombouts promoveerde in 2016 aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over de oorsprong van de beiaard. Zes jaar eerder publiceerde hij een meer dan 400 pagina’s tellende geschiedenis van klokken en beiaarden. Nu heeft hij, samen met fotograaf Andreas Dill, een boek uitgegeven dat vijftien Vlaamse beiaarden in beeld brengt.

Rombouts begint het boek met twee inleidende hoofdstukken. Het eerste vormt een accurate samenvatting van 500 jaar Vlaamse beiaardgeschiedenis. Zeker ook omdat het instrument rond het jaar 1500 in Vlaanderen is ontwikkeld, is de nadruk op Vlaanderen goed voorstelbaar.

De auteur schiet echter in zijn chauvinisme enigszins door als hij wel vermeldt dat de laatste Vlaamse klokkengieterij in 1980 zijn deuren sloot, maar niet vertelt dat er ook daarna nog in Vlaanderen diverse nieuwe beiaarden zijn geplaatst. Meestal zijn die vervaardigd door Nederlandse gieters als Eijsbouts en Petit & Fritsen.

Het tweede hoofdstuk biedt een overzicht van de Vlaamse beiaardcultuur van vandaag de dag. Rombouts gaat hier in op het verschil tussen marktbespelingen en concerten, op het gespeelde repertoire, op de verschillen die er tussen beiaarden kunnen zijn en op nieuwe initiatieven, zoals mobiele beiaarden. Hij doet dat op een manier die ook voor niet-ingewijden goed te volgen is.

Excellent

Hierna volgen de portretten van de vijftien beiaarden. Uit elk van de vijf Vlaamse provincies zijn drie instrumenten gekozen, die uitgebreid beschreven en in beeld gebracht worden. Daar zijn oude beiaarden bij (Antwerpen, Brugge), maar ook zeer nieuwe (Neerpelt).

Bij ieder instrument wordt een aantal karakteristieken genoemd en in beeld gebracht. Wat mij betreft is deze opzet een gelukkige. Wel zocht ik tevergeefs naar een verantwoording waarom uitgerekend deze vijftien instrumenten gekozen zijn.

Het fotomateriaal van Andreas Dill is werkelijk excellent te noemen. Hier is duidelijk een vakman aan het werk geweest. De uitgever komt lof toe voor de fraaie bezorging van het boek.

Evenknie welkom

Het boek sluit af met twee bijlagen. De eerste bestaat uit een tabel met alle relevante technische gegevens over alle beiaarden in Vlaanderen. De tweede brengt nauwkeurig alle activiteiten in kaart die rondom die beiaarden georganiseerd worden. Van alle lopende teksten in het boek wordt een samenvatting in het Engels gegeven. De fotobijschriften zijn integraal vertaald.

Het betreft, kortom, een uitgave waarvan een Nederlandse evenknie meer dan welkom is.

---

Zingende torens / Singing Towers. Vlaamse beiaarden in beeld / Flemish carillons in pictures, Andreas Dill en Luc Rombouts; uitg. Davidsfonds, Antwerpen, 2017; ISBN 978 90 5908 876 4; 207 blz.; € 29,99. Het boek is te bestellen via www.davidsfonds.be