Organist James O’Donnell van Westminster Abbey: Ik ben een alleseter

James O'Donnell. beeld Simon Bleeker

James O’Donnell, de musicus van Westminster Abbey, komt met enige regelmaat voor orgelconcerten naar Nederland. Het vaakst in Bolsward, waar hij een bijzondere band mee heeft. De Brit speelt en dirigeert op hoog niveau. Hij is daarbij niet kieskeurig. „Ik ben een alleseter.”

Dat James O’Donnell (57) op hoog niveau speelt, werd dinsdagavond 28 augustus in Bolsward al snel duidelijk. De Britse musicus vertolkte op het Hinszorgel in de Martinikerk een veeleisend Engels programma. Renaissance- en barokmuziek van Byrd, Blow, Purcell en Händel. Maar ook romantische en 20e-eeuwse werken van Wesley, Mendelssohn, Whitlock en Leighton.

Het kwam er allemaal even overtuigend en trefzeker uit, al zullen sommige hoge tempi niet iedereen kunnen bekoren. Van de registraties had de Engelsman duidelijk veel werk gemaakt. Het publiek –enkele honderden mensen– was na afloop dan ook terecht enthousiast over de verrichtingen van O’Donnell.

’s Middags vertelde de organist en Master of the Choristers van Westminster Abbey in Londen dat hij graag in Bolsward komt. Zo’n vijftien jaar geleden concerteerde hij voor het eerst in het Friese stadje, op uitnodiging van de organist van de kerk, Kees Nottrot. „Dat was een aparte ervaring. Ik kende hier niemand.” Toch kwam hij na die eerste keer graag terug. „Het is een schitterend orgel, en de kerk is een prachtige en rustige plek. Ik ben hier graag. Het voelt inmiddels of ik bij familie kom.”

De eerste keer dat hij in Nederland was, staat de musicus nog helder voor de geest. „Het moet in 1983 geweest zijn. Ik was toen als Assistant Master of Music verbonden aan Westminster Cathedral. Het koor van de kathedraal maakte een korte tournee naar Nederland en ik speelde orgel. We zijn in Amsterdam geweest en in Den Bosch. In mijn herinnering was het extreem koud. Waarschijnlijk was het in december, vlak voor de Kerst.”

James O’Donnell (1961) werd in Schotland geboren, maar verhuisde al als kind naar Engeland. Zijn muziekstudie deed hij aan het Royal College of Music in Londen en het Jesus College van Cambridge University. Hij kreeg er les van de bekende organisten Peter Hurford, Nicolas Kynaston en David Sanger.

Wie van hen heeft u het meest gevormd?

„Ze hebben allemaal grote invloed op me gehad. Een persoonlijke relatie tussen docent en student is heel belangrijk. Ik kon met alle drie goed opschieten. Ik denk nog vaak aan hen terug. Hoe ze me leerden denken over muziek. Ze brachten me de goede houding bij, de juiste benadering. Zo wordt je muzikale persoonlijkheid gevormd. Bildung, noem ik dat.”

In 1982 kon u als musicus aan de slag bij Westminster Cathedral. Een eervolle benoeming?

„Ja, een prachtige baan. Eerst was ik Assistant Master of Music, vanaf 1988 Master of Music. Ik ben rooms-katholiek opgevoed en kon in een rooms-katholieke kathedraal met een professioneel koor en de bijbehorende koorschool aan de slag. Dat was een buitenkansje, want de meeste van deze plekken zijn in Engeland anglicaans. Deze baan heeft me enorm verrijkt. Ik heb er veel geleerd en heb bijzondere ervaringen opgedaan. Het koor had een hoog niveau en genoot bekendheid, en het was mijn verantwoordelijkheid dat zo te houden. De verwachtingen waren dus hoog. Maar dat biedt ook veel mogelijkheden.”

In 2000 werd u benoemd bij Westminster Abbey, een anglicaanse kerk.

„Inderdaad, maar dat was geen probleem. Mijn opleiding was al gericht op de anglicaanse koormuziek. Ik nam zeventien jaar werkervaring in een rooms-katholieke setting mee naar de Abbey. En die kon ik goed gebruiken. Overigens zijn de verschillen ook niet heel groot. Inhoudelijk worden de accenten anders gelegd, maar veel komt overeen. Een Magnificat dat ik in Westminster Cathedral zong, kon ik ook in de Abbey gebruiken.”

Organist en Master of the Choristers van Westminster Abbey, is dat een droombaan?

„Dat vind ik lastig te zeggen, omdat het over mezelf gaat. Maar ik vind het een prachtige baan en een heel mooie plek. Enorm fascinerend, maar ook veeleisend. Elke dag wordt er gezongen, acht diensten per week. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de muziek op hoog niveau blijft. Naast de gewone diensten zijn er de bijzonderheden: opnames, tournees, tv-uitzendingen. En dan de speciale diensten. Omdat de Abbey aan het Britse koningshuis is verbonden, heeft de kerk een speciale plek in de samenleving. Bij de huwelijksdienst van prins William en Catherine Middleton in 2011 was ik in functie. Maar ook in de dienst na het overlijden van de bekende wetenschapper Stephen Hawking, afgelopen juni moest ik de muziek verzorgen. Dat zijn heel verschillende situaties. Het kost veel energie, maar het is ook heel interessant. In de zomer heeft het koor zeven weken vakantie. De muziek in de Abbey wordt dan verzorgd door gastkoren. Overigens heb ik drie collega’s met wie ik het koor train en de uitvoeringen verzorg. Het is belangrijk dat de zangers niet alleen met mij werken. Dat zou niet gezond zijn.”

