Promotie Klaas Hoek over „vormgevend gebruik van klank en dynamiek”

Klaas Hoek. beeld Klaas Hoek

Vroeger werd bij het uitvoeren van muziek vrijer omgegaan met tempo en dynamiek dan tegenwoordig vaak het geval is, zegt Klaas Hoek. De Friese musicus pleit voor zo’n expressieve uitvoering van bijvoorbeeld Bachs Johannes Passion. Met een harmonium als begeleidingsinstrument.

Harmoniumspeler Hoek (1949) promoveert zaterdag 23 februari in Franeker op de studie ”Vormgevend gebruik van klank en dynamiek”. In zijn onderzoek, dat hij verrichtte aan de KU Leuven in samenwerking met de VU en het Orgelpark in Amsterdam, neemt Hoek Bachs Johannes Passion als casestudie voor wat hij te berde wil brengen. Hij maakte een eigen editie van de partituur, voerde die in het Orgelpark uit en analyseerde vervolgens de opname.

Hoek zoekt naar woorden om duidelijk te maken wat hij met „vormgevend gebruik van klank en dynamiek” bedoelt. Hij noemt het Jo Vincent Kwartet als voorbeeld. In die vooroorlogse manier van zingen stond de kwaliteit van de klank centraal, veel minder dan de gedachte dat de muziek strak in de maat moest klinken. Hoek: „Dat hoeft niet per se langzaam te zijn. Het is wel heel expressief.” Tegenwoordig vormt in veel uitvoeringen van bijvoorbeeld Bachs muziek de puls –het musiceren strak in de maat– het uitgangspunt, zegt Hoek. „Veel musici zitten gevangen in de puls. Wie niet denkt in termen van puls, krijgt het verwijt dat hij niet in de maat kan spelen.”

Volgens hem zorgden de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog ervoor dat er in de muziekwereld een hang naar het objectieve ontstond. Met een ‘cleane’ uitvoering als gevolg. De resultaten van de zoektocht naar de zogenoemde historische uitvoeringspraktijk zorgden voor het wetenschappelijk fundament. Hoek: „Maar de ervaring van hoe de Johannes Passion ten tijde van Bach werd ervaren, krijg je nooit terug. Er was destijds een preek halverwege; het was geen kunstmuziek voor de concertzaal. Het is een illusie te denken dat je de luisterervaring van toen terugkrijgt als je Bachs muziek met een 18e-eeuwse orgel begeleidt.” Volgens hem is het vruchtbaarder om te zoeken naar „wat in deze tijd voor mij het levende is in de Johannes Passion en wat dat in Bachs tijd was.”

In de praktijk betekent dat voor Hoek dat klank, afzonderlijke motieven en melodieën veel meer ruimte krijgen dan in een pulsgerichte benadering. Hoewel er in Bachs tijd nog geen harmonium bestond, is juist dat instrument geschikt voor zo’n uitvoering. „Je hebt een instrument nodig waarbij de aanspraak niet kernachtig is. Hoe weker de toon, hoe beter.” Hoek weet dat puristen gruwen van zo’n uitvoering. „Ik leef licht teruggetrokken en heb grote waardering voor mensen die in bepaalde standpunten afwijken van wat gangbaar is. Misschien is mijn visie interessant voor mensen die de gegroeide uitvoeringspraktijk ook als een eenheidsworst ervaren. Maar wie zich goed voelt bij de pulsgerichte benadering, moet daar vooral mee doorgaan.”

Meer informatie: www.windharmonium.nl en www.kuleuven.be