Recensie: Naoorlogse orgelbouw in Friese kerken

Van den Heuvel werd geïnspireerd door Cavaillé-Coll voor het koororgel in de Martinikerk Sneek. beeld Reliwiki
2

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Stichting Organum Frisicum bezorgt Theo Jellema ons het boek ”Orgelbouw na 1945 in Friese kerken”. Het jubileumboek schetst de orgelbouw in Friesland na 1945 en beschrijft de idealen en ontwikkelingen van de jaren 50, 60, 70, 80 en daarna. Van vernieuwing naar traditie.

Aan de jaren 50 ging de vooroorlogse orgelbouw vooraf, met de zogeheten Elsässischer Orgelreform (circa 1910) en de idealen van de Orgelbewegung (sinds de jaren 20). Vanaf de jaren 40 begint in Nederland het tij van de inferieure orgelbouw te kenteren en komt de orgelbouw onder invloed van de Deense orgelmakers Marcussen en Frobenius. Het orgelbouwcongres van de Nederlandse organistenvereniging in 1953 betekent het begin van nieuwe idealen en ontwikkelingen, hetgeen culmineert in een nieuw orgeltype: het neobarokorgel. Het zijn de bouwers Leeflang, Flentrop, Van Vulpen en Reil die in respectievelijk Ee, Leeuwarden, Sneek en Heerenveen het ideaal van de nieuwe ontwikkeling vormgeven. De instrumenten van deze orgelmakers worden afzonderlijk beschreven.

In de jaren 60 is de oogst in Friesland aanzienlijk rijker. In beschrijvingen excelleren nu Pels in Drachten, Bakker & Timmenga in Leeuwarden, Verschueren in Leeuwarden en Blank in Sneek.

De jaren 70 staan te boek als die van het historisme. De adem van het neobarokorgel wekt steeds meer onvrede. Sommige orgelmakers blijven er nog schatplichtig aan, zoals Leeflang in Anjum, Vierdag in Oosterwolde, Hendriksen & Reitsma in Zwaagwesteinde en Fama & Raadgever in Surhuisterveen. Jürgen Ahrend (Joure) en Van Vulpen (Ureterp) zijn, geïnspireerd door Klaas Bolt, bij de ‘ouden’ in de leer gegaan.

De orgels die in de jaren 80 en daarna in Friesland gebouwd worden zetten de historiserende tendens voort, hoewel iedere orgelmaker er weer een eigen gezicht aan geeft. Zo kiest Steendam in 1989 voor de bouw van een orgel in Opeinde als voorbeeld het Witteorgel van Rotterdam-Delfshaven en later in Rinsumageest voor een historische vormgeving (thans in de hersteld hervormde kerk in Kesteren). Van den Heuvel ontleent inspiratie aan Cavaillé-Coll voor een koororgel in de Martinikerk te Sneek. Mense Ruiter kiest voor een eigen ontwerp voor de gereformeerde kerk van Balk en Reil voor een eigen creatie voor de gereformeerde kerk in Joure.

Wanneer Jellema terugkijkt, ziet hij een ontwikkeling van vernieuwing naar traditie. Historische instrumenten geven steeds meer richting aan orgelnieuwbouw. Een mooi uitgegeven jubileumboek met bijzonder fraaie foto’s, met disposities van alle naoorlogse mechanische kerkorgels in Fryslân.

Orgelbouw na 1945 in Friese kerken. Van vernieuwing naar traditie?, Theo Jellema; uitg. Stichting Organum Frisicum; 212 blz.; + cd; € 29,50