Westminster Cathedral, Westminster Abbey... Blijft er voor u nog iets te wensen over?

„Haha! Op dit moment ben ik gelukkig met mijn baan. Professionele ambities heb ik niet. Maar ik heb het wel nodig om ook andere dingen te doen: doceren, orgelconcerten geven, andere gezelschappen dirigeren. Zo leid ik volgend jaar de BBC Singers en speelde ik als organist recent met het London Symphony Orchestra. Ik heb niet veel tijd, maar ik vind het belangrijk om meer dan één ding te doen.”

Intussen musiceert u én als organist én als dirigent op hoog niveau. Hoe doet u dat?

„Ik denk dat dat iets typisch Engels is: organist en dirigent tegelijk. Vaak zijn het organisten van kathedralen die ook het koor gaan dirigeren. Vervolgens willen ze soms verder. Neem Andrew Davis of Richard Farnes, eminente dirigenten. Ze zijn allebei als organist begonnen. Het is inderdaad moeilijk om meerdere dingen op hoog niveau te doen, maar het is niet onmogelijk. Sommige mensen doen het.”

U zult meerdere uren per dag orgel moeten studeren om uw techniek op peil te houden.

„Inderdaad, en dat kan een uitdaging zijn. Daarom is het voor mij belangrijk om concerten te geven. Dat dwingt me om mijn techniek te houden op het niveau waarop ik graag wil spelen. Studeren stopt nooit. Altijd zijn er in de muziek weer nieuwe details te ontdekken. En iedere keer heb je weer een andere benadering, ook door wat je meemaakt.”

U komt al een aantal jaren in Nederland. Is de Engelse orgelcultuur vergelijkbaar met de Nederlandse?

„Ik kan er niet te veel van zeggen, want ik ben in Nederland maar een bezoeker. Mijn ervaring is dat het publiek hier vaak heel aandachtig luistert en enthousiast is. Nederland is dan ook voor organisten een bijzonder land: er zijn weinig landen in de wereld met zo’n concentratie aan belangwekkende orgels. De orgelcultuur in Engeland is wel wat anders. Het is minder vanzelfsprekend dat daar aandacht voor is. Hoewel er ook bij ons plekken zijn waar veel interesse is voor het instrument. In Engeland is het meer zo dat we een bloeiende muziekcultuur hebben, waar de organisten onderdeel van zijn. Want er gebeurt best veel, en er zijn nogal wat organisaties die zich voor het orgel inzetten.”

Op wat voor orgel speelt u het liefst, een historisch Hollands orgel of een recent Engels instrument?

„Ik houd van mechanische instrumenten zoals hier in Bolsward. Als speler voel je je via de mechaniek direct verbonden met de klank. Dat is bij orgels met een elektrische speeltafel anders. Maar een concert op het Hinszorgel hier vraagt wel veel voorbereiding. Je hebt registranten nodig, voor wie je alles uit moet schrijven. Op een modern orgel met de nieuwste snufjes kun je alles voorprogrammeren. Ik wil eigenlijk niet kiezen. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik over de hele wereld mag spelen. De ene keer op een oud Frans orgel, de volgende keer op een historisch instrument in Duitsland. Ik ervaar zulke concerten als een uitdaging om díé muziek te kiezen die bij het instrument past. Daar word je ook zelf door verrijkt.”

Hebt u als het gaat om componisten voorkeuren?

„Nee, ik heb geen no-goarea’s. Ik houd ervan om Bach te spelen. Ik ben graag bezig met Messiaen, Reger, Liszt. Ja, ik speel ook Sweelinck. En van Ad Wammes heb ik ook weleens iets gedaan. Met veel plezier. Ik houd van allerlei soorten muziek. Ik vind dat je open moet staan voor nieuw repertoire. Daarom zeg ik nooit dat ik iets niet wil spelen. Ja, ik ben een omnivoor, een alleseter. Dat lijkt me een goed uitgangspunt voor een musicus.”

U bent 57. Hebt u nog plannen?

„Doorgaan met wat ik nu doe. Zolang ik het kan doen, er plezier in heb en het goed doe. In Engeland hoef je niet te stoppen met je 65e. Je gaat door tot je zelf wilt afronden. Of tot degene bij wie je in dienst bent vindt dat je het niet goed meer doet. Ik hoop dat dat laatste bij mij nog lang niet aan de orde is. Ik geniet van mijn stimulerende, afwisselende en spannende muzikale loopbaan. Daarmee wil ik doorgaan. Ik ben tevreden.”

---

James O’Donnell

James O’Donnell (1961) is sinds 2000 organist en Master of the Choristers van Westminster Abbey in Londen. Daarvoor was hij als Master of Music verbonden aan Westminster Cathedral. Hij studeerde aan het Royal College of Music in Londen en aan het Jesus College van Cambridge University. O’Donnell was verantwoordelijk voor de muziek tijdens plechtige diensten in Westminster Abbey, zoals bij het huwelijk van prins William en Catherine Middleton in 2011. Met het koor van Westminster Cathedral won de musicus in 1998 de Record of the Year Award met een opname van de mis voor dubbel koor van Frank Martin. In 1999 kreeg het koor de Royal Philharmonic Society Award. O’Donnell was professor voor orgel aan de Royal Academy of Music. In 2013 kreeg hij een eredoctoraat van de universiteit van Aberdeen.

Als organist treedt O’Donnell wereldwijd op. In Nederland concerteerde hij onder andere in Den Haag, Haarlem, Den Bosch en Bolsward. Op zaterdagmiddag 17 november 2018 treedt hij op in de serie ”Kaarslichtconcerten 2018” in de Abdijkerk te Den Haag-Loosduinen.