Organist Arie van der Vlist wil zoeken naar veelzijdigheid

Arie van der Vlist aan de klavieren van het orgel in de kerk van de hersteld hervormde gemeente van Ouderkerk aan den IJssel. beeld Cees van der Wal
4

Arie van der Vlist viert zijn zilveren jubileum als organist. Tegelijk verscheen van zijn hand een koraalboek bij de 150 psalmen. De organist uit Ouderkerk aan den IJssel hanteert daarin een breed idioom. „Ik doe dingen die mensen misschien niet van mij verwachten.”

De eerste kerkdienst die hij speelde, herinnert Arie van der Vlist (39) zich nog goed. „Dat was op de evangelisatiepost in Horst, in Limburg. Ik was nog net 10. Heel spannend.” Even later begeleidde hij een kinderkoor van Ria van den Noort; 25 jaar geleden speelde hij in Gouda zijn eerste echte uitvoering.

Inmiddels heeft de inwoner van Ouderkerk aan den IJssel een uitgebreid muzikaal leven. Hij is vier avonden in de week weg voor koren, wordt veel gevraagd als begeleider, geeft leiding aan de Vereniging Bovenstem Ouderkerk aan den IJssel, maakt cd’s en speelt zondags in de plaatselijke hersteld hervormde gemeente.

En dat alles naast een baan van drie dagen op de crediteurenadministratie bij de Dienst Justitiële Inrichtingen in Den Haag en een gezin met vier jonge kinderen. „Genoeg te doen”, zegt hij nuchter, thuis aan tafel, terwijl zijn vrouw Rina de jongste voert.

Total loss

Dat hij niet fulltime als musicus werkzaam is, heeft te maken met een beperking aan zijn benen. Door zuurstofgebrek liep hij bij de geboorte een kleine hersenbeschadiging op waardoor hij moeilijk loopt. „Lang staan is lastig. Een koorrepetitie gaat, maar na een cd-opname ben ik helemaal total loss.”

Destijds wilde de jonge Arie naar het conservatorium. Hij had les van onder anderen Everhard Zwart (orgel) en Eef de Kwant (piano) en deed in het laatste jaar van zijn meao-opleiding de vooropleiding aan het conservatorium in Rotterdam. Maar daar werd hij, omdat de jury zijn pedaalspel niet zag zitten, niet toegelaten. „Toen stortte op m’n 19e m’n wereld in”, lacht hij zuur.

Inmiddels is hij er niet rouwig om dat hij geen conservatorium heeft gedaan. „Voor concertorganist moet je toch ontzettend goed zijn. En sowieso had ik niet alleen organist willen zijn. Het dirigeren en begeleiden zou ik niet willen missen.”

Barok idioom

Ondertussen schreef Van der Vlist de achterliggende jaren het nodige. Arrangementen voor koor, voorspelen voor uitvoeringen, koraalbewerkingen voor de kerkdienst. Een paar bundeltjes bladmuziek gaf hij uit.

Twee jaar geleden ontstond het idee om bij álle psalmen een bewerking te schrijven. „Ik wilde eens kijken hoe ver ik kwam.” Elke week werkte hij er een paar uurtjes aan. Niet aan het klavier, maar achter zijn bureau. Eerst deed hij de wat moeilijkere psalmen. Daarna de bekende. „Dat is het moeilijkst. Verzin maar eens iets origineels bij een overbekende psalm.”

Uitgangspunt bij zijn ”Orgelboek” met voorspelen (uitgave in eigen beheer; € 49,95) was dat de muziek degelijk in elkaar moest zitten. „Ik heb piano, koordirectie, theorie gehad. Dus ik ken de regels van het ambacht. Bij koornummers heb je er trouwens ook mee te maken. Daar probeer ik ook de parallellen te vermijden.”

Bij welk van de bestaande koraalboeken –van onder anderen Dick Sanderman, Willem Hendrik Zwart en Marco den Toom– komt zijn bundel het meest in de buurt? Van der Vlist aarzelt. „Ik denk qua sfeer bij Marco den Toom. Het meeste is goed in het gehoor liggend. Maar ik doe ook dingen die mensen misschien niet van mij verwachten. Psalm 9 is in 6/8-maat in een barok idioom. Psalm 118 is fuga-achtig. Psalm 133 gaat helemaal in achtsten; dan puzzel ik net zo lang tot het klopt. Psalm 8 is echt dorisch; daarin verwerk ik het bekende motief uit de ”Schöpfung” van Haydn; dat was niet makkelijk; ik heb er tot het laatst aan gewerkt.”

Hoeden voor eenzijdigheid

Van der Vlist wil zich graag breed oriënteren. Bij romantische muziek ligt zijn hart. „Maar ik geniet ook van Bach. Van Buxtehude minder. En hoe Sietze de Vries een fuga ontrolt: echt heel knap.”

Ook in zijn eigen werk als kerkorganist wil Van der Vlist zich hoeden voor eenzijdigheid. Hij moet niets hebben van amateurs die de hele dienst improviseren. „Ik zoek altijd muziek uit voor het inleidend orgelspel of de collectezang. Bewerkingen van Sanderman of Jaap Niewenhuijse: prachtig.”

Het drieklaviers orgel van Flentrop/Van den Heuvel (38 stemmen) dat twee jaar geleden in zijn kerk in gebruik werd genomen inspireert hem daarbij. „Het is romantisch, maar helder van klank. Een echt Hollandse klank. En de akoestiek helpt enorm.”

En de bovenstemgroep die hij leidt, hoe zoekt hij daarbij naar kwaliteit? „Dat is voor mij iets heel anders. In 2001 is die groep hier opgericht; we oefenen maandelijks en regelmatig beleggen we een psalmzangavond. Daarbij vragen we ook aandacht voor de minder bekende psalmen. In de zettingen kun je trouwens wel degelijk verschil maken. Sommige organisten doen maar wat. Ik probeer altijd zo te begeleiden dat het zoveel mogelijk klopt met de regels. Dit zijn gewoon mooie, samenbindende zangavonden. Daar geniet ik van.”

Meer informatie: www.arievandervlist.nl