Nieuwe dirigent Sjosjanim waardeert inbreng orkestleden

Mark Snitselaar ging in november aan de slag als dirigent van christelijk symfonieorkest Sjosjanim. Beeld Niek Stam Niek Stam

Eerder voelde Mark Snitse­laar bij een proefrepetitie de neiging opkomen om weg te lopen. Op de bok bij Sjosjanim gebeurde echter het tegenovergestelde. „Het was een feest. De musici werkten hard en waren zo flexibel om mijn ideeën op te pakken.” De Edese musicus is sinds november dirigent van het christelijk symfonieorkest. „Ik kom blij thuis na de repetities.”

Deze zomer kondigde Patrick van der Linden aan dat hij na tien jaar afscheid ging nemen van Sjosjanim. Het orkest hoefde geen advertentie te plaatsen, want spontaan meldden zich vier gegadigden voor de dirigentenpost, onder wie Mark Snitselaar (1978).

Alle belangstellenden werden uitgenodigd voor een proefrepetitie en voor een gesprek met het bestuur. Snitselaar: „Ik mocht een nieuw werk instuderen, het laatste deel van de Haffner Symfonie van Mozart. Het bleek dat ik niet eindeloos noten hoefde te repeteren, maar al tijdens de proef­repetitie aan de opzet van het stuk kon werken. Ik kreeg gelukkig de nodige respons van de orkest­leden. Niets is zo vervelend als dat je geen reactie van orkestleden krijgt. En nog belangrijker: ik voelde een klik met de musici. Dat laatste is voor mij onmisbaar om samen te werken.”

De andere opdracht was werken aan Beethovens Tweede Symfonie. Sjosjanim had dit stuk kort voor de proefrepetitie twee keer uitgevoerd onder leiding van Patrick van der Linden. „Een dirigentenwissel is altijd lastig. Zeker omdat Patrick lang voor het orkest heeft gestaan. Tijdens de proefrepetitie merkte ik dat de musici hun hakken niet in het zand zetten, maar openstonden voor de accenten die ik wilde leggen. Dat vond ik knap.”

Snitselaar is lid van een PKN-gemeente in Ede. Merkt hij dat Sjosjanim een christelijk gezelschap is? „Elke repetitie wordt begonnen en afgesloten met gebed en er wordt een gedeelte uit de Bijbel gelezen. Maar er is meer. Ik vind dat er een vriendelijke sfeer heerst. Voorafgaand aan de proefrepetitie en tijdens de eerste repetitie na mijn benoeming toonden diverse orkestleden hun belangstelling en heetten mij welkom. Het oog hebben voor elkaar hangt samen met een christelijke levenshouding.”

De dirigent is van huis klarinettist. Hij maakt vooral kamer­muziek (zie ”Blij met de klarinet”). Daarnaast werkt hij 2,5 dag per week als psychiater in het ziekenhuis Gelderse Vallei en bij de ggz-instelling Pro Persona in zijn woonplaats. Hij is niet alleen dirigent van Sjosjanim, maar ook van de fanfare Oefening Baart Kunst in Otterlo en het Nijmeegs Blazersensemble. Dat hij geen orkestdirectie heeft gestudeerd, beschouwt hij niet als een manco. „Ik kan mij prima redden. Als ik ergens niet uitkom, klop ik aan bij een collega.”

Wat voor type dirigent bent u?

„Als dirigent zet ik de muzikale lijnen uit. Daarbij wil ik niet zelf alles strak in de hand houden, maar orkestleden vertrouwen schenken en ruimte gunnen. Wanneer iemand iets moois doet, probeer ik dat op te pakken en daarop voort te borduren. Ook al stond mijzelf iets anders voor ogen. Natuurlijk moet de interpretatie passen binnen het geheel en blijf ik verantwoordelijk voor de muzikale eenheid.

Ik vertel graag iets over de achtergronden van een stuk. Bij Sjosjanim zijn we begonnen met de ouverture Corolian van Beethoven. Dit stuk gaat over een Romeinse patriciër die Rome wil aanvallen. Zijn moeder smeekt hem dit niet te doen. Ik vind het leuk om met het orkest te sparren over de vraag hoe we de moedermelodie zullen neer­zetten: smekend of geagiteerd. Zoiets vergroot de betrokkenheid van de musici.”

Hoe bevalt het werken met amateurs?

„Wie de lijnen in zijn eentje uit wil zetten omdat hij dé professional is, mist veel. Amateurs kunnen misschien minder gemakkelijk woorden vinden om hun muzikale ideeën te verwoorden, maar dit wil niet zeggen dat ze niet uiterst muzikaal zijn. Integendeel!

Amateurs hebben hun beperkingen omdat muziek maken niet hun vak, maar hun hobby is. Tegelijktijd zijn het echte lief­hebbers. Een concert geven zal nooit gewoon voor hen worden. Ze leven er enorm naartoe.”

Wat zijn uw speerpunten bij Sjosjanim?

„Mijn voorganger heeft van Sjo­sjanim een mooi orkest gemaakt. Mijn bedje is dus gespreid. Natuurlijk blijft er altijd werk aan de winkel. Ik ben een blazer en zal de blazers technische tips geven in de hoop dat ze vrijer gaan spelen en ik een homogene blazersklank hoor.”

Welk repertoire staat er op uw verlanglijstje?

„Volgens Patrick is de Derde Symfonie van Beethoven op dit moment het maximaal haalbare. Ik wil Sjosjanim verder brengen en zou vervolgens graag de late symfonieën van Beethoven, een symfonie van Brahms en misschien iets van Stravinsky programmeren. We zetten binnenkort een trompetconcert van Haydn op de lessenaar en gaan dit uitvoeren met een goede trompettist. Samenwerken met een professional inspireert orkestleden.”

Waar liggen grenzen?

„Mahler is onbereikbaar, omdat er voor zijn symfonieën een groot orkest nodig is. Ik vind het niet verstandig om zijn werken toch uit te voeren door veel musici in te huren, want dan herkennen mensen zich niet meer in hun eigen orkest.

Daarnaast vind ik het belangrijk dat orkestleden het gevoel hebben dat ze een stuk goed kunnen behappen. Als er onvoldoende ruimte is om muziek te maken, beïnvloedt dit het spel negatief.”

Kunt u uw ervaringen als psychiater gebruiken op de bok?

„Zeker. Psychiatrie is een beschouwend vak. Ik probeer mensen verder te helpen en hen te motiveren om ergens voor te gaan. Als dirigent doe ik hetzelfde. Ik wil mijn orkestleden maximaal uit de tent lokken.”


Blij met de klarinet

De klarinet is deel van zijn leven. Gemiddeld studeert Edenaar Mark Snitselaar zo’n 2,5 uur per dag op het instrument. „Ik kan mij daar enorm op verheugen. Ik beschouw het als een voorrecht dat ik mij kan verdiepen in werk van onder anderen Brahms, Poulenc en Jurriaan Andriessen. Brahms is voor mij wat Bach voor organisten is. Alles is van gewicht in zijn muziek. In zijn werk kun je enorm veel nuances aanbrengen.”

Naar Snitselaars zeggen heeft de klarinettist hiervoor het perfecte instrument: „De klarinet bergt talloze kleuren in zich. Van rond en vriendelijk in de laagte, tot hard en scherp in de hoogte. Ik kan lange lijnen spelen, maar ook ritmische dingen laten horen.”

Snitselaar studeerde klarinet aan het Fontys Conservatorium in Tilburg bij Frans DeJong en Lars Wouters van den Ouden­weijer. In 2007 rondde hij de tweede fase cum laude af. Basklarinet­lessen volgde hij bij Henri Bok aan Codarts Rotterdam en bij Davide Lattuada, basklarinettist van het Koninklijk Concert­gebouworkest.

Als klarinettist is hij vooral actief in de kamermuziek. „Het is een feest om samen te werken met musici die je vaak ziet en met wie je het goed hebt.” Snitselaar vormt met (alt)violiste Janneke Zegveld en pianist Wouter Bakker het Trio Parnasse. Sinds 2012 maakt hij deel uit van het Kurios Klarinet­kwartet, waar hij basklarinet speelt. Als soloklarinettist is hij verbonden aan het orkest van Ars Musica